Overwinningsnederlaag

DRIEKWART van de Amsterdammers heeft geen actieve belangstelling voor bestuurlijke hervormingen. Het college van B en W mag daarom doorgaan met zijn plannen om ook in de historische binnenstad een eigen deelraad in het leven te roepen. En toch heeft burgemeester Cohen na een paar maanden al zijn eerste politieke probleem in huis. Vorige week had hij zich onverwachts uitgesproken voor zo'n deelraad. Daarmee verbond hij zich met wethouder Van der Aa, die verantwoordelijk is voor het bestuurlijk stelsel in Amsterdam. Gisteren hebben beiden bij het referendum over dit kroonjuweel van binnengemeentelijke decentralisatie gewonnen. Maar deze zege heeft meer weg van een klassieke `overwinningsnederlaag'. Want voor zover de Amsterdammers zijn gaan stemmen, hebben ze het idee van Van der Aa met maar liefst 87 procent van de hand gewezen. In de binnenstad zelf ziet ruim 79 procent van de opgekomen kiezers niets in een eigen bestuurslaag los van de `centrale stad'.

Formeel doet deze uitslag er niet toe. Volgens de hoofdstedelijke reglementen is de opkomst van de tegenstemmers onvoldoende om het eerdere besluit van de gemeenteraad alsnog terug te draaien. Het comité dat de volksraadpleging had aangekaart, moet zich dat aanrekenen. Het is niet in staat geweest voldoende kiezers te mobiliseren. In zijn campagne heeft het comité namelijk verzuimd de kwestie te verbreden naar de bestuurlijke structuur van Amsterdam. Daartoe zou reden zijn geweest. Het concept van de deelraden heeft door het fiasco van de stadsprovincie, die er niet is gekomen, geleid tot een vierde bestuurslaag (onder rijk, provincie en gemeente), die juist niet werd beoogd. En de uitvoering ervan is te vaak een fantasieloze kopie van de gemeentewet op wijkniveau gebleken. Bovendien hebben sommige tegenstanders met hun filippica tegen ,,halftalenten'' in een politiek orgaan dat zich met stoeptegels bemoeit, de indruk gewekt dat de bezwaren tegen een deelraad niet louter zakelijk waren.

MAAR POLITIEK doet de uitslag van het referendum er wel degelijk toe. Het college van B en W staat nu voor het blok: bot doorzetten óf tactisch laveren. De keuze is niet eenvoudig. Ten eerste is de teneur van het referendum koren op de molen van de VVD, qua omvang de tweede collegepartij. De liberalen hebben nooit gevoeld voor een deelraad in de binnenstad. Het `programakkoord' biedt de VVD aanknopingspunten de discussie opnieuw te voeren. Voorwaarde voor zo'n deelraad was dat er een ,,actief draagvlak'' onder de bevolking zou zijn. Bovendien zijn de collegepartijen ,,vrij in de interpretatie van de resultaten'' van het referendum.

Ten tweede kan de uitslag van gisteren de meningsverschillen voeden in de boezem van de PvdA, de grootste partij in het stadsbestuur. In de vijftienkoppige fractie hebben drie leden indertijd tegen de deelraad gestemd. Het toeval wil dat één van hen (Piersma) sinds kort fractievoorzitter is – en hij is er de man niet naar zich te laten domineren door een wethouder als Van der Aa, die ook nog eens aan zijn laatste jaar bezig is en zo langzaam machtsmiddelen gaat missen.

DE WINNAARS van het referendum in Amsterdam krijgen het moeilijk om hun formele zege om te zetten in feitelijk succes. Te vrezen valt dat dit gevecht zoveel politieke energie in beslag neemt dat grote kwesties, zoals de chaos bij de sociale dienst en de bouw van een nieuwe metrolijn, onvoldoende aan bod komen. Aldus dreigt de deelraad binnenstad, waarvan nog onbekend is of die veel om het lijf heeft, een molensteen te worden om de nek van de centrale stad, die zich juist wil concentreren op de grote lijnen.