Gezocht: bouwer van onderzeeboten

President Bush kondigde aan Taiwan te helpen bij de aanschaf van onderzeeërs. Waar die vandaan moeten komen weet niemand.

Het was het pièce de resistance van de lijst wapensystemen die de Amerikaanse president George Bush deze week aan Taiwan beloofde te leveren: acht dieselelektrisch aangedreven onderzeeboten. De Verenigde Staten, aldus Bush, zouden de eilandstaat ,,helpen'' bij de aanschaf van de boten.

Die `assistentie' was een noodzakelijke toevoeging, want de VS beschikken niet over moderne ontwerpen voor dit type onderzeeër. Pentagon-woordvoerder Craig Quigley had de oplossing: ,,Er zijn goede ontwerpen out there.'' En hij noemde Nederland, Duitsland en Italië. Mis: de Nederlandse en Duitse regeringen maakten onmiddellijk duidelijk hieraan niet te zullen meewerken. En Italië bouwt alleen Duitse onderzeeërs in licentie. Dus wie gaat ze dan bouwen? Dat is de 1,1 miljard dollar-vraag.

Dat Europese landen liever geen onderzeeboten leveren aan Taiwan is gemakkelijk uit te rekenen. De transactie levert naar Amerikaanse opgave 1,1 miljard dollar op. Dat is nog een optimistische schatting. Volgens de gangbare stukprijs van zo'n 500 miljoen, gaat de transactie vier miljard kosten. Zet daar tegenover, in het geval van Nederland, de huidige en toekomstige belangen van Philips, Unilever en de grote banken in de Volksrepubliek China, en het profijt van een eenmalige onderzeeboot-deal verbleekt.

Mogelijke uitzondering binnen de Europese landen is Frankrijk. Hoewel China het land een politieke en economische prijs heeft laten betalen, verkocht Frankrijk al eerder voor miljarden wapens aan Taiwan: zestig Mirage 2000's en zes fregatten van de La Fayette-klasse. Als Frankrijk Taiwan onderzeeërs wil leveren is daar geen Amerikaans fiat of bemiddeling voor nodig.

Buiten Europa worden ook dieselelektrische onderzeeboten gebouwd, maar dat zijn zonder uitzondering geen eigen modellen. Australië maakt een Zweeds model, Brazilië en Zuid-Korea hebben licentie-rechten van de Duitse werf Howaldtswerke-Deutsche Werft, HDW. Er is geen toestemming voor levering aan derden.

Ook Rusland maakt onderzeeboten voor de eigen marine en de exportmarkt. En daarbij wordt niet al te nauw op de diplomatieke correctheid gekeken.

Vervolg Onderzeeboot: pagina 16

VS bouwden zelf in 1960 laatste onderzeeër

Vervolg van pagina 13

Zo werd Zuid-Korea een aantal onderzeeërs aangeboden om de uitstaande schuld te vereffenen. Maar ook van Rusland is niet te verwachten dat het de strategische relatie met China op het spel zet. Een tweede mogelijkheid die de Amerikanen Taiwan leken te offreren was dat VS-werven zélf de acht onderzeeboten zouden bouwen. Maar de VS bouwden in 1960 hun laatste dieselelektrische onderzeeboot. Nucleaire voortstuwing was toen de toekomst.

De nucleaire marine-lobby heeft sindsdien de bouw van goedkope niet-nucleaire onderzeeboten tegengehouden, ook ten behoeve van de exportmarkt. De Amerikaanse belastingbetaler kon maar beter niet weten dat marginaal minder capabele diesel-onderzeeërs voor een kwart van de prijs van een nucleaire boot op Amerikaanse werven konden worden gebouwd.

Dit was een van de redenen voor de jarenlange vertraging die de Rotterdamse onderzeebootbouwer RDM Submarines ondervond bij de bouw van twee Moray-onderzeeërs voor de Egyptische marine op de Ingalls-werf in Pascagoula, Mississippi. Deze boten worden met een Amerikaans combat-system uitgerust, omdat de Amerikaanse overheid de transactie financiert.

Maar ook de bouw van Amerikaans-Nederlandse boten voor Taiwan is geen optie. De Nederlandse regering heeft laten weten ,,directe èn indirecte'' verkoop uit te sluiten. Daarbij: een woordvoerder van RDM Submarines zegt ,,niet tevoren geconsulteerd'' te zijn.

Begin jaren negentig probeerde HDW de Duitse regering te bewegen de bouw van zes onderzeeërs op een Amerikaanse werf toe te staan. De Duitse regering verbood de bouwplannen. Ook nu haastte een woordvoerder van HDW zich te zeggen dat het Duitse regeringsbeleid een deal ,,niet toestaat.''

De derde optie: tweedehands boten waarover Europese bouwers niets hebben te zeggen. Maar ook die mogelijkheid valt af. Alleen Israel heeft kort geleden drie boten afgestoten die op de markt worden aangeboden. Maar die worden door een marine-analist ,,te klein en te oud'' genoemd.

Geconfronteerd met de onmogelijkheid om met andermans onderzeeboten Sinterklaas te spelen, meldde de woordvoerder van het Witte Huis, Ari Fleischer, dat de Verenigde Staten niks beloofd zouden hebben ,,als we niet geloofden dat we voor hun productie konden instaan.'' De nauwkeurige specificatie – 1,1 miljard dollar – van de voorgenomen transactie suggereert op zijn minst dat de Amerikanen hun huiswerk hebben gedaan. Toch lijkt de Volksrepubliek China zich voorlopig over de levering geen zorgen te hoeven maken.

    • Menno Steketee