Anwar eist Nederlandse arts

Artsen dreigen de zieke, gevangengenomen voormalige vice-premier van Maleisië, Anwar Ibrahim, zonder behandeling uit het ziekenhuis te ontslaan en naar de gevangenis te sturen. Anwar, veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf wegens corruptie en sodomie, heeft een hernia en wil zich daarvoor uitsluitend door een Nederlandse specialist met een kliniek in Duitsland laten behandelen.

De Maleisische premier Mahathir meent dat Anwar de hernia aangrijpt om naar het buitenland te vluchten. Die werpt tegen dat hij louter om gezondheidsredenen naar de kliniek van de Nederlandse specialist Thomas Hoogland wil reizen. In Maleisië zou op Anwar open microchirurgie worden toegepast, terwijl Hoogland is gespecialiseerd in een endoscopische techniek die nog onbekend is in Maleisië.

Het staatsziekenhuis waar Anwar nu ligt heeft hem een brief geschreven waarin wordt gesteld dat de dokters niet langer instaan voor zijn gezondheid als Anwar zich niet onmiddellijk door hen laat opereren. In dat geval dient Anwar terug te gaan naar de gevangenis. In de brief staat verder dat artsen hem waarschuwen voor de onmiddellijke gevolgen van het afzien van een operatie: handen en benen zouden tijdelijk of permanent verlamd kunnen raken en seksuele en urinefuncties zouden kunnen worden beschadigd.

Anwar stelt dat zijn rugklachten verband houden met zijn mishandeling door politiemannen tijdens zijn arrestatie in 1998. Kort na die arrestatie verscheen Anwar in het openbaar met een blauw oog. Anwar was vroeger een protégé van Mahathir. Maleisië stond aan de rand van de economische afgrond als gevolg van de Aziatische crisis en de twee mannen raakten gebrouilleerd over de aanpak van de economische problemen.

In enkele rechtszaken werd Anwar eerst veroordeeld tot zes jaar cel wegens corruptie en daarna nog eens tot negen jaar wegens homoseksuele handelingen die in Maleisië als het strafbare sodomie worden aangemerkt. De twee zaken kwamen Mahathir op hevige kritiek van het buitenland te staan. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken noemt ze ,,politiek gemotiveerd'' en spreekt van ,,onbehoorlijk optreden van politie en aanklagers, samen met veel twijfelachtige uitspraken van de rechter''.