Dansen met de Mexicaanse superman

Op de Berlijnse biënnale voor hedendaagse kunst wordt afscheid genomen van de kunstenaar als Genie.

Op de pas geopende tweede biënnale van Berlijn toont de Berlijnse kunstenaar Christian Jankowski in een donker zaaltje van Kunst-Werke Berlin, een van de vier tentoonstellingsplaatsen van de biënnale, korte filmpjes waarin hij op komisch-didactische wijze de sprookjes van de kunstwereld op de hak neemt. In een zo'n filmpje zien we hoe een jonge vrouwelijke kunstenaar haar expositiemogelijkheid verliest doordat ze de ongewenste intimiteiten van haar galeriehouder met een welgeplaatst knietje afbreekt. Sadder but wiser richt ze zich tot het publiek en declameert: ,,De kunstenaar als Genie is een 19e-eeuwse uitvinding. Het is een mythe, net als het idee van de Vrije Kunstenaar. De Vrije Kunstenaar bestaat niet. Als ik de loterij win, dán kan ik misschien een vrije kunstenaar zijn.''

Nee maar! Kort geleden lazen we in Vrij Nederland nog dat de kunstenaar juist een héél bijzonder mens is. De meest eigentijdse kunst, beweerden de Nederlandse kunstenaars Moniek Toebosch, Gijs Müller, Stef Kolman van het duo Kkep en galeriehouder Hans Gieles, is kunst die wil communiceren met de wereld, maar dat kan ze niet zonder de kunstenaar. Het is, vonden zij, de kunstenaar die het kunstwerk inhoud geeft, niet zozeer door wat hij maakt, maar door het verhaal dat hij erbij levert. Dat is als vanzelf een bijzonder verhaal, want een kunstenaar is niet zomaar een mens, maar een persoonlijkheid in dienst van de kunst. En in deze tijd natuurlijk ook van de publieke aandacht. Of, zoals Gijs Müller zei: ,,Ik ben heel jong en zo ongegeneerd van deze tijd dat ik bereik het belangrijkste vind. Want de inhoud blijf je toch zelf.''

Het artikel bracht, ondanks de sensationele opmaak, geen nieuws. We weten al heel lang dat de kunstenaar het kunstwerk zelf is, want in geen enkele andere kunst, zelfs niet in de architectuur, wordt daar zo kritiekloos op doorgeborduurd als in de beeldende kunst. Ontelbaar zijn de kunstenaars die zich voor hun bijzonderheid beroepen op Duchamp, Beuys en Warhol. Het zou op de Nederlandse kunstacademies zelfs een totale breakdown veroorzaken als iemand daar zich hardop zou afvragen of de uit de Romantiek stammende cultus waarop velen hun idee over zichzelf en hun kunst baseren, de cultus van de Kunstenaar als Genie, zo langzamerhand niet volledig is uitgehold. Toch is het de hoogste tijd voor die vraag, want als er iets is wat de beeldende kunst verlamt en isoleert is het die fabel.

Grote Ego's

De biënnale van Berlijn lijkt de Grote Ego's nu eens aan te willen pakken, want Saskia Bos, directrice van De Appel in Amsterdam, die met assistentie van de in Berlijn wonende Nederlandse tentoonstellingsmaker Waling Boers de biënnale heeft samengesteld, heeft er de titel Beyond the Self voor gekozen. Ze kwam erop, zegt ze in de catalogus, omdat ze voor kunst opteert die verder gaat dan naar zichzelf en de context van de kunstwereld verwijzen. In haar ogen treedt nu een generatie jonge kunstenaars naar voren die niet zo ego-gericht is als de lichting van de jaren negentig, maar die juist naar `Samenwerking, Betrokkenheid en Verbondenheid' streeft. Zij wijst daarbij op de samenwerkingsverbanden die steeds meer kunstenaars met elkaar aangaan en constateert dat een proces gaande is waarbij `een nieuwe subjectiviteit wordt uitgevonden'.

De door Bos gesignaleerde nieuwe mentaliteit wordt in beeld gebracht door 49 kunstenaars uit 31 landen, van Albanië en Litouwen tot China en Kameroen, waarbij aangetekend moet worden dat de meesten in het Westen leven of met westerse kunstenaars samenwerken. Ze zijn veelal tussen de dertig en veertig jaar oud, genieten buiten de inner circle van de kunstwereld nauwelijks bekendheid en presenteren video-installaties, filmpjes, performances en enkele foto's, sculpturen en schilderijen. Het merendeel daarvan is te zien in een vervallen voormalig postkantoor en het fraai gerestaureerde kunstcentrum Kunst-Werke Berlin. Beide liggen dicht bij elkaar in een stadswijk die vroeger bij Oost-Berlijn hoorde, maar nu bekend is als Berlin Mitte. Met zijn tientallen galeries, restaurants en kledingzaakjes is het het Soho van de Duitse hoofdstad.

De video-installatie waarmee de biënnale in het postkantoor opent, Truckbabies van Patricia Piccinini (Sierra Leone/Melbourne), staat mogelijk voor de `Betrokkenheid' waarover Bos het heeft, maar de `enfant-garde'-kunst die in het afgelopen decennium het-kind-in-de-kunstenaar in al zijn facetten naar voren bracht, vibreert er nog stevig in door. Vier monitoren staan rondom twee stukken reuzenspeelgoed: een roze en een blauwe truck van een meter hoog, met laadbakken die golven als jongemeisjesbillen. De associatie is niet toevallig, want op de monitoren verschijnen voortdurend mooie Aziatische pubermeisjes die verkeersregels voorlezen: ,,Let op dat je bij het rechtsaf slaan geen fietsers overhoop rijdt''. Het gegiechel dat daarop volgt versterkt het gevoel getuige te zijn van iets onnozels, het verhaal van de kunstenaar in de catalogus ten spijt. ,,Truckbabies stelt de vraag of wij nog in staat zijn om een scheidslijn te trekken tussen dier en machine en waar wij daarbij zelf staan'', schrijft Piccinini daarin, en omdat dit hoogstwaarschijnlijk geen diepzinnige indruk maakt, voegt ze daaraan toe dat het werk óók nog gaat over de poging om zowel een kritische als een positieve houding aan te nemen tegenover de `verleidelijke consumptiemaatschappij'.

Hoe kritisch is `kritisch' als alles toegedekt wordt door een zoetheid waarbij het glazuur van je tanden springt? Duidt dit er niet op dat de kunst van nu niet weet hoe ze nog kritisch kan zijn? Die vragen bespringen je ook voor de grote plastic zeilen die Manuel Ocampo (Filippijnen/Berkeley) in een klein kamertje heeft opgehangen. Op een ervan staat met grote letters een slogan die wel ontleend zal zijn aan Barbara Kruger, de koningin van de kritische-tekst-kunst uit de jaren zeventig/tachtig: You consume your identity and your identity consumes you. Eronder staat een citaat van Georg Baselitz uit 1995 waarin deze sterk aan zijn Duitse identiteit hangende kunstenaar laat weten geen boodschap te hebben aan `de Mediterrane christelijke ideologie'. ,,Als ik mijzelf afvraag wat mijn origine, mijn achtergrond is'', zegt hij, ,,moet ik zeggen dat het de tuinkabouters zijn in de tuin van mijn buren. Het probleem is dat ze zo vreselijk lelijk zijn omdat hun cultuur verdwenen is. Niemand heeft een traditie van hen gemaakt.''

Interessant, maar gaat u verder, om met Wim T.Schippers te spreken, nu is Ocampo zelf aan zet. Helaas, de kunstenaar weet niet meer te doen dan plaatjes van gnomen, kabouters en rare poppen om de tekst heen te zeefdrukken. Bij het weggaan drukt de bewaking je namens de kunstenaar een plakplaatje in de hand: om jezelf als gnoom van de kunstgemeenschap te tatoeëren, even gevaarloos als Ocampo's kunst.

Politieke correctheid

De keuze voor Ocampo, of in ieder geval voor dit werk van hem, verbaast. Er is de laatste jaren in de kunst zoveel politieke correctheid rondom het begrip Identiteit ontwikkeld, dat een kunstenaar van goeden huize moet komen wil hij er nog een nuance aan toevoegen. Fiona Tan (Indonesië/Amsterdam) doet een poging met een oud, zwart-wit archieffilmpje over de Toearegs dat wandgroot is geprojecteerd en in een loop ronddraait. Het toont een groepje traditioneel geklede Toeareg-kinderen, dat druk in de weer is met poseren voor een groepsfoto. Het is ontroerend om te zien hoe ze, opgedreven door de schokkerige snelheid van het vermoedelijk vroeg 20ste-eeuwse filmpje, springen en vechten om een juiste positie te vinden. Tot het beeld ineens bevriest: de foto is gemaakt, hun beeltenis en alles wat daaraan wordt verbonden, ligt vast. Even maar, want kort daarna begint het beeld weer te lopen en begint het plaats bepalen opnieuw.

In het aangrenzende vertrek wordt het filmpje nog eens getoond, maar dan in spiegelbeeld. Het is een formele ingreep die ons ertoe moet brengen na te denken over de manier waarop wij waarnemen. Maar het was allemaal al zo duidelijk, we waren juist ontroerd doordat we zo bewust zagen wat er gebeurde. Die ontroering wordt nu door verstandelijke overwegingen uitgewist en niets compenseert dat verlies.

Buiten Tan is er vrijwel niemand op deze biënnale die nadrukkelijk met de beeldende middelen werkt. En als het gebeurt dan met flink wat ironie. Jonathan Monk (Groot-Brittannië) bijvoorbeeld heeft een aantal op de rechte lijn gebaseerde tekeningen van Sol LeWitt op film gezet en laat ze nu met hoge snelheid elkaar afwisselen: veel lijnen, weinig lijnen, diagonaal naar links, naar rechts, verticaal, horizontaal, blauw, rood, etc. Ook een abstract schilderij van Gerhard Richter is op die manier van statisch beweeglijk geworden, al kan ik niet zeggen dat dat een verbetering betekent. Maar daar gaat het ook niet om. Monk zet de kunst die naar zichzelf verwijst als een herniapatiënt in een gierende racewagen. En nu maar zien of zijn truc het net zo lang uithoudt als de esthetische theorieën van de ouden die hij bespot.

Geen kunst om de kunst dus, want de nieuwe kunst houdt zich, zoals we hebben gehoord, met de wereld bezig. Maar hoe doe je dat als je geen ideologieën meer hebt om je op te baseren? Hoe denk je dan over moraal? Over onrecht? Over noodzakelijke veranderingen? Dat zijn vragen waar de westerse maatschappij mee worstelt en waar de kunst machteloze gebaren bij maakt. Ze zetten aan het denken over de rol van de kunst en de reikwijdte en impact van haar ideeën.

Bos laat een opgewekt geluid horen. ,,De jonge generatie kunstenaars is optimistisch, positief en bijna utopisch'', schrijft ze, ,,zij wil werkelijk de rol van de kunst veranderen in een meer actieve en open rol.'' Die wens bestond in de jaren zestig en zeventig ook al, onder andere bij Joseph Beuys, maar hij was ingebed in een bijna politiek soort kunstenaars-anarchisme, dat vaker het publiek wegjoeg dan aantrok. Daar is nu geen sprake van. De kunst die op deze biënnale is te zien, is buitengewoon sociaal, vriendelijk en attent: een pleister op de ziel.

Pasolini

Bezoek het filmzaaltje van Joo Penalva (Portugal/Londen). Daar luister je ademloos naar een Japanse verteller, wiens woorden vertaald op het filmdoek verschijnen, onder een ongastvrij berglandschap in donkere grijstinten. Mistflarden trekken voorbij terwijl het verhaal over een behekst meisje vordert en bijna alle personages sterven. Of dein mee met het mooie meisje dat gracieus en vederlicht een motor door het stedelijke landschap van Romeo manoeuvreert, een op Pier Paolo Pasolini lijkende jongeman achterop. ,,Ik wilde iets maken dat dichter bij de werkelijkheid is dan bij de kunst'', zegt de maakster van de video, Elisabetta Benassi (Italië/Rome) in de catalogus, ,,iets waarop de kijker beelden, verlangens en vragen kan projecteren.'' Geen probleem, alleen een calvinist verzet zich tegen zo veel feel good.

Jammer dat in Kunst-Werke Berlin de pasta oneetbaar is in de stand die Dan Peterman (Verenigde Staten/Chicago) daar heeft ingericht. Maar je gelooft best dat er heel veel goede bedoelingen steken achter de gerecyclede houten vlonders met de rij oude ijskasten en de tafels waarop met behulp van flessendoppen stukjes uit een lap deeg worden gestoken. ,,De pasta kan als een `object voor communicatie' fungeren'', licht Peterman toe, ,,maar ook gewoon als deel van gemeenschappelijke maaltijden.'' Precies wat we dachten, zoals het ons in het tijdperk van Bush jr. geruststelt dat de pasta tevens verwijst naar het kunstenaarscollectief dat in Petermans woonplaats, Chicago, experimenteert met utopische samenwerkingsverbanden. Alleen, we staan erbij en kijken ernaar. Waar blijft de Verbondenheid?

Op dan maar naar de vijf boogvormige zaaltjes onder de Jannowitzbrücke waar onder andere Carlos Amorales (Mexico/Amsterdam) is ondergebracht. De kunstenaar wacht ons op in het rood/blauw/gele kostuum van Superbarrio, de Mexicaanse superman die gemaskerd leiding geeft aan politieke demonstraties en de held is van het volk. Amorales heeft zich diens vermomming aangemeten om zo het contact met ons te vergemakkelijken en ons tegelijk aan het denken te zetten over ,,de fysieke en psychologische confrontatie tussen `het zelf' en `de ander'''. Hij deelt met steentjes gevulde, plastic vruchten uit waarmee we ritmisch de luide Latijns-Amerikaanse muziek en het dansen van Superbarrio kunnen begeleiden. Kom, kom, wenkt superman, en warempel, na enige aarzeling dansen we vrolijk met hem mee, terwijl op twee monitoren een man een stevige roffel op zijn blote borst slaat.

En toch knaagt de teleurstelling: is dat alles? Niets dwingt ons om onszelf te bezien, en de ander met zijn masker is al helemaal onbenaderbaar. We zijn hier, onder een brug waarover de Berlijnse metro dendert, in een soort niemandsland terechtgekomen, waar de illusie wordt opgehouden dat je maar een mal pak aan hoeft aan te trekken of jij en de wereld veranderen. Is dit waar de kunst en het verlangen naar openheid zijn uitgekomen? Bij deze naïviteit? Je zou haast denken dat wat Bos het positieve van de actuele kunst noemt, er op neerkomt dat kunst meedraait met een wereld waarin het hele economische stelsel erop gericht is om ons onze emotionele beleving van ons zelf en van de werkelijkheid voor te zetten als een kant en klaar produkt.

Die indruk wordt versterkt door het `troostkamertje' van Alicia Framis (Spanje/Amsterdam). Het is een prachtig van hout gemaakt harem-achtig hokje waar vrouwen (`women only'), liggend op een fluwelen bed, hun zielenleed kunnen deponeren bij een beeldschone, in een fluwelen kamerjas gehulde jongeman. Framis is consequent in haar manieren om onze eenzaamheid aan de orde te stellen, en het werkt: de vrouwen staan in de rij, leed in overvloed. Zoals er ook meer dan genoeg `bereik' (zoals Gijs Müller de wachtlijsten zou noemen) is voor de heuse massagesalon die Surasi Kusolwong (Thailand/Bangkok) met kleurige hangende doeken en kleurige bedden heeft ingericht. Maar het plezier dat we hier krijgen aangeboden, verschilt inhoudelijk niets van wat we al groter en geraffineerder in de wereld buiten het kunstinstituut aantreffen. Je hoeft geen enkel risico te nemen en nergens over na te denken, want niets staat werkelijk ter discussie. En het is hier nog gratis ook.

Waarom komt de kunst met deze gebrekkige imitaties? Voelt ze zich door de machtige illusies die steeds meer onze wereld uitmaken, overtroefd? Ik denk het wel, maar ik denk ook dat ze de oorzaak daarvan allereerst bij zichzelf moet zoeken. Zij heeft zelf bewerkstelligd dat de cultus van de Kunstenaar over het primaat van de verbeelding is heengeschoven. Het kunstwerk als medium dat ons in staat stelt om anders en fijnzinniger te denken en te voelen is in de loop van de afgelopen eeuw verdrongen door een kunstenaar die zijn producten verkoopt op zijn image, net als Nike en Prada. Alleen heeft hij daar, binnen de veilige capsule van de kunstwereld, niet eens over hoeven na te denken.

De kunstenaar is de inhoud niet. Niet hij is bijzonder, maar wat hij maakt, als het tenminste ideeën uitdraagt die ons bewustzijn scherpen en ons ego laten wankelen. Bevestigd hoeven wij niet te worden, daar wordt op andere wereldse niveaus al voor gezorgd.

Tweede biënnale van Berlijn, in Postführamt (Oranienbürgerstrasse / Tucholskystrasse), Kunst-Werke Berlin (Auguststrasse 69), S-Bahnbögen Jannowitzbrucke (Holzmarktstrasse) en Allianz Treptowers (Am Treptower Park) in Berlijn. Tot 20 juni, di t/m do 12-20u, vr en za 12-22u, zo 12-18u. Toegang 15 DM, inl. www.berlinbiennale.de of 004930 284450/58