IMF geeft economische prognoses politiek tintje

De prognoses van het IMF hebben dit jaar een politiek tintje: ze construeren het argument dat de Europese Centrale Bank er goed aan doet snel de rente te verlagen.

Europa moet een deel van de oplossing zijn, niet een deel van het probleem. Dat is de boodschap die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) geeft in zijn jongste samenvatting van de vooruitzichten voor de wereldeconomie. Uit die World Economic Outlook blijkt dat de internationale economie over de gehele linie een verzwakking doormaakt, die wordt aangevoerd door de Verenigde Staten.

In lijn met de consensus die op dit moment op de financiële markten bestaat, voorspelt het IMF dat de economie van de VS dit jaar met 1,5 procent zal groeien, na een expansie van 5 procent vorig jaar. Maar die abrupte vertraging (oktober vorig jaar voorzag het IMF nog 3,2 procent groei voor de VS in 2001) blijft niet beperkt tot de VS zelf. Japan valt terug van 1,7 procent in 2000 tot 0,6 procent dit jaar. En de eurozone moet terug van 3,4 procent groei naar 2,4 procent groei dit jaar. Die laatste veronderstelling is lager dan de prognose van 2,8 procent groei die de Europese Commissie woensdag gaf voor de eurozone.

Het verschil in inschatting van 0,4 procentpunt lijkt marginaal, maar is in werkelijkheid veelbetekenend. De snelheidslimiet van de euro-economie wordt doorgaans geschat op tussen de 2,5 procent en 2,75 procent. Dat wil zeggen dat de economie met zo'n tempo kan groeien zonder dat er inflatiedruk optreedt. De snelheidslimiet, of potentiële groei, zegt samen met de voorspelde groei veel over het economische en monetaire beleid dat moet worden gevoerd.

Is de prognose voor de economische groei lager, dan is een stimulerend beleid op zijn plaats, verondersteld dat de huidige inflatie naar tevredenheid is. De prognose van het IMF voor de euro-economie is dat de inflatie dit jaar 2,3 procent zal bedragen en zal terugvallen naar 1,7 procent volgend jaar.

Samen met een prognose van 2,4 procent economische groei vlak onder de snelheidslimiet is de boodschap duidelijk: de Europese Centrale Bank heeft ruimte voor een verdere verlaging van de rente. Chef-econoom Michael Mussa zei dat gisteren bij de presentatie van de World Economic Outlook ook duidelijk. ,,De balans was een maand geleden al in het voordeel van een verlaging van de rente. Eén of twee renteverlagingen zouden geëigend zijn.'' Waarmee het IMF impliciet zijn voorkeur uitsprak voor een verlaging door de Europese Centrale Bank van de rente van 4,75 procent nu tot zo'n 4,25 procent.

Met zo'n renteverlaging, die de ECB gisteren overigens opnieuw naliet, zou de euro-economie een extra bijdrage leveren aan de wereldwijde economische groei die het nu nalaat. Mussa wees erop dat de binnenlandse vraag in de eurozone in het zelfde tempo groeit als het bbp zelf. Volgend jaar blijft de groei van de binnenlandse vraag zelfs wat achter. Dat betekent dat de euro-economie in feite een beroep doet op de vraag buiten de eurozone. Terwijl een bijdrage aan het economisch herstel wereldwijd juist zou moeten bestaan uit het overschrijden door de binnenlandse vraag van de groei van de totale economie, waardoor invoer de extra vraag zou bevredigen. Zo zou de eurozone als consument fungeren die de uitvoer van derde landen lees: de VS stimuleert.

Mussa ging niet zo ver de vergelijking te maken met de VS tijdens en in de nadagen van de Azië-crisis. Toen fungeerde de Amerikaanse economie als `de laatste consument' die via invoer de wereldeconomie op peil hield. De Aziatische crisis-economieën hadden samen een bruto binnenlands product van zo'n miljard dollar. Nu is het de Amerikaanse economie die hapert, en die is tienmaal zo groot.

De Europese lezing van de economie staat zo'n actieve rol ook niet echt toe. Volgens de ramingen van de Europese Commissie groeit de euro-economie met 2,8 procent dit jaar. Dat is licht boven de snelheidslimiet, waardoor het IMF-argument voor een versoepeling van het monetaire beleid vervalt: bij een groei die licht boven de potentiële groei ligt, is een renteverlaging helemaal niet zo vanzelfsprekend meer.

Zo bezien ligt er een wereld van verschil in slechts 0,4 procentpunt economische groei het verschil tussen wat het IMF en wat Brussel dit jaar in de eurozone verwachten. En worden zelfs macro-economische prognoses deel van het internationale politieke proces. De binnenkort bij het IMF vertrekkende Mussa, die nooit een blad voor de mond neemt, werd gisteren gevraagd of de druk voor een renteverlaging in Europa niet te expliciet aan het worden is. ,,Wij noemen dat geen inmenging'', zei hij. ,,Wij noemen het surveilleren.''

    • Maarten Schinkel