Samuel Glasoog

In Nederland loopt een oneindig aantal sporthelden rond. Sommige van die mensen kennen we nog, omdat we dan praten over de toppers. Veel leuker is het om meer te weten over `tijdelijke helden' – sporters die ooit heel beroemd waren en nu niet eens meer een voetnoot in de geschiedenis zijn. Dat bleek bijvoorbeeld na een onderzoek van de Amsterdamse sporthistoricus Nico van Horn in het stadsarchief.

De belangstelling van Van Horn voor een `tijdelijke held' werd bij hem gewekt door een bijeenkomst over boksen. Daar kwam Samuel Glasoog, alias Sam Kingsley, ter sprake, die aan de basis stond van het Nederlandse boksen. In 1878 werd hij in Amsterdamse jodenbuurt geboren als Samuel Glasoog. Hetzelfde jaar vertrok de familie naar Londen, waar Van Horn de bokser tijdelijk uit het zicht verloor. `Ik vermoed dat het gezin terechtkwam in het Londense East End waar zich toen een grote Joodse gemeenschap bevond', schreef hij.

We vinden Glasoog terug toen hij zich op zijn zestiende aanmeldde bij de Green Dragon Boxing in Londen. Het zal daar geweest zijn dat hij zijn naam veranderde in Sam Kingsley, omdat Glasoog in het Engels niet makkelijk is uit te spreken. Wat ook een reden kan zijn, is dat de bokser op jonge leeftijd een oog verloor en elke woordspeling op voorhand tegen wilde gaan.

Enkele jaren later vertrok hij weer naar Nieuw-Zeeland, waar hij een boksschool opende. Daar er weinig sportieve tegenstand was, riep hij zich meteen uit tot nationaal kampioen lichtmiddengewicht. Het gaf hem genoeg zelfvertrouwen om jarenlang demonstratiewedstrijden te geven op het Australische continent.

Kingsley, zoals we hem nu maar noemen, was rusteloos en keerde in 1908 terug naar eerst Londen en daarna Amsterdam. Binnen een jaar had hij zichzelf uitgeroepen tot nationaal kampioen, omdat niemand tegen hem wilde vechten. Twee jaar later verrichtte hij fundamenteler werk door aan de basis te staan van de Nederlandse Boksbond. En ook hier opende hij een boksschool – nu bij het Rembrandtplein. Van Horn: `Vermoedelijk is dit de school De Jonge Bokser geweest. Dat was toentertijd een van de belangrijkste instituten van de stad. Kingsley trof het ook in de liefde, want zijn vrouw Maria Sara Post hield van de bokssport. Ze gaf zelfs boksles aan vrouwen in een tijd dat zo iets nog uit den boze was. Kingsley bokste voor het laatst in 1918, toen hij zijn lichtmiddengewichtstitel verloor. In 1933 is hij overleden.'

Van Horn besloot zijn verhaal met de opmerking dat de familie van Kingsley nog in leven moet zijn, maar dat niemand weet waar. Ook zouden er plakboeken zijn, met Kingsleys leven samengevat, maar die zijn verdwenen. Jammer, want juist dat soort bronnen kunnen net die laatste en meest interessante informatie geven over zo'n vergeten sportheld.

jurryt@xs4all.nl

    • Jurryt van de Vooren