Nieuwe Economie? Dit was nog maar het begin

Geconfronteerd met een paniekerige stemming op de effectenbeurzen lijkt het wel of iedereen in Amerika het allemaal al lang van tevoren heeft geweten: dat de aandelenkoersen te hoog waren, dat alles wat omhoog gaat ooit weer naar beneden moet komen en dat er alleen maar gebakken lucht zat in al die internetbedrijven die naar de beurs gingen. De waan van de dag kan ons blind maken voor een werkelijkheid die groter en belangrijker is. De nieuwe economie bestaat wel degelijk en is zich alleen maar aan het voorbereiden op haar volgende ontwikkelingsfase.

De afgelopen jaren liep er een breuklijn door de wereld van beleggers en zakenmensen. Aan de ene kant bevonden zich de traditionalisten, die steevast beweerden dat de `nieuwe economie' een mythe was en dat alle oude `grondregels' zouden blijven bestaan. Aan de andere kant stonden de utopisten, die de nieuwe economie beschouwden als het einde van de conjuncturele slingerbeweging en die niet alleen de krankzinnige overwaardering van veel internetbedrijven rechtvaardigden, maar ook een lange bloeiperiode van in beginsel onstuitbare groei en voorspoed voorspelden.

Beide kampen in dit gepolariseerde debat hadden en hebben het bij het verkeerde eind. De traditionalisten hebben op zichzelf gelijk als ze, net als Michael Porter, zeggen dat winst maken nog steeds het voornaamste doel van zakendoen is. Maar de vraag is dan wel hoe je winst definieert en hoe die winst is verkregen. Duizend jaar geleden wilden ondernemingen ook al winst maken, maar toen functioneerden ze nog in een agrarische, op boerenarbeid gebaseerde economie. De industriële revolutie die in de 17de eeuw is begonnen, heeft tot een volslagen nieuwe economie geleid (hoewel daar ook toen al aan getwijfeld werd). Het streven naar een of andere vorm van winst werd er niet door geëlimineerd, maar bijna al het overige werd er wel door veranderd, van de financiële wereld tot het gezinsleven, van de werkomgeving tot de wijze van oorlogvoering en van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen tot de religie. In onze tijd is zich ook, op veel grotere schaal en veel sneller, een nieuw economisch en sociaal systeem aan het vormen dat zo ongeveer alles even ingrijpend zal veranderen.

De optimisten hebben ons over een digitale revolutie verteld. Maar terwijl ze gestage groei en almaar stijgende aandelenkoersen voorspelden, vergaten ze dat revoluties per definitie gekenmerkt worden door verrassingen, tegenslagen, verwarring, plotselinge wendingen en een grote rol van het toeval.

In de eerste fase van de industriële revolutie gingen net als nu duizenden startende bedrijfjes ten onder, omdat hun businessplannen niet in orde waren en hun enthousiasme verkeerd gericht was. Niemand wist hoe men te werk moest gaan in de postagrarische omstandigheden die zich openbaarden. Bedrijven moesten alles nog uitvinden – van de fabrieksmatige productiewijze en nieuwe distributieketens tot de omgang met de werknemers en nieuwe verkooptechnieken. De markten draaiden dol en veel beleggers verloren hun geld, ten overstaan van een koor van betweters.

Mensen die denken dat het gedaan is met de nieuwe economie maken dezelfde fout als degenen die aan het begin van de 18de eeuw dachten dat de industriële revolutie voorbij was, omdat er in Manchester textielfabrikanten failliet gingen.

De huidige pijn op de aandelenbeurzen kan nauwelijks als bewijs dienen dat de nieuwe economie niet bestaat. Als de koersen op zekere dag 50 procent in waarde dalen, betekent dat dan dat de onderliggende economische activiteiten werkelijk gehalveerd zijn, dat de arbeiders werkelijk de helft produceren van wat ze een dag eerder hebben geproduceerd? Als aandelenkoersen de werkelijkheid al weerspiegelen, dan doen ze dat vaak schoksgewijs.

Het idee dat de nieuwe economie nooit bestaan heeft, is lachwekkend als we bedenken hoe grondig zij zelfs de grootste en minst van het internet afhankelijke bedrijven al heeft geherstructureerd. Hun managementstructuur is platter en hun producten zijn meer op de klant toegesneden. Ze stellen andere eisen aan hun werknemers, nu er minder handenarbeid en meer hersenarbeid nodig is. Samenwerkingsverbanden en ingewikkelde aanbodsystemen hebben de verticale integratie gereduceerd; markten hebben zich verengd. Bedrijven zien zich gedwongen om sneller dan ooit te innoveren en te opereren.

Op dit moment zijn er meer dan drie miljoen digitale schakelaars per levend menselijk wezen op onze planeet. Die zullen niet meer verdwijnen. Er zijn bijna een half miljard pc's op aarde – één op elke 13 mensen. Die zullen ook niet meer verdwijnen, tenzij ze vervangen worden door nog geavanceerdere netwerken en technologieën. Het internet, dat zich met grote snelheid van China en India tot aan Brazilië aan het verspreiden is, zal ook niet meer verdwijnen.

Zullen honderden miljoenen GSM-gebruikers hun telefoons weggooien? Zullen al die toestellen in rook opgaan, met of zonder breedband?

Het overduidelijke en onontkoombare feit is dat deze revolutie echt is en dat zij zich op vele niveaus tegelijk manifesteert. Op internationaal gebied zien we haar in de drang naar globalisering en in het toenemende verzet daartegen. Op politiek gebied zien we haar in de nieuwe gevechten over privacy en intellectueel eigendom. We zien haar in de steeds immateriëler wordende export van Amerika. We zien haar in de doorbraken in de genetica en in de opgeklopte paniek over genetisch gemodificeerd voedsel. We zien haar in de fenomenale toename van de macht van de media – en in de toenemende vijandigheid van het publiek daartegenover. We zien haar in de generatiekloof. We zien haar in de toenemende inkomensongelijkheid. We zien haar in de angst voor een zogenaamde `digitale kloof'. We zien haar in het toenemende anti-Amerikanisme in Europa en Azië. Deze veranderingen staan niet los van elkaar, maar maken deel uit van een groter geheel.

Op onze planeet is iets nieuws aan het ontstaan, dat niet meer aansluit op de veronderstellingen, modellen en paradigma's van het industriële tijdperk. Het is een nieuwe beschaving, waarvan de nieuwe economie slechts een onderdeel is. Bovendien zijn de economische woelingen nog maar net begonnen. Om het waarom daarvan te kunnen begrijpen, hoeven we alleen maar een eenvoudige, vaak niet eens gestelde vraag te stellen: Wat komt er na de eerste digitale revolutie? Hoe ongelofelijk en krachtig zij ook mag zijn, de digitale revolutie is niet de enige bron van fundamentele verandering. Wetenschappers zijn er onlangs in geslaagd om de zogenaamde `orbits', de lijm die de atomen van ons universum bij elkaar houdt, te visualiseren. Vooruitgang op het gebied van het onderzoek van stamcellen duidt erop dat we wellicht in staat zullen zijn om menselijke organen te regenereren. Tegelijkertijd vinden er minder in het oog springende doorbraken plaats op tal van andere terreinen, zoals die van geleidende polymeren, composietmaterialen, energie, geneesmiddelen, klonen, supramoleculaire chemie, optica en geheugenonderzoek.

Maar het zijn uiteraard de genetica en de biotechnologie waarvan we binnenkort de meest ingrijpende veranderingen mogen verwachten. In de VS heeft de FDA (Food and Drug Administration, de overheidsinstelling die toezicht houdt op de geneesmiddelenmarkt) reeds zo'n 80 nieuwe medicijnen en vaccins goedgekeurd die zijn ontwikkeld door de biotechnologische industrie. Nog eens meer dan 350 andere middelen worden nu al op mensen getest.

We hebben nog maar nauwelijks de gevolgen ondervonden van de samensmelting van de biotechnologie en computers. We beschikken nu bijvoorbeeld over aanwijzingen hoe bepaalde vormen van intelligentie genetisch gemanipuleerd kunnen worden. Denk je eens in wat dat zou betekenen voor een kenniseconomie – maar ook welke sociale en politieke gevaren een dergelijke manipulatie met zich zou kunnen meebrengen.

In onze laboratoria worden dagelijks dit soort ontdekkingen gedaan. Vele daarvan lijken op het eerste gezicht onbelangrijk. Maar dat komt doordat we geneigd zijn te denken dat ze niets met elkaar te maken hebben, terwijl er in werkelijkheid veel ontdekkingen zullen samensmelten. Als dat gebeurt, kunnen ze ons versteld doen staan.

Al deze ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt door computers, de digitale technologie en het internet. Maar veel van deze ontwikkelingen hebben gevolgen die op hun beurt de toekomst van de informatietechnologie zelf zullen veranderen, of dat nu gebeurt in de vorm van biochips of van op DNA gebaseerde computersystemen, of, wie weet, in de vorm van een nieuwe communicatietechnologie die gebaseerd is op een combinatie van die twee.

Het is nu duidelijk dat de hele digitale revolutie slechts de eerste fase is van een nog veel groter en langduriger proces. Als je denkt dat de revolutie voorbij is, bereid je dan maar voor op de volgende schok, wanneer de informatietechnologie volledig samensmelt met en omgevormd wordt door de biologische revolutie.

In de eerste fase wordt de biologie radicaal veranderd door de informatietechnologie. In de volgende fase wordt de informatietechnologie radicaal veranderd door de biologie. En vervolgens zal ook de economie radicaal veranderen. Deze revoluties vormen samen een keerpunt in de menselijke geschiedenis.

De huidige onrust op de aandelenmarkten is bijzonder pijnlijk. Maar het zal uiteindelijk niet meer blijken te zijn dan een kleine oneffenheid in de vroege geschiedenis van de nieuwe economie van de 21ste eeuw.

Alvin en Heidi Toffler zijn de auteurs van internationale bestsellers als The Third Wave, Future Shock,Powershift en Creating a New Civilization. Hun bedrijf, Toffler Associates, adviseert bedrijven en overheden in vele landen.

© 2001, Alvin Toffler. Herdruk met toestemming van The Wall Street Journal. Gedistribueerd door het Los Angeles Times Syndicate International.

Vertaling: Menno Grootveld