Zaak-Boonstra: reputaties op 't spel

Wie krijgt gelijk? STE- voorzitter Docters van Leeuwen of vertrekkend Philips-baas Boonstra? In de voorkenniszaak rond Cor Boonstra staan reputaties op het spel.

Het afscheidfeestje van Philips-baas Cor Boonstra kreeg gisteravond onverwacht een extra dimensie. Het openbaar ministerie (OM) maakte een paar uur voor het begin van de feestelijkheden bekend een onderzoek te zullen instellen naar de topman. Het onderzoek heeft betrekking op vermeende handel met voorkennis in aandelen Endemol en volgt op een aangifte door de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), de beurswaakhond waar sinds 1999 voormalig crimefighter Arthur Docters van Leeuwen de dienst uitmaakt.

,,Het OM moest wel verder met de zaak. De relatie tussen het parket en de STE is niet zo geweldig. De STE klaagt dat er zo weinig wordt gedaan met zijn aangiften door het OM. Justitie wil een nieuwe botsing met Docters van Leeuwen voorkomen'', zegt voorkennisadvocaat Dirk van de Landen.

Sinds de aanstelling van Docters van Leeuwen als hoogste man, is de STE zich nadrukkelijker gaan profileren als bestrijder van witteboordencriminaliteit in de financiële wereld. De organisatie groeide in twee jaar tijd van 55 mensen naar 139. In zijn beginperiode sprak de voormalig voorzitter van het college van procureurs-generaal direct zijn zorg uit over de blijvend lange periode die er verstreek tussen het doen van aangifte en eventuele vervolging. Impliciet haalde hij daarmee nog eens uit naar justitie, die te veel zaken zou laten liggen. De toon was gezet.

Eén van de eerste daden van Docters van Leeuwens raakte ook meteen het Philipsconcern en genereerde een golf van publiciteit. De STE deed in 1999 aangifte tegen Philips-bestuurder Arthur van der Poel. Hij had vlak voor het onverwachte vertrek van collega Roel Pieper in mei 1999 4.600 opties verzilverd. Een onhandig moment. Nieuws over vertrekkende topmannen wordt doorgaans in de financiële wereld al snel gekwalificeerd als `koersgevoelige informatie'. Met de transactie verdiende Van der Poel 500.000 gulden. Een klassiek geval van voorkennis, zo redeneerde de STE. Zo niet het OM. Het parket zag niets in een vervolging en besloot de aangifte van de STE te laten voor wat het was.

Dat was tegen het zere been van Docters van Leeuwen. De beurswaakhond diende daarop een strafvorderingsklacht in bij het gerechtshof. Het hof moest bepalen of justitie de juiste beslissing had genomen met het afzien van een verder onderzoek naar Van der Poel. Docters van Leeuwen noemde de zaak tegenover deze krant ,,van principieel belang'' voor de STE. Het OM was vanzelfsprekend not amused met de zet van de beurswaakhond. Ook Philips niet, dat steeds maar weer berichten in de media zag verschijnen over Van der Poel.

Voor Docters van Leeuwen liep zijn eerste actie als STE-baas uit op een teleurstelling. Het hof in Amsterdam kwam in de zomer van 2000 tot de conclusie dat vervolging van Van der Poel niet wenselijk was. Pijnlijk voor de STE en gezichtsverlies voor Docters van Leeuwen. Had de STE de zwaarte van de zaak onderschat en wel genoeg kennis in huis, zo vroegen buitenstaanders zich af.

De vraag is of het parket in Amsterdam het nu aandurft daadwerkelijk iets te doen met de Boonstra-zaak. Het voorkennisteam van het OM draait momenteel overuren en staat onder zware druk. Want in de meerderheid van de meestal spraakmakende strafzaken waarin handel met voorkennis centraal staat, heeft het OM tot nu toe weinig succes geboekt. Anders dan bij de STE heeft er bij justitie amper capaciteitsuitbreiding plaatsgehad de afgelopen jaren, terwijl ze het wel drukker heeft gekregen onder meer met Clickfonds en Content.

Het vervolgen van de baas van Nederlands grootste bedrijf en `nationale trots' is daarbij van een andere orde dan de zaken die het OM tot nu toe heeft gedaan. Alleen al de aangifte door de STE was bijvoorbeeld goed voor een voorpaginaverhaal van de Financial Times. ,,Het OM heeft geen zin in een blamage. Als het niet kan bewijzen dat Boonstra voorkennis heeft gekregen dankzij Tóth dan blijft er niets van de zaak over. En vind dat bewijs maar eens'', aldus advocaat Van der Landen.

Mocht de advocaat gelijk krijgen, dan heeft Docters van Leeuwen een probleem. Zou hij het aandurven om dan weer naar het Hof stappen, of moet hij dan ook zijn reputatie gaan denken?

    • Philip de Wit