Fruitige seks voor beginners

Over het vrouwelijk orgasme lees je weinig in jeugdboeken. En al helemaal zeldzaam is de beschrijving van zo'n hoogtepunt vanuit een vrouwelijk perspectief. Dat een boek waarin dat nu eens wèl gebeurt, Wild Vlees van de Vlaamse schrijfster Marita de Sterck, deze week de `Gouden Zoen' heeft gewonnen, de Nederlandse prijs voor het beste boek voor de lezers van 12 tot 16 jaar, schenkt voldoening.

Het is des te opmerkelijker omdat de hoofdpersoon van het boek eigenlijk de 17-jarige jongen Max Vereken is. Dat we desalniettemin toch vanuit het standpunt van de vrouw – de moeder van Max wel te verstaan – het orgasme beschreven krijgen, toont al aan dat in dit jeugdboek de nodige perspectiefwisselingen voorkomen. Dat komt omdat Wild Vlees niet alleen een boek over seks is, maar ook over de dood, over elkaar opvolgende generaties en over de teelt van hardfruit, vooral de appel, de belangrijkste vrucht van het noordelijk halfrond.

Wild Vlees is een Belgisch geil geschreven boek. Belgisch geil bezigt, althans in mijn Nederlandse ogen, vaak een wat sappiger, fruitiger, verhullender taal als het om de beschrijving van de lichamelijke liefde gaat. Het is exotischer en zinnenprikkelender dan Nederlands geil, dat botter is, en eerder geneigd het geslachtelijke met drieletterwoorden aan te duiden.

Als Max en zijn vriendin Linde aan het eind van het boek, nadat we de nodige ellende hebben meegemaakt, `het' voor de eerste keer doen, lezen we: `Zijn vingers trilden tot Linde ze tussen de hare nam en ze één voor één zoende. Haar hand gidste hem, het duurde even voor hij de verborgen plek vond, het mysterieuze kruisje op de schatkaart, glanzend, rood, niet binnen en niet buiten. Even was hij bang. Héél even had hij het griezelige gevoel dat als hij in dat wilde vlees zou afdalen hij er nooit meer uit zou komen.'

Wetensdorst

Kijk, dat lees je graag als puber. De mysteries van leven en seks gloeien op die leeftijd heter dan ooit, en je wetensdorst is niet te stillen. Ik zou als puber dit boek denk ik wel gewaardeerd hebben, ook al omdat het mysterie van het vrouwelijk orgasme, zoals gezegd, beeldend verwoord wordt in de passage waarin we lezen hoe Max ouders `het' voor het eerst doen. `Kort na middernacht stegen ze op naar hun zevende hemel. Hoe lang had het geduurd? Anne wist dat het niet langer kon zijn dan de tijd nodig om een ei zacht te koken. Zo voelde ze zich ook, als een zacht ei, vloeibaar en warm, een beetje bibberig.'

Een beetje bibberig. Dat is ook mijn oordeel over het boek. Want anders dan de volwassen jury, die onder voorzitterschap van bijzonder hoogleraar leesgedrag Dick Schram, juichend is over de vele `spiegelingen, parallellen en dubbele betekenissen' in Wild Vlees, is dat nu juist een groot bezwaar. Het is too much.

De woordencombinatie `wild vlees' bijvoorbeeld slaat niet alleen op, zoals we al zagen, het vrouwelijk geslachtsorgaan, maar ook op de eigenaardigheid in Max' familie dat wonden bijna altijd littekens opleveren met echt `wild vlees'. Bovendien zijn Max en zijn vriendin metaforisch gesproken wild vlees: ze hunkeren naar het zinnelijke samenzijn, de geneugten des vlezes. En dat geldt net zo goed voor Max' ouders en voorouders, die via flashbacks tot in het derde geslacht ten tonele worden gevoerd: ook zij behoren tot het `wild vlees'.

De appel valt niet ver van de boom, dat is ongeveer de boodschap van dit boek. En ook dat beeld wordt weer haast uitentreuren gebruikt. Max stamt namelijk uit een geslacht van appeltelers, dus krijgen we veel passages over Schotse Eva's (Eva! De appel!) en andere appelsoorten, hoe de bomen elkaar kruisbestuiven, hoe je appelbomen enten moet. Max groeit uit tot een boom van een kerel, bomen worden omhelsd, lichamen met appels vergeleken, een van de oma's of overgrootmoeders heet Pitta, appels met pitta. En zo buitelen de beelden en betekenissen maar over elkaar heen.

Het komt allemaal wat gezocht over. Net zoals de hoofdlijn in het verhaal: Max (17) valt tijdens een trektocht met vrienden en vriendinnen in de Zwitserse alpen. Hij verwondt zich ernstig (`dat wordt wild vlees') en zijn kompas, een cadeau van opa, slaat stuk op de rotsen. We begrijpen later dat Max zijn kompas verliest op het moment dat diezelfde geliefde opa sterft. Parallel! Als hij gewond thuis komt is hij woedend op zijn ouders, dat ze hem al begraven hebben, zonder dat hij hem nog kon zien. De woede en angst van Max komen voort uit de aanvankelijk onbegrijpelijke angst dat zijn grootvader misschien levend begraven is.

Telefoontje

Pas later begrijpen we, via een flashback, dat een van zijn overgrootmoeders (Pitta) wel eens levend begraven zou kunnen zijn, en dat mysterie blijkt nog steeds in de familie te spoken. Vandaar dat zijn moeder heeft overwogen om een mobiel telefoontje in de kist te stoppen, zodat opa — mocht hij nog leven — even kon melden dat hij ten onrechte onder de grond was gestopt.

Zoals gezegd, mij komt het wat gekunsteld over, maar de Gouden Zoen-jury noemt het `eigentijds en intrigerend'. De koude kant van dit boek – de constructies, de spiegelingen — overwoekeren goeddeels het warme verhaal dat verteld wil worden — over liefde en leven, seks en dood. Het boek is behalve een verhaal over een jongen die, zoals de jury zegt, een verlies lijdt en een liefde wint, ook een literair-theoretische trukendoos.

Dat de auteur, volgens de flaptekst, docent literatuur, jeugdliteratuur en antropologie aan de bibliotheekschool in Gent is, wekt dan ook geen verbazing. En dat de jury dit boek tot het `beste jeugdboek' uitroept, is al evenmin een wonder, als je de algemene inleiding van het juryrapport leest. De jury constateert verheugd dat er steeds meer jeugdboeken voor lezers boven de 15 jaar op de markt komen. En de `tendens tot literarisering, die de hele jeugdliteratuur kenmerkt' komt ook bij deze 15+ boeken nadrukkelijk naar voren. Met deze `adolescentenliteratuur' kan in het onderwijs het `domein literaire theorie behandeld worden en zeer zeker kunnen leesbeleving en smaakontwikkelingen op het gebied van fictie, primair aandachtspunten van het literatuuronderwijs, worden verkend en verrijkt.'

Het winnende boek is door de Gouden Zoen-jury dan ook nadrukkelijk met een educatief doel gekozen. Want: `de mogelijkheden die deze adolescentenliteratuur biedt voor het onderwijs [...] zijn zeker nog niet ten volle benut.' Voor literaire docenten is Wild Vlees dus een zegen. Waarmee niet gezegd is dat lezende pubers er niks aan hebben: ze kunnen het boek scannen op geile passages.

Marita de Sterck: Wild Vlees. Querido, 170 blz. ƒ29,95

    • Paul Steenhuis