Een doorsnee weekend in Colombia

Weekend in de meest gewelddadige stad van Colombia. Dat betekent flaneren, salsamuziek en hard werken voor de begrafenisonderneming.

De meest gewelddadige stad van Colombia, dat is de reputatie van Barrancabermaja. De stad in het noorden van het Latijns-Amerikaanse land heeft ongeveer 250.000 inwoners, van wie er vorig jaar zevenhonderd omkwamen bij gewelddadigheden. De teller voor dit jaar stond begin deze maand op 176.

Dat betekent niet dat het leven stilstaat. Zoals gebruikelijk is op zaterdagavond de grootste boulevard van de stad afgesloten voor het autoverkeer. Luide salsamuziek blert uit disotheken, echtparen flaneren op hun gemak, tieners op rolschaatsen zoeven over het warme asfalt. Sinds de gemeenteraad vorig jaar ter verbetering van het imago de wereldkampioenschappen rollerskating naar Barrancabermeja wist te halen, is deze sport niet meer uit het straatsbeeld weg te slaan.

Druk is het ook bij de begrafenisonderneming van Ruben Dario. Het lichaam van vakbondsleider Rafael Attencia is net binnengebracht: het werd in een greppel gevonden nadat de vakbondsman de avond daarvoor door acht gewapende mannen uit zijn huis was gehaald. De telefoon rinkelt. Twee doden in een buitenwijk. Dario stuurt twee assistenten met de stationwagen op pad om de lichamen op te halen.

,,De stad is een slachthuis'', verzucht de begrafenisondernemer als zijn assistenten even later de twee lijken in de koelruimte leggen. Jonge knapen, achttien, negentien jaar pas. Onderzoeksrechter Oscar Diaz, die al aanwezig was om de doodsoorzaak van de vakbondsleider vast te stellen, steekt een sigaret op en draait een nieuw vel papier in zijn typmachine. Hij draagt een machinegeweer over zijn schouder, uit zijn vestzak steken kogelmagazijnen. ,,Dit is Colombia'', antwoordt hij desgevraagd.

Hartverscheurend gehuil galmt door het mortuarium als een meisje zich over een van de dode jongens buigt. Buiten dendert een zware pantserwagen van de politie door de straten, op weg naar de buitenwijken om daar de rust en orde te herstellen.

In Colombia woedt al bijna vijftig jaar een burgeroorlog tussen het leger en paramilitairen enerzijds, en verschillende guerrillalegers en handelaren in verdovende middelen anderszijds. Het eind is nog niet in zicht.

,,Zeven doden tot nu toe dit weekend'', zegt Diaz. Nog net geen massaslachting, legt hij uit. Volgens de Colombiaanse definitie begint een `massacre'pas bij negen slachtoffers.

,,We hebben niet de tijd om middelen om alle moorden te onderzoeken'', vertelt Diaz. ,,Amerika stuurt Black Hawk helikopters naar het leger. Maar wij komen zelfs paperclips te kort. Negen man moeten één computer delen. De plek van de misdaad bezoeken we meestal niet, omdat het daar te gevaarlijk voor ons is. Wat overblijft is een oppervlakkig onderzoek hier in het mortuarium.''

    • Teun Voeten