Probleem met twee potten

Het kabinet zit in forse problemen over de rijksbegroting. De meeste ministers willen zowel dit jaar als volgend jaar meer uitgeven dan de minister van Financiën aanvaardbaar acht. De overheid put het geld voor haar uitgaven uit twee potten: de schatkist en de sociale fondsen. De schatkist loopt vol met de opbrengst van belastingen en andere ontvangsten, zoals het staatsaandeel in de aardgaswinst. De voeding van de fondsen bestaat uit de opbrengst van premies voor verplicht gestelde sociale verzekeringen, zoals de Algemene Ouderdomswet. Die twee potten geven een probleem. In de meeste sociale fondsen hoopt het geld zich op, doordat de premies meer opbrengen dan voor de uitkeringen nodig is. Aan het eind van dit jaar beschikken de fondsen samen over een vermogen van 36 miljard gulden. Daarvan is 23 miljard gulden overtollig. De ministers willen de moddervette fondsen afslanken. Het is immers raar om geld van premiebetalers op te potten wanneer dat niet nodig is.

Het kabinet kan proberen de overschotten van de fondsen over te hevelen naar de schatkist. Dan blijven het peil van de collectieve lasten en het begrotingssaldo gelijk. Werkgevers en werknemers vatten zo'n ingreep echter op als een vorm van onteigening. Zij beschouwen de premies en de overschotten in de fondsen als `hun' geld. Deze visie is aanvechtbaar, maar het kabinet wil de sociale partners uiteraard niet nodeloos bruuskeren. Werkgeversorganisaties hebben de simpelste oplossing. Zij willen de premies flink verlagen. Dan verdwijnen de overschotten vanzelf. De vakbeweging heeft daar geen oren naar. Er is namelijk vooral veel geld over bij de Werkloosheidswet (6,5 miljard) en bij de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (4,5 miljard). Beide fondsen worden vrijwel geheel gevuld met werkgeverspremies. Gaan de WW- en de WAO-premie omlaag, dan toucheren bedrijven een enorme lastenverlichting. Zij maakt het in dienst nemen van personeel goedkoper. Daar zijn alle politieke partijen voor. Maar al die miljarden zijn tegelijk niet langer beschikbaar om aan de vooravond van de komende Kamerverkiezingen de koopkrachtplaatjes op te fleuren. Dalen de werkgeverslasten, dan moeten bovendien de belastingen omhoog. Anders verdwijnt het gewenste overschot op de totale overheidsbegroting (schatkist plus fondsen). Zo'n belastingverzwaring slaat een deuk in de koopkracht van gezinnen.

Politici en werknemersorganisaties willen de fondsen daarom op andere manieren aderlaten. Dit kan door te snijden in de bijdragen die sommige fondsen uit de schatkist krijgen. Zonder deze rijksbijdrage lopen de inkomsten terug en moeten fondsen interen op hun bestaande vermogensoverschot. Doordat de betaling aan de fondsen wegvalt, ontstaat op de rijksbegroting ruimte voor andere uitgaven. Het kabinet gebruikt deze methode dit jaar en het volgend jaar om de overschotten bij het AOW-fonds (4,5 miljard) en het AWBZ-fonds (2 miljard) weg te werken. Maar de grootste overschotten zitten niet bij deze volksverzekeringen, die aan de gehele bevolking sociale zekerheid bieden, maar bij sociale verzekeringen die uitsluitend voor werknemers gelden. Uitgerekend het WW-fonds en het WAO-fonds ontvangen geen rijksbijdragen.

Er bestaat een andere manier om deze fondsen lichter te maken. Uitkeringen die nu nog ten laste van de rijksbegroting komen – dus uit de belastingen worden gefinancierd – kunnen voortaan uit de premiepotten worden betaald. De kinderbijslag is een kandidaat. Tot het eind van de jaren tachtig werd deze uitkering (6,5 miljard per jaar) uit premies gefinancierd. Sindsdien drukt zij op de rijksbegroting. Zou de bijslag voortaan uit het WW-fonds worden gefinancierd, dan zullen sociale partners tegensputteren. Voor dit doel hebben zij `hun' werkloosheidspremies nooit betaald. In het recente verleden is zo'n operatie echter eerder vertoond. Sinds 1996 komt het ziekengeld van zwangeren en uitzendkrachten eveneens ten laste van het werkloosheidsfonds.

Een drastisch alternatief tart de verbeelding van Haagse beleidsmakers. De uitkeringen aan werklozen (na zes maanden) en aan arbeidsongeschikten (na vijf jaar) zouden in de toekomst ten laste van de rijksbegroting kunnen komen. De premies voor WW en WAO kunnen dan grotendeels verdwijnen. In plaats daarvan zouden bedrijven een andere heffing moeten gaan betalen, om te voorkomen dat zij een enorme lastenverlichting krijgen, terwijl tegelijkertijd de belastingen van gezinnen met miljarden moeten worden verzwaard om te voorkomen dat het begrotingssaldo van de overheid verslechtert. Een alternatieve heffing is bijvoorbeeld een loonsombelasting voor bedrijven met personeel, eventueel aangevuld met een heffing voor kapitaalintensieve bedrijven. Zulke fiscale aanslagen stuiten evenwel op verzet van het ministerie van Economische Zaken en de werkgevers, die juist aandringen op

belastingverlaging voor het bedrijfsleven.

Ambtenaren van de direct betrokken ministeries en het Centraal Planbureau zijn momenteel op zoek naar het ei van Columbus. Zij hebben dat nog niet gevonden. Als gelegenheidsoplossing is geoppperd de eis van het minimaal vereiste fondsvermogen op te schroeven. Dan is minder snel sprake van in het oog lopende overschotten. Zo is het vereiste buffervermogen van het Werkloosheidsfonds dit jaar al met drie miljard gulden opgeschroefd. Maar langs deze weg vallen overschotten bij de fondsen voor de werknemersverzekeringen niet weg te poetsen. Voor het probleem van de twee potten bestaan geen simpele oplossingen. Gevraagd is een Tom Poes die de verlossende list verzint.

    • Flip de Kam