Het Moorse hart van Europa

Voor de kassa van het Alhambra staat een rij met zo'n tweeduizend leden van de wereldbevolking. Het is nog geen tien uur 's ochtends en het kwik van de thermometer staat al op 25 graden Celsius. De Fransman voor me leest de zondagseditie van Le Monde, zijn Israëlische buurvrouw is verdiept in een roman en de Amerikaan die zich buiten de rij heeft begeven legt het grote wachten vast op zijn videocamera.

Na drie kwartier komt het verlossende woord van de in gele tunieken gestoken stewardessen van de Granadese toeristeninformatie. ,,Er zijn voor vanmiddag nog zo'n duizend kaartjes beschikbaar'', zeggen ze in keurig Engels. Een zucht van verlichting trekt langs de wachtenden om me heen, want zoals het er nu naar uitziet, behoren zij tot de uitverkorenen.

Vier uur later mag ik het heilige der heiligen betreden. En al meteen wordt duidelijk waarom jaarlijks zeven miljoen bezoekers hier willen zijn. Want waar je ook kijkt, alles is betoverend mooi. Zuilengalerijen, mozaïeken, verstilde binnenhoven en bloementuinen met klaterende waterpartijen, zalen met rijk bewerkte plafonds en koepelgewelven, ze wisselen elkaar voortdurend af en vormen samen een Gesamtkunstwerk van oosters architectonisch meesterschap.

Als je de toeristen kunt wegdenken, die zich verdringen om al die schoonheid te bewonderen en te fotograferen, dringt ineens met volle kracht tot je door hoe groot tussen 711 en het einde van de vijftiende eeuw de invloed van de Moren op de Europese cultuur is geweest. Het kalifaat van Cordoba was in de tweede helft van de tiende eeuw zelfs de machtigste en best georganiseerde staat van heel Europa. De kalief al-Hakam stichtte zelfs een van de meest omvangrijke bibliotheken ter wereld. Het Moorse Spanje stond bekend om zijn welvaart, wetenschappelijk en cultureel leven, en vooral om zijn religieuze tolerantie jegens joden en christenen. Anders dan in het katholieke Europa van die tijd, deden geloofsovertuiging en maatschappelijke herkomst er niet meer toe als iemand talent had. Tal van leden van minderheidsgroeperingen maakten onder de Moorse overheersers dan ook een grote carrière.

Toen de Spanjaarden in 1492 Granada veroverden, was het afgelopen met die `moderne' beschaving. Joden en Moren werden verdreven of gedwongen zich tot het christendom te bekeren. Tolerantie maakte plaats voor de genadeloze bekrompenheid, onderdrukking en machtswellust van de katholieke kerk. De volgende vijfhonderd jaar was het in Zuid-Spanje armoede troef. Tot aan de dood van generaal Franco in 1975 leek een scharlakenrode domper over het land te liggen, die behalve aan de Costa del Sol, iedere levenskracht opzoog. Volgens de dichter Federico Garcia Lorca konden alleen de flamenco en het stierenvechten het bestaan er nog enigszins draaglijk maken.

Je kunt je nu voorstellen dat de goede kanten van de Moorse beschaving in Spanje iedere moslim, waar ook ter wereld, tot voorbeeld zouden dienen. Religieuze tolerantie, welvaart, bevordering van kunsten en wetenschappen, in de huidige islamitische landen zijn ze vrijwel niet aanwezig. Als ik een moslim was, zou ik er heel trots op zijn uit zo'n rijke cultuur te komen en zou ik het gevoel hebben deel uit te maken van een oude traditie.

In mijn enthousiasme bel ik, terug in Nederland, onmiddellijk de islamitische school in de Amsterdamse Smaragdstraat op, om te vragen of het Moorse Spanje er in de klas wel uitgebreid wordt behandeld. Het antwoord is teleurstellend. ,,De Arabische geschiedenis komt alleen aan de orde als er wat tijd over is na afloop van de godsdienstles. Verder gebruiken we de reguliere geschiedenismethode zoals die in het boek Bij de tijd staat'', zegt een vertegenwoordiger van de school, die zelf maar vaag van het bestaan van het Moorse Spanje op de hoogte lijkt te zijn.

Natuurlijk valt het toe te juichen dat in Nederland wonende allochtonen van Turkse of Marokkaanse herkomst iets weten van de geschiedenis van het land waarin ze wonen. De tachtigjarige oorlog, de strijd tegen het water, de religieuze tegenstellingen binnen het calvinisme, de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog: het zijn gebeurtenissen die je absoluut moet kennen als je het huidige Nederland wilt begrijpen. Maar voor hun gevoel van eigenwaarde, zelfrespect en algemene ontwikkeling is het misschien nog veel belangrijker dat islamitische allochtonen beseffen de erflaters te zijn van een grootse beschaving, die in de late Middeleeuwen zijn gelijke niet heeft gekend in de westerse wereld.

Sommige `cultuurfilosofen' hebben het tegenwoordig met enige regelmaat over een multicultureel drama, dat zich in de Nederlandse samenleving zou voltrekken. Dat veronderstelde drama heeft veel te maken met mislukte assimilatie en inburgering, die het gevolg zouden zijn van een falend overheidsbeleid.

Nu ben ik er niet zo zeker van of dat beeld klopt, maar wat ik wel weet is dat in Nederland een allochtone onderklasse bestaat die tot een modern proletariaat is verworden. En juist in die gelederen zie je uit een soort wanhoop een krampachtige behoefte ontstaan aan een identiteit. Bij gebrek aan maatschappelijk succes wil je toch érgens bij horen.

Vaak is die identiteit echter niet gebaseerd op dat tolerante Moorse verleden, maar op een soort angstpsychose waarin alles draait om de `groep' en juist daarin is voor het individu en dus voor tolerantie geen plaats. Vaak leidt dat tot stereotiepe denkbeelden over afkomst, voorouders, religieuze superioriteit en in het ergste geval tot een gevaarlijk soort chauvinisme, dat vaak het resultaat is van die minderwaardigheidsgevoelens. Alleen daarom al zou het goed zijn om je grondig te verdiepen in de ware aard van je culturele achtergrond en eens verder in het verleden te graven, zonder al het recent verworvene onmiddellijk op te geven. ,,Alleen als je zelf een identiteit bezit kun je begrijpen waarom iemand van zijn identiteit verlost zou willen zijn'', schreef de Amerikaans-joodse filosoof Leon Wieseltier in zijn boek Against identity. Misschien is dat waar we allen naar zouden moeten streven. Een bezoek aan het Alhambra kan daar ongetwijfeld bij helpen.