Het huis van tante Nel

In het kader van de manifestatie `Rotterdam Culturele Hoofdstad' zijn in de havenstad 24 zeer diverse woningen opengesteld voor het publiek. Op bezoek bij arbeiders en yuppen.

In de woning van tante Nel zoeken de bezoekers tevergeefs naar een geurpaal. Ruikt het behang zo markant naar `vroeger', zijn het de dikke perzische kleedjes op de eiken salontafel, of de spulletjes van de rommelmarkt die in de kamers staan?

Tante Nel bestaat niet echt, ze is de `bedachte' bewoonster van het huis aan Prins Hendrikkade 117b op het Rotterdamse Noordereiland. De inrichting van de woning is met het leven van tante Nel meeveranderd. Ze is er in de jaren dertig komen wonen als vrouw van een schipper, ze bracht er haar kinderen groot en geniet nu van de oude dag en het uitzicht op de Maas. Je voelt haar aanwezigheid te midden van de porseleinen honden en de foto's van dierbaren aan de muren.

Het huis van tante Nel is een van de 24 woningen die te bezichtigen zijn tijdens de manifestatie `Thuis in Rotterdam', in het kader van Rotterdam Culturele Hoofdstad en de nationale tentoonstelling 6,5 miljoen woningen. De manifestatie is bedoeld om een beeld te geven van de woongeschiedenis van Nederland sinds de invoering van de Woningwet, 100 jaar geleden. Wie alle 24 woningen en de andere hoogtepunten uit de Rotterdamse architectuur wil bezichtigen, moet er wel even de tijd voor nemen. De drie fietsroutes in de gids duren elk, inclusief bezoek aan museumwoningen, tussen de 5 en 6 uur.

Het is de vraag of tante Nel zich thuis zou voelen in de modelwoning van de Hoge Heren, een recent opgeleverd appartementencomplex aan de voet van de Erasmusbrug. De twee zwarte woontorens van bijna 100 meter hoog tellen 285 luxe drie- en vierkamerappartementen en zijn bedoeld voor beter gesitueerde ouderen en jonge een- en tweepersoonshuishoudens. Het gebouw herbergt voorzieningen als een klein zwembad, een fitnessruimte en een sauna. Het modelappartement op de 30ste verdieping biedt een weids uitzicht over de Maas.

Dat de organisatoren van Thuis in Rotterdam zoveel verschillende woningen, tot aan Pendrecht en Capelle aan den IJssel toe, wisten te verwerven voor de periode van de tentoonstelling is een prestatie. Projectorganisator Marly Drummen legt uit dat er veel medewerking was van de de woningbouwverenigingen. ,,Het moeilijkste was om uit bepaalde gebouwen de woningen met de allerbeste locatie op tijd beschikbaar te krijgen en tijdig te restaureren.'' In één geval hebben ze de bewoner zelfs kunnen overhalen tijdelijk te verhuizen en in een ander geval is een appartement bewoond. Het interieur aan de Prins Hendrikkade is geëvolueerd in de tijd, de andere woningen zijn ingericht in de stijl die `trendy' was op het moment van oplevering. Zo moet de verzonnen bewoner van het topappartement van het gebouw Hillekop uit 1989 (sociale woningbouw met uitzicht over de havens), een jonge pas afgestudeerde architect, zich nog redden met een platenspeler.

Het penthouse aan de Stieltjesstraat op de Kop van Zuid is het enige huis in particulier eigendom. De bewoners, Manja Ellenbroek en Hisko Baas, begroeten de bezoekers enthousiast. De raampartij van dertien meter over de hele lengte van de woning geeft een fenomenaal uitzicht over de Maas. Tot op heden hebben zij er nog geen spijt van de woning te hebben opengesteld, al stelt iedereen de vraag wat hen bezielt. Ellenbroek: ,,Wij voelen ons bevoorrecht met dit prachtige uitzicht en wij zijn gegrepen door de dynamiek van Rotterdam. Dat willen wij graag met anderen delen.'' Maas vult aan dat zij inmiddels wel wat gewend zijn, omdat er al enkele filmopnamen vanuit hun huis zijn gemaakt, o.a. voor de Nederlandse film Rent a Friend.

De routes voeren ook langs woongebouwen die doorgaans op het lijstje van architectuurstudenten staan. In de wijk Spangen staat een woonblok dat vóór de bouw zeer omstreden was: het Justus van Effenblok, gebouwd tussen 1919 en 1921 door architect M. Brinkman. De architect moest veel woningen kwijt op een relatief klein gebied en stapelde als het ware een straat op een straat. De brede galerij op de eerste verdieping rondom het gehele blok zou volgens de tegenstanders `moreel verval' uitlokken - de term hangjongeren bestond nog niet. De gerestaureerde winkel/woning is opvallend licht door de tamelijk hoog geplaatste ramen en de kunststof kozijnen van een restauratie uit de jaren tachtig zijn in de museumwoning vervangen door houten. De buurtjeugd heeft minder waardering voor het project. In de winkel staat een emmer met vijf stoeptegels waarmee de ruiten een dag eerder werden ingegooid.

    • Marion van Eeuwen