Kamer: `Gelden voor zorg te traag'

De Tweede Kamer is ontevreden over de trage invoering van nieuwe experimenten met het `persoonsgebonden budget', waarmee patiënten zelf hulp kunnen inkopen. Dit bleek gisteren tijdens overleg met staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn). Zij deelde de Kamer mee dat het niet mogelijk is om op 1 mei te beginnen met het verstrekken van zo'n budget aan mensen die hulp van een verpleeghuis of een verzorgingshuis nodig hebben. Volgens Vliegenthart kunnen de bij de uitvoering betrokken organisaties (het College voor Zorgverzekeringen en de Sociale Verzekeringsbank) niet garanderen dat het experiment vlekkeloos kan verlopen. Ze zouden hun handen al vol hebben aan het tijdig en foutloos verstrekken van het budget aan de huidige 24.000 klanten. Dit komt, aldus Vliegenthart, door de ingewikkeldheid van de regeling en door de wijzigingen en verfijningen die onder druk van de Kamer in de regeling worden aangebracht.

Vliegenthart en de Kamer waren verbolgen over het late tijdstip waarop het College voor Zorgverzekeringen meldde dat de start van het experiment met de verpleeg- en verzorgingshuiszorg per 1 mei niet haalbaar was. Dit zou pas vorige week zijn gebeurd.

Meerdere fracties riepen de staatssecretaris op haar oren niet te veel te laten hangen naar de huidige aanbieders van de zorg. Deze zijn tegen het persoonsgebonden budget, omdat ze bij invoering daarvan op grote schaal niet langer verzekerd zijn van hun budget, maar afhankelijk worden van het `inkoopgedrag' van patiënten.

De staatssecretaris wil de regeling gaan vereenvoudigen en het persoonsgebonden budget bovendien gaan invoeren voor alle hulpvormen die onder de AWBZ vallen. In de thuiszorg, de verstandelijk gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg besaat het persoonsgebonden budget al.