Slagroom en de euro

Centrale bankiers, pleegt Wim Duisenberg te zeggen, zijn net als slagroom. Hoe harder je klopt, des te stijver wordt de room. Het kan, met andere woorden, averechts werken om openlijk druk uit te oefenen op centrale bankiers. Ze volharden dan in hun standvastigheid.

Twee weken geleden speculeerden de financiële markten op een Europese rentedaling. Maar de Europese Centrale Bank, de club van Duisenberg in Frankfurt, liet de markten bungelen en hield de rente onveranderd. Vandaag komt het bestuur van de ECB weer bijeen en de verwachting in de markten is nu dat de rentetarieven constant zullen blijven. Met een inflatiepercentage dat boven de doelstelling van prijsstabiliteit ligt, is de ECB er veel aan gelegen haar imago als `hard tegen inflatie' te versterken.

Tegen deze opstelling bestaat kritiek uit twee uiteenlopende hoeken. Ten eerste bemoeien de Amerikanen zich altijd luidruchtig met het Europese beleid als de economie in de Verenigde Staten stagneert. Dat gaf in de jaren zeventig en tachtig aanleiding tot knetterende ruzies tussen de Amerikanen en de Duitsers (Duitsland bepaalde de lijn in het Europese monetaire stelsel) over de rente.

Zover is het op het ogenblik niet, maar parallel met de renteverlagingen door de Amerikaanse centrale bank maken de Amerikanen kritische opmerkingen over het Europese rentebeleid. Vorige week zei Paul O'Neill, de Amerikaanse minister van Financiën, dat hij `gemystificeerd' was door het vertrouwen van de Europese beleidsmakers dat Europa nauwelijks te lijden zal hebben van de Amerikaanse groeivertraging. Amerikanen kúnnen domweg niet geloven dat wat slecht is voor de VS,niet noodzakelijkerwijs slecht is voor anderen.

De tweede bron van kritiek vormen voorstanders van grotere politieke sturing van de rente. Telkens als de economie tekenen van hapering vertoont, laait het vuurtje op dat `de politiek' aanwijzingen moet kunnen geven over het monetaire beleid. Afgelopen weekeinde, tijdens de bijeenkomst van de Europese ministers van Financiën en centrale bankpresidenten in Malmö, vonden de Oostenrijkse en Belgische ministers van Financiën dat het de hoogste tijd is voor een Europese renteverlaging. Ze werden teruggefloten door hun collega`s. Het probleem is: daar gaan de ministers van Financiën niet over en bovendien werken zulke oproepen contraproductief.

Voorstanders van een activistisch beleid voor de ECB verwijzen graag naar de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank. De Fed heeft twee gelijkwaardige pijlers voor zijn monetaire beleid: prijsstabiliteit én economische groei. De `Wet voor volledige werkgelegenheid en evenwichtige groei' uit 1978 – beter bekend als de Humphrey-Hawkins-wet, genoemd naar de indieners, senator Humphrey en afgevaardigde Hawkins – verplicht de Fed om in zijn rentebeleid de toestand van de economie te laten meewegen. Hubert Humphrey, vice-president onder Johnson en Democratisch presidentskandidaat tegen Nixon in 1968, was een groot voorstander van ouderwetse conjunctuurpolitiek. Sinds vorig jaar zomer is de HH-wet niet meer van kracht en in de voorbereidingen van nieuwe wetgeving gaan in de VS stemmen op om de Fed, net als de ECB, één hoofddoelstelling te geven, prijsstabiliteit.

De statuten van de ECB en het Verdrag van Maastricht zijn hierover glashelder: ,,Het hoofddoel van het stelsel van Europese centrale banken is het handhaven van prijsstabiliteit.'' Onverminderd dit doel, is hieraan toegevoegd, dient de ECB het algemene economische beleid in de Unie te ondersteunen. Ja, dank je de koekoek, stel het omgekeerde eens voor: de Europese Centrale Bank voert een beleid dat tégen de algemene doelstellingen van de Unie is gericht. Dat kan natuurlijk niet.

Anders dan Alman Metten, oud-Europarlementariër voor de PvdA, afgelopen zaterdag in deze krant betoogde, bestaat wat dit betreft een wezenlijk verschil tussen de wettelijke verplichtingen van de ECB en de Fed. Waarbij het er op het ogenblik sterk op lijkt dat de Fed met zijn rentebeleid vooral gevoelig is voor de stand van de beurskoersen op Wall Street. De invloed van de financiële markten in de VS laat de centrale bank in ieder geval niet onberoerd.

Opmerkelijk genoeg kreeg Duisenberg in Malmö brede steun voor zijn terughoudende rentebeleid. De economische vooruitzichten voor euroland zijn dit en volgend jaar nog steeds behoorlijk. Minstens de helft van euroland – waaronder Nederland – heeft helemaal geen behoefte aan een renteverlaging. Men kan prima leven met de huidige rente en dollarkoers van de euro.

Meningsverschillen over het wenselijke beleid zijn ingebakken in de Europese monetaire unie. De ECB stelt één rentebeleid vast voor alle deelnemende landen, terwijl de eurolanden de vrijheid hebben om een nationaal begrotingsbeleid te voeren. Hierover vindt coördinatie tussen de lidstaten plaats aan de hand van algemene richtlijnen. Op grond hiervan kunnen de ministers van Financiën elkaar de maat nemen, maar sancties opleggen kan alleen in uitzonderlijke omstandigheden. Toen Ierland onlangs op de vingers werd getikt, leidde dat eerder tot wrevel dan tot aanpassing.

De informele taakverdeling binnen euroland is dat de ECB zorgt voor een monetair beleid ter ondersteuning van hervormingen die de lidstaten doorvoeren om de economische groei te bevorderen. Maar de regeringen laten hun kant van de afspraak nogal zitten: de pretentieuze belofte dat de EU binnen tien jaar de dynamiek van de Verenigde Staten zal hebben overtroffen, is alweer vergeten. Regulering van de economische conjunctuur door middel van het monetaire beleid, is dan niet zinvol. Het moet dus niet verbazen dat de ECB terughoudend blijft met toegeven aan druk om renteverlaging.

rjanssen@nrc.nl

    • Roel Janssen