Israël heeft vandaag weinig lust om te feesten

Israël herdacht gisteren zijn oorlogsdoden. 's Avonds is er dan de overgang naar het feest van de onafhankelijkheid, dat vandaag wordt gevierd. Maar dit jaar is de stemming gedrukt. Te midden van de dreiging van aanslagen is er weinig zin om te feesten.

Het Israëlische volk heeft gisteren met het drukkende gevoel dat er geen einde aan de begrafenissen in zicht is 19.312 soldaten herdacht die zijn gesneuveld sedert de uitroeping van de joodse staat, vandaag 53 jaar geleden. In die jaren werden 83.962 soldaten honderd procent invalide. ,,Komt er nooit vrede?'', vroeg de krantenverkoopster zich gisterochtend af. Ze zat met een grauw gezicht achter de kassa. Haar hoofd rustte op haar handen. Haar ogen waren door verdriet verduisterd. ,,Ik denk aan mijn twee klasgenoten die in Libanon zijn gesneuveld'', zei ze. ,,Ik luister de hele dag naar onze liederen op de radio [die gisteren uitsluitend Hebreeuwse teksten, gezongen gedichten vaak, over herinneringen, verdriet, hoop en vaderlandsliefde uitzond). Die vind ik zo mooi.''

Twee minuten lang loeiden de sirenes gisteren ter herdenking van de gevallenen. Mensen sprongen uit hun auto's. Een man strekte zijn armen loodrecht naast zijn lichaam. Daar stond hij, midden op de weg, stram, onbeweeglijk als monument van onverzettelijkheid. Op de militaire begraafplaatsen stroomden duizenden langs de graven.

Op deze nationale rouwdag zijn de Israëliërs naar binnen gekeerd. De media, in het bijzonder radio en televisie, stimuleren die vereenzelviging met de doden. Zij brengen onafgebroken de levensverhalen van de gevallenen.

Bij het zakken van de zon en na de laatste militaire ceremonie moet deze dag van inkeer overgaan in een uitbarsting van uitbundige vreugde over Israëls verjaardag. Vuurwerk knettert dan tegen de zwarte hemel. Artiesten treden op podiums in de steden. Het moet dan een vrolijke boel zijn. Zo vierde Israël een jaar geleden zijn 52ste verjaardag. Het vredesproces met de Palestijnen gaf de Israëliërs immers hoop op een waardevoller toekomst. Er werd gesproken en geschreven over het einde van de honderdjarige botsing tussen het zionisme en het Palestijnse nationalisme. Het land blaakte van zelfvertrouwen. De economie groeide in hoge versnelling naar tien procent per jaar. In de `zeven vette jaren' na het akkoord van Oslo veranderde het Israëlische landschap in hightech parken. In de metropool Tel Aviv werden wolkenkrabbers gebouwd. De levensstandaard steeg statistisch tot Europees niveau.

Maar de jammerlijke mislukking van de top in Camp David afgelopen zomer en de daaropvolgende Palestijnse onafhankelijkheidsopstand stonden gisteren een soepele emotionele overgang van nationale rouw naar nationale vreugde om de onafhankelijkheid in de weg. De Israëliërs zijn in deze dagen van onzekerheid niet ontvankelijk voor feesten. De verkoop van vlaggen is vergeleken met voorafgaande jaren sterk gedaald. De aanhoudende Palestijnse aanslagen en waarschuwingen van de leiders van het land dat er nog veel meer ellende komt maakt de doorgaans zo dicht op het nieuws zittende Israëliërs zelfs mediaschuw. Zo is de kijkdichtheid van het televisienieuws de afgelopen maanden van verschillende stations met 13 tot 23 procent gedaald. ,,Ik kijk 's ochtends alleen nog maar even in de krant'', zei een hoogleraar aan de universiteit van Tel Aviv. ,,Het liefst ga ik zo vaak mogelijk naar het buitenland om rust te hebben.''

De stemming is gedrukt. De overheid kan wel feesten organiseren en militaire bases voor bezoekers openstellen waar kleuters op tanks mogen klauteren, maar zorgeloos feestvieren is toch wat anders. De angst voor Palestijnse aanslagen, die door het moslim-fundamentalistische Hamas zijn aangekondigd en waarvoor de autoriteiten ernstig waarschuwen, zit de mensen in de benen.

In de kleedkamer van het zwembad zegt een zoon tegen zijn vader dat hij met de bus naar zijn vriendin gaat. ,,Neem mijn auto maar'', reageert de vader bliksemsnel. ,,Dat is veiliger'', licht hij toe als de zoon hem verbaasd aankijkt. Enkele uren eerder liet een Palestijnse zelfmoordterrorist zich tegen een bus in Kfar Saba in de lucht vliegen. Alsof er nooit een vredesproces met de Palestijnen is geweest is vandaag dan ook een grote politiemacht op de been, versterkt met in de steden patrouillerende soldaten, om Palestijnse zelfmoordaanslagen te voorkomen en het plaatsen van met explosieven volgeladen auto's te verijdelen.

Het ineenvloeien van het mislukken van het vredesproces onder premier Ehud Barak met de gewapende Palestijnse onafhankelijksheidsopstand heeft de Likud-premier Ariel Sharon met een ongekend grote meerderheid in de stembus aan de macht gebracht. Sharon beloofde het volk ,,veiligheid en vrede''. Die belofte is in de lucht blijven hangen. Wat de Israëliërs ,,Palestijnse terreur'' noemen is aan de orde van de dag.

Omdat Sharon niet harder tegen de Palestijnen optreedt, constateerde Hatsofeh, het blad van de Nationaal-Religieuze Partij, gisteren dat ,,niet weinig burgers zich afvragen of de toekomst van Israël wel is verzekerd''. Die vraag, die een jaar geleden vrijwel uitsluitend in nationalistische kringen werd gehoord, in reactie op de grote territoriale en andere concessies die toenmalig premier Barak bereid was voor vrede met de Palestijnen te doen, wordt in kleine kring maar ook in openbare debatten over het Arabische demografische gevaar gesteld. Eifi Fein, een ex-kolonel en aspirantleider van de NRP, stelde gisteren voor joden in de diaspora stemrecht in Israël te geven om het joodse karakter van de staat Israël te garanderen.

Israël gaat zijn nieuwe jaar vandaag onder Sharons leiding vol onzekerheid in. De Palestijnse intifadah kan lang duren, zeggen generaals. Zij hebben geleerd dat de leus `laat het leger winnen' wel goed in het gehoor ligt maar niet meer dan dat voorstelt. Vijandschap en wraakgevoelens hebben de emoties in het Israëlisch-Palestijnse conflict zo hoog doen oplaaien dat aan de Israëlische kant de in 1967 begonnen bezetting en kolonisering van Palestijns gebied, in het bijbelse joodse gebied Judea en Samaria, als oorzaak van het conflict in het politieke debat wordt genegeerd. Het bij veel Israëliërs overheersende gevoel is in deze dagen van terreur dat de Palestijnen niet op vrede maar op de vernietiging van Israël uit zijn. Maar: ,,we zijn hier om te blijven'', zei parlementsvoorzitter Avram Burg gisteravond bij de overgang van de nationale rouw in de viering van de 53ste verjaardag van Israël.