Levenslang geëist in zaak-Sybine Jansons

De verdachte van de moord op Sybine Jansons (13) mag nooit meer vrij rondlopen. Volgens de aanklager zal hij zonder twijfel weer slachtoffers maken.

Voor het Amsterdamse gerechtshof is gisteren in hoger beroep een levenslange gevangenisstraf geëist tegen Martin C. wegens de moord op de 13-jarige Sybine Jansons en verkrachting van een 16-jarig meisje en een 22-jarige stewardess.

Advocaat-generaal Aben beschouwt C. als iemand die ,,voortdurend op jacht gaat naar prooi'', tegen wie de samenleving beschermd dient te worden. ,,Het is voor mij niet de vraag óf Martin C. opnieuw slachtoffers zal maken, maar wanneer dat gebeurt'', aldus Aben.

Sybine Jansons uit Maarn verdween op 19 januari 1999 na schooltijd. Haar half ontklede lichaam werd vijf weken later aangetroffen in een vaart bij Breukelen. Verdachte C., een 39-jarige beroepschauffeur, wijst elke betrokkenheid bij haar dood af. De twee verkrachtingen ontkent hij eveneens, dit ,,tegen beter weten in'' volgens Aben. Beide slachtoffers hebben C. van foto's herkend.

De Utrechtse rechtbank veroordeelde C. vorig jaar tot 20 jaar cel en tbs. Wegens doodslag, want moord werd niet bewezen geacht. Maar de advocaat-generaal meent nu dat er wel degelijk sprake is van `voorwaardelijke' voorbedachte rade, wat juridisch gezien noodzakelijk is voor moord. C. zou Sybine Jansons nog op de dag van haar verdwijning door verstikking om het leven hebben gebracht. Omdat dit per definitie enige tijd duurt, had C. de gelegenheid om na te denken over de gevolgen van zijn handelen. Aben ziet dit als ,,kalm beraad en rustig overleg''.

De advocaat van C., mr. Doedens, noemde deze redenering ,,geconstrueerd en juridisch onjuist''. Volgens Doedens is er simpelweg te weinig bewijs voor moord. Zo is de doodsoorzaak van Sybine nooit exact vastgesteld. Bovendien vindt hij dat C.'s betrokkenheid niet overtuigend bewezen is.

Als belangrijk bewijs tegen C. geldt een stukje DNA, afkomstig van celmateriaal dat onder de nagel van het slachtoffer zat. Uit dit, onvolledige, DNA-profiel leiden deskundigen af dat de kans dat het van een willekeurige andere man dan C. afkomstig is, niet zo groot is: ongeveer 1 op 7.000. Een test bij een Brits forensisch laboratorium, die een veel exacter resultaat had kunnen opleveren, mislukte echter.

Een sluitend DNA-bewijs tegen C., die al eerder werd veroordeeld wegens zedendelicten, is er dus niet. Dat geeft ook de aanklager toe. Maar er zijn andere bewijzen: een speurhond herkende de geur van C. op de fiets van Sybine. En uit telefoontaps bleek dat C. met zijn vriendin sprak over een alibi. Martin C. heeft steeds gezwegen over de hem ten laste gelegde misdrijven. Gisteren wist de rechter hem toch een paar antwoorden te ontfutselen. Zo gaf C. nu toe dat hij op 19 januari, de dag dat Sybine verdween, zijn eigen bordeauxrode Ford Escort had gebruikt. De politie wist al dat C. drie dagen achtereen tien liter benzine had getankt, veel meer dan nodig voor 20 kilometer woon-werkverkeer. De verdachte verklaarde dit uit een extreem hoog benzineverbruik, van `1 op 2 à 3', dat de oude Ford zou hebben gehad. Daarom bracht hij de wagen ook naar de sloop. Dat was op 22 januari, drie dagen na de verdwijning van Sybine.

De rechter noemde deze toevalligheden ,,frappant''. De aanklager beschouwt ze als puzzelstukjes die in de richting van dader C. wijzen. Hij kwam in zijn requisitoir tot de volgende reconstructie: C. heeft Sybine Jansons, mogelijk onder bedreiging, meegenomen naar de bossen bij Maarn. Daar is ze vervolgens verkracht en, omdat ze zich verzette, vermoord. Het lichaam verborg C. in het bos. De volgende nacht keerde C. terug naar het bos om het lichaam op te halen en te dumpen in het water bij Breukelen.

Aanwijzingen voor deze versie: getuigen hebben niet ver van de plaats waar Sybine verdween een rode Ford gesignaleerd. Ook is zo'n wagen een etmaal later gezien in de bossen bij Maarn en in de omgeving van Breukelen. En zowel in de sloopauto als op het lichaam van Sybine zijn sparrennaalden gevonden.

C. bestempelde zijn weigerachtige opstelling eerder in het onderzoek gisteren als ,,een kat-en-muisspelletje'' met vooringenomen rechercheurs. De vader van Sybine Jansons zei na de zitting echter dat juist de combinatie van deze houding en het bewijsmateriaal tegen C. hem ,,honderd procent zekerheid'' gaf dat C. de dader is. Jansons legde tijdens de zitting een verklaring af waarin hij de rechter om ,,de hoogst mogelijke straf'' vroeg. Op 9 mei volgt de uitspraak van het hof.