Gevederd dino-fossiel werpt licht op evolutie

De vondst van een 130 miljoen jaar oud dinosaurusfossiel met restanten van primitieve donsveren biedt het krachtigste bewijs tot nu toe dat vogels van dinosauriërs afstammen. Dat schrijven Amerikaanse en Chinese paleontologen vandaag in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Het gaat om een fossiel van een dromaeosaurus, een kleine en snelle vleesetende dinosaurus die zich op twee poten voortbewoog. Het 83 centimeter lange dier moet eruit gezien hebben als een fors uitgevallen eend met een lange staart. Rondom het skelet van het dier bevindt zich een fijne structuur van de afdrukken van veren en dons.

Het fossiel werpt nieuw licht op de onder wetenschappers lang gevoerde discussie of vogels van dinosauriërs afstammen. Tot nu toe waren de de meeste fossielen van `gevederde dinosaurussen', zoals die vanaf 1995 voornamelijk in China werden gevonden, incompleet. Dit dromaeosaurusfossiel is echter zo uitzonderlijk goed bewaard gebleven dat de onderzoekers bij bestudering onder de microscoop voor het eerst konden vaststellen dat de veren direct aan het lichaam vastzaten. Daarmee zijn veel van de argumenten van tegenstanders van de dinosaurus-vogel-connectie ondergraven.

Het skelet van de dromaeosaurus lijkt sterk op dat van hedendaagse vogels. Ze hebben meer dan honderd anatomische kenmerken gemeen, waarvan het bezit van een vorkbeen (waar bij vogels de vliegspieren aan hechten) en de drie naar voren gerichte tenen aan elke poot de meest opvallende zijn. De paleontologendenken echter niet dat zij nu de directe voorouder van vogels hebben gevonden, die moet eerder hebben geleefd.

De vondst maakt volgens de onderzoekers duidelijk dat de ontwikkeling van veren in de evolutie al heeft plaatsgevonden voordat er vogels ontstonden. Dat er al veren bij niet-vliegende dinosauriërs voorkwamen, is daarvan volgens hen het bewijs. De nu beschreven dromaeosaurus kon niet vliegen omdat zijn voorpoten te kort waren om als vleugels te kunnen dienen. De onderzoekers veronderstellen daarom dat veren niet – zoals vaak gedacht wordt – zijn geëvolueerd om te kunnen vliegen, maar dat ze oorspronkelijk dienden als isolatie, om de dieren warm te houden. Dat past ook in de theorie dat sommige dinosaurussen warmbloedig waren. Het gebruik van veren om te kunnen vliegen is later geëvolueerd.

Het fossiel werd een jaar geleden gevonden door boeren in de provincie Liaoning in noordwest China. In het American Museum of Natural History in New York is het grondig onderzocht. Sinds gisteren is het daar voor het publiek te zien.