De sigaret die alles verbindt

Een sigaret is een bindende factor in Jens Christian Grøndahls nieuwste roman `Virginia', over liefde en oorlog. `Ik schrijf alsof ik luister naar muziek.'

,,Liefde en verlangen vormen het hart van de literatuur,' zegt de Deense schrijver Jens Christian Grøndahl (1959). ,,Je schrijft niet over wat je bezit, gelukkige mensen schrijven niet. Gemis is de werkelijke tragiek van het leven.' Grøndahl woont in Kopenhagen. Regelmatig verblijft hij aan de Noordzeekust, in het wijde Jutland met de kustlijn als verre horizon. ,,Het besef dat de tijd voorbijgaat heb ik altijd als een ontgoocheling beschouwd. De mensen die ik beschrijf zijn gevangen in hun verhoudingen, gevangen in hun verlangen naar vervulling.'

In zijn nieuwste, poëtische vertelling Virginia ontmoet een verlegen jongen met stug, weerspannig haar en benig lichaam een meisje dat een paar jaar ouder is. Ze heeft waaiend blonde lokken. Het liefst fietst hij achter haar, dan vangt hij onder de zoom van haar jurk `een glimp op van haar knieholten'. Grøndahl schrijft: ,,Hij had nog niets met meisjes te maken gehad, in feite zo goed als niets. Hij kon niet naar hen kijken zonder zich verloren te voelen.' Het meisje is afkomstig uit de stad, Kopenhagen. Tijdens de oorlog verblijft ze in het zomerhuis aan de kust van een rijk, kinderloos echtpaar. Daar komt het jongetje ineens opdagen. Hij is van eenvoudige komaf. Er ontspint zich een beklemmende intrige, door Grøndahl met ingetogen raffinement verteld. Elke zin moet zorgvuldig geproefd worden. Een op het eerste gezicht onschuldig geformuleerde regel kan een dramatische wending aan de novelle geven.

Begin dit jaar verbleef Grøndahl voor het Internationaal Filmfestival korte tijd in Rotterdam, dat hij een `masculine, robuuste' stad noemt in tegenstelling tot `tedere, historische steden' als Amsterdam of zijn eigen woonplaats. Hij nam zitting in de jury van de Tiger Award. In nauwkeurig geformuleerd Engels bekent hij te houden van `fully packed movietheaters', zoals hij die tijdens het Filmfestival aantrof. Voordat Grøndahl besloot zich aan het schrijven te wijden - Virginia is zijn twaalfde boek -, was hij betrokken bij film en toneel. Hij volgde de filmschool, leerde er monteren en cutten. ,,De fysieke ervaring van het monteren van een film, het snijden van scènes, heb ik als een grote zegen ervaren voor mijn schrijverschap. Ik kreeg toen het idee wat een verhaal is, wat het vertellen van een verhaal inhoudt en hoe je moet proberen scènes en gebeurtenissen op te roepen, zonder ze te verklaren. Ieder mens draagt een geheim in zich, dat nooit ontsluierd wordt. Je wordt wie je bent door het vertellen van je levensverhaal. Door de woorden die je kiest, door het perspectief, interpreteer je je leven. Mijn personages houden nooit op verhalen te vertellen, dus ze houden nooit op met interpreteren. Er bestaan geen `finale antwoorden'. Altijd is er een verborgen waarheid, iets dat je niet weet. Dit weerspiegelt ook mijn werkwijze: ik wil altijd meer verbergen dan onthullen.'

Ontreddering

In de foyer van het Rotterdamse hotel waar Grøndahl verblijft, ruist het van de drukte. Het schijnt hem niet te verhinderen om met kalme overtuiging zijn zienswijze uiteen te zetten. Hij is een voorbeeldig beschouwer en analyticus van zijn eigen werk. Als gemis het hart is van de literatuur, dan is zijn boek Stilte in oktober daarvan een sprekende uitwerking. Het vertelt het relaas van een man wiens vrouw er opeens vandoor is. Met medeneming van hun gezamenlijke creditcards. Aan de wekelijkse afschriften leest de verlaten man thuis af waar zij is, in welke dure winkels ze geld uitgeeft, welke restaurants ze bezoekt en in welke hotels ze verblijft. Soms niet eens alleen. De nuchtere, zakelijke transacties roepen bij de man herinneringen en dromen op. Hij beeldt zich in dat hij met haar meereist. In scènes die met een majesteitelijke rust worden verteld, groeit de ontreddering van de echtgenoot.

En als het zo is dat in iedereen een verborgen waarheid schuilt, dan is Grøndahls omvangrijke roman Lucca daarvan een toonbeeld. De gelijknamige hoofdpersoon uit het boek, een toneelspeelster, raakt door een ongeval haar gezichtsvermogen en flarden van haar geheugen kwijt. Langzaam keert het verleden weer terug dankzij de verhalen die de arts haar vertelt, verhalen die hij weer ontleent aan gesprekken met haar ex-man, met haar regisseur en anderen die zij heeft gekend. Zij begint te leven in een verteld bestaan.

Zowel Stilte in oktober en Lucca zijn in hoge mate romans over kunst. Film, literatuur, muziek en theater nemen een belangrijke plaats in. Zo treedt de actrice Lucca op in de titelrol van Freule Julie door Strindberg. Op de achtergrond, als een waardige soundtrack, klinken in Grøndahls romans uitsluitend symfonieën. Die van Mahler, Grieg, Sibelius, Beethoven. Tijdens zijn verblijf in Rotterdam maakte Grøndahl een uitstapje naar Amsterdam om daar in het Concertgebouw een uitvoering van een symfonie van Sjostakovitsj bij te wonen.

Zijn volgende uitspraak, namelijk dat hij zijn personages graag in een turmoil van gebeurtenissen plaatst, komt overeen met de verhaallijn van Virginia. In de niet meer dan de honderd bladzijden die de novelle telt, speelt zich een bijna klassiek drama af van noodlot en schuld. In de buurt van het zomerhuisje wordt een Engels vliegtuig, een bommenwerper op weg naar Kopenhagen, door Duits afweergeschut neergehaald. De piloot weet met zijn valscherm te ontkomen. Het meisje, verliefd op de piloot, verbergt hem in het bos. Zij weet niet dat de jongen haar volgt. De jongen wijst, ongewild, twee Duitse soldaten de weg naar de schuilplaats van de Engelsman. Die jongen ontvangt vijftig jaar later een brief van een oudere vrouw, het meisje van toen. Zij schenkt hem de ijzeren sigarettendoos van de piloot. Erin zit één sigaret van het merk Virginia, waarmee de titel is verklaard. Ineens beseft de man welk aandeel hij heeft gehad in het `verraad' jegens de Engelse piloot, die een krijgsgevangene geworden is.

Het geheim van het meisje, namelijk waarom ze hem op afstand hield, wordt op die laatste bladzijde ontsluierd. Grøndahl geeft een vitale wending aan het eind; er staat over de sigaret: ,,Hij smaakte natuurlijk niet lekker, volkomen ingedroogd als hij was. Ik hield hem tussen mijn vingers en zag de rook omhoog dwarrelen als een doorzichtig lint, dat zich met spiralen en lussen in de weerschijn van de avondzon slingerde.'

Symbolische rook

,,Die `rook' aan het eind van Virginia,' verklaart Grøndahl, ,,is natuurlijk symbolisch. Het betekent dat het verhaal ten einde is, in rook opgaat. Het slot van een boek ervaar ik als een heiliging en een bevrijding. Het verhaal is verteld en je kunt het achterlaten. De raadsels uit het verleden zijn opgelost. Dankzij die ene sigaret valt alles op zijn plaats. In tegenstelling tot Lucca is Virginia geen vertelling over de kunst, het gaat over ontluikende liefde in een prille jeugd. In Lucca wilde ik juist wél de kunstwereld van het theater en de film beschrijven, want in die artistieke setting worden tegenwoordig de vragen gesteld die er werkelijk toe doen. Namelijk de vragen naar individualiteit, persoonlijkheid en vrijheid. De kunstenaar is de held van deze tijd, waarin religie en zekerheden hun plaats hebben verloren. De kunstenaar vertegenwoordigt de mythe van de vrijheid. Hij is in staat zijn eigen leven vorm te geven. De vraag naar individuele onafhankelijkheid is nooit zo groot geweest als nu in de West-Europese en Amerikaanse samenleving. Maar dat verlangen naar vrijheid is ook tragisch, pijnlijk. Iedereen lijkt behept met een onstilbare honger naar geluk. We leven in een permanente staat van onmiddellijke inlossing van onze drang naar geluk, naar verzadiging. Ook in die zin is Lucca een tragisch personage, want door haar blindheid kan ze niet deelnemen aan het leven. Zij is afhankelijk van de visuele sensitiviteit van anderen. Ik heb een registrerend oog, alsof ik kijk door een filmcamera. Ik zie de plaats van handeling scherp voor me. Omgeving is doorslaggend voor het karakter van mijn personages. Het lege land van West-Denemarken blijkt de ideale locatie voor een verhaal als Virginia vol geheimzinnigheid, sporen in het zand, bossen om iemand te verbergen.

,,Hoewel ik mijn personages onder grote psychische druk breng, wil ik niet dat mijn stijl ook onder hoogspanning komt te staan. Vorm en inhoud wil ik scheiden. Er zijn auteurs die bij snelle passages ook `sneller' of geagiteerder gaan schrijven, met kortere zinnen. Ze plaatsen uitroeptekens. Ik wil het tegendeel. Ik creëer een contrast tussen het drama van de scène en de ingehouden beheersing van de stijl. Daardoor ontstaat er een grotere spanning. Aan de filmacademie leerde ik cutten. Van Marcel Proust, die ik hogelijk bewonder, leerde ik lange passages te schrijven, blokken van taal. Daarom komt er in mijn roman zo weinig dialoog voor.'

Zonder dat hij het beseft, beantwoordt Grøndahl een van mijn klemmendste vragen: hoe kan het dat iemand in boeken van meer dan driehonderd bladzijden, zoals Lucca, geen enkel gesprek plaatst? Ook in Stilte in oktober ontbreekt de dialoog. Virginia wijkt af van dit stramien. Het laatste hoofdstuk van amper tien bladzijden opent met de zin: ,,Het gesprek verliep verrassend soepel aan tafel.' Een echt gesprek wordt het echter niet, meer een monoloog. Desalniettemin blijft het opmerkelijk dat een auteur voor wie film en toneel zoveel betekenen, de dialoogvorm bijna halsstarrig vermijdt.

,,Ik gebruik zo weinig de directe rede omdat elk verhaal dat mijn personages vertellen een herinnering is,' vervolgt Grøndahl. ,,Ze blikken terug in de tijd. Er zijn daardoor twee verhalen: het herinnerde verhaal en het verhaal van hun huidige werkelijkheid. Daarin past niet de dramatisering door de dialoog, hoogstens de indirecte rede. In Virginia herinnert de verteller zich de gebeurtenissen van vijftig jaar geleden in een warme oorlogszomer. Nu, in de tijd van de novelle, is hij een oude man. Aan het slot komen de twee lijnen samen. Ik geloof dat mijn schrijven heel meditatief is. Ik schrijf alsof ik luister naar muziek. De muziek speelt zich af in mijn hoofd. Ik hoor de zinnen, de woorden. In die toewijding ontstaat het verhaal als een stroom, die ik niet wil onderbreken. Die meditatieve houding is noodzakelijk voor mij om het boek in balans te houden tussen dat wat ik prijsgeef en dat wat ik verhul. Het verleden is even onbegrepen en geheimzinnig als de toekomst. Voor mijn personages is het verleden altijd duister en dreigend, er is iets gebeurd waarvan ze de ware toedracht proberen te achterhalen. Hoe alomvattend groots de oorlog ook is, je kunt de beklemming van die tijd goed weergeven in het eenvoudige verhaal over een jongen, meisje, Engelse piloot, twee Duitsers en een sigaret die de man, als het koekje bij Proust, terugbrengt naar zijn eerste verliefdheid. Maar dan moet hij die sigaret wel roken. Die sigaret verbindt alles en iedereen. De bevrijders brachten sigaretten mee. En mijn hoofdpersoon herinnert zich zijn kortstondige jeugd en het meisje, dat uit zijn leven is verdwenen. Nu roept hij haar terug. Ze leeft weer voor de duur van het verhaal. Het gemis is vervuld.'

Jens Christian Grøndahl: Virginia. Een vertelling. Vert. Gerard Cruys. Prijs fl 24,90. Uitg. Meulenhoff. Ook Stilte in oktober en Lucca verschenen bij Uitgeverij Meulenhoff.

    • Kester Freriks