De Grave blijft aan na motie

Minister De Grave (Defensie) heeft gisteren aan het eind van het Kamerdebat over de vuurwerkramp in Enschede `na een moeilijke afweging' besloten aan te blijven.

De bewindsman was op de valreep in het nauw gebracht door een motie van afkeuring, die was ingediend door de oppositiepartijen CDA, GroenLinks en ChristenUnie en die de steun had van SP en SGP, bij elkaar goed voor 53 zetels. Nadat hij zich had verzekerd van de `solidariteit' van de rest van het kabinet zei hij aan te blijven.

De Grave was aan het eind van het drie dagen durend debat vrij plotseling het mikpunt van kritiek geworden door de rol die zijn departement heeft gespeeld in de aanloop tot de vuurwerkramp, die vorig jaar op 13 mei aan 22 mensen het leven kostte, bijna duizend mensen verwondde en een woonwijk wegvaagde. De Grave had woensdag, tijdens het ruim tien uur durende antwoord van de acht betrokken bewindslieden nog eens gesteld dat hij tot de ramp niet van het bestaan van het bureau Advisering Milieuvergunningen wist. Dat bureau, dat onder Defensie ressorteert, moest gemeenten adviseren over de verstrekking van vergunningen aan vuurwerkbedrijven en had een controlerende taak.

Eerder in het debat had De Grave al aangegeven niet uit zichzelf op te stappen, omdat hij er van overtuigd is het vertrouwen van de burger in de veiligheid te kunnen herstellen door `beleid, maatregelen en inzet'.

De Grave voelde zich gesteund door zijn collega's, die één voor één lieten weten in elk geval te zullen blijven zitten. Daarbij kwam dat een geïrriteerde minister De Vries (Binnenlandse Zaken) nog eens benadrukte dat `er geen rangorde' zit in het falen en de feilen van de verantwoordelijke departementen. Er is dus ook geen minister of staatssecretaris van VROM, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Volksgezondheid of Binnenlandse Zaken meer of minder fout geweest dan een ander, aldus De Vries.

De Grave zei aan het eind van een steeds venijniger wordend debat dat hij nog steeds voldoende vertrouwen veronderstelt in de Tweede Kamer, gezag en vertrouwen bij en van de burger heeft en bovendien energiek genoeg is om zijn werk te blijven doen. Belangrijk daarbij is een nieuwe cultuur op zijn ministerie te introduceren, waarbij `verkokering' uit den boze is. Een marginaal bestaan als dat van het bureau AMV is volgens hem nu niet meer denkbaar.

D66-woordvoerster Scheltema-de Nie heeft van meet af aan de ministers en staatssecretarissen voorgehouden de eer aan zich zelf te houden, maar zei uiteindelijk `geen argumenten' te hebben om iemand weg te sturen.

ACHTERGROND: pagina 2

HOOFDARTIKEL: pagina 7