Dom, dom, dom

,, Je bent dom, opa', zegt Linda als ze mij ziet stuntelen met een computerspelletje dat ze zelf achteloos uit haar polsje klikt. ,, Maar Linda', is mijn verweer, ,,ik heb een gymnasiumdiploma, een universitaire opleiding en ik werk voor de intellectueelste krant van Nederland. Kun je zo iemand dom noemen?' Bijna had ik eraan toegevoegd dat ik seizoenkaarthouder van Ajax ben, maar dat argument weet ik binnen te houden. Linda blijkt niet te overtuigen, hoewel ze wel enige twijfel vertoont.

We gaan wat anders doen, we gaan ganzenborden. Je hebt van die dagen dat alles tegenvalt. Binnen de kortste keren zit ik in de put en ook bij het tweede spelletje beland ik daar. Ik stel Linda voor om een `drie' te gooien zodat zij ook in de put komt en ik eruit kan.

Het voorstel wordt verworpen, maar dat is niet het ergste. Ze kijkt mij aan met de blik van iemand die niet meer twijfelt. Haar vermoedens zijn zekerheid geworden.