De Dolste Dwaze Dag

Wie het Nederlandse volk wil leren kennen, moet op Koninginnedag naar Amsterdam gaan. Alles wat aan gekte in het land losbreekt, vindt daar in het kwadraat plaats. Buitenlanders reageren met wisselend enthousiasme op dit fenomeen.

Op Koninginnedag wordt Amsterdam ingenomen door niet-Amsterdammers. De `nacht voor de dag' doemen op parkeerterreinen, strategisch gelegen bruggen en bij de ingangen van parken verdoolde schimmen op. Uit schots en scheef geparkeerde bestelbusjes klinken alle Babylonische varianten van het Nederlands en vroeg in de ochtend leggen de eerste Leienaars, Veluwezoomers en Friezen kleumend hun tapijtjes uit. Volgens sommige waarnemers worden het er zo langzamerhand te veel.

De correspondent van de Süddeutsche Zeiting, Siggi Weidemann, (,,Ältere sollen den Zeitpunkt ihres Todes selbst bestimmen können, meint die niederländische Gesundheitsministerin'') heeft Koninginnedag zes keer meegemaakt. Aanvankelijk zag hij er elk jaar naar uit, maar de laatste twee jaar bekruipt hem het gevoel dat hij de stad moet ontvluchten. ,,Het is een beetje uit de hand gelopen en te massaal geworden'', aldus Weidemann. Anders dan Berlijn, waar de Love Parade binnen een paar jaar tot een housefeest voor miljoenen uitgelaten fans is uitgegroeid, is Amsterdam eigenlijk te klein voor een dergelijke grootschalige manifestatie, vindt hij.

Tegen het feest als zodanig heeft hij geen bezwaar. Weliswaar verandert de stad in een puinhoop, ,,maar dat is de stad nu ook, alleen is het nu een georganiseerde puinhoop''. Hij noemt Koninginnedag `het carnaval van boven de rivieren', waarop Limburg jaloers mag zijn. Wat hem wel hindert, zijn mannen die in het openbaar hun gulp openritsen en hun behoefte doen. ,,Die moet je eigenlijk geen wildplassers noemen, want zij plassen niet in het wild, maar juist in het openbaar''. Dan valt zijn stem weg over de telefoon. Het is geen storing, hij was even met stomheid geslagen. ,,Ik zie net, hierbuiten, iemand in de gracht plassen!'' Een teken van `onbeschaamdheid', volgens een hoorbaar verontwaardigde Weidemann, dat vooral tentoongespreid wordt door niet-Amsterdammers. ,,Die hebben geen respect voor de stad.''

Wat hem echter het meeste tegen de haren in strijkt, is de aanduiding BEZET die elk jaar weer aan de vooravond van het volksfeest overal in de stad opduikt. Handelaren plakken met bruine verpakkingstape op een stuk trottoir het woord BEZET om hun handelsplekje te claimen of kalken dit woord op de grond. ,,Wanneer een paar dagen later de Bevrijding wordt herdacht, is de hele stad nog steeds bezet'', constateert Weidemann verontwaardigd. Hij ervaart dat als een ergerlijk gebrek aan historisch besef. ,,Dat hoort toch niet.'' Het respectloos gebruik van het `bezettingsteken' toont volgens hem ook aan dat het in Nederland uiteindelijk maar om één ding gaat en dat is `geld maken'. Een paar dagen na Koninginnedag plechtig herdenken dat Nederland is bevrijd, grenst in zijn visie aan huichelarij.

Het moet voor buitenstaanders onbegrijpelijk zijn te zien dat één dag per jaar het ene deel van Nederland zijn rommelzolder leeghaalt en het andere deel die rotzooi weer mee naar huis sleept. Koopjesjagen tijdens deze dag van rommelzolderlol moet wel een diepgeworteld verlangen zijn in de Nederlandse ziel. Op internet zijn zelfs sites te vinden met tips voor aspirant-verkopers en waarschuwingen aan kopers.

Marieke Henselmans, auteur van het boek `Consuminderen met kinderen', vertelt op de website www.dds.nl/~zuinigst/html/koninginnedag.html hoe je aan je handel moet komen: ,,Laat in de wijde omtrek weten wat je van plan bent en vraag iedereen kasten na te lopen op overtollige zaken, kleding, huisraad etc.'' Ze adviseert plastic zakken mee te nemen voor de klanten, een (heup)tasje gevuld met een flinke hoeveelheid kleingeld om te wisselen en, als toppunt van optimisme in Nederland: neem een zonnebril en zonnebrandcrème mee.

Handel is niet alleen emotie, maar ook spel. Henselmans tipt: ,,Prent voor de belangrijkste zaken twee prijzen in je hoofd: de prijs die je noemt en de prijs die je minimaal wilt hebben. Koppel je denken over de waarde van zaken geheel los van wat je normaal rekent. Dit is Koninginnedag. Een tientje voor een dure merktrui is absurd duur. Vijf gulden kun je vragen, een riks is beter.'' Onder de waarde van je handel gaan zitten, vereist moed. Vaker zal je zien dat de koninginnedagverkoper – zeker wanneer hij zijn negotie net heeft opgezet – géld voor zijn waar wil hebben.

Iedereen droomt van een `gouden handel'. Die koopmansgeest ontsnapt op de meest onverwachte momenten uit de fles. Exemplarisch voor die bijna pathologische handelsdrang is de onbekend gebleven straatventer die eind vorig jaar, tijdens de rellen in 's-Hertogenbosch, bivakmutsen verkocht. Voor vijfentwintig gulden kon de relzoeker onherkenbaar blijven voor de tv-camera's en anoniem stenen gooien naar de Mobiele Eenheid.

De vrijmarkt wordt in veler ogen beschouwd als een zeer Nederlands fenomeen. Sylvain Ephimenco, Frans correspondent in Nederland en columnist, maakte zijn eerste Koninginnedag in 1975 mee. Hij vindt het typerend voor de Nederlanders om geen gelegenheid onbenut te laten `tot handel te komen'. Deze manifestatie van handelsdrang roept bij hem geen mooie gevoelens op. De massale uitstalling van kleding, prullaria en meubels noemt hij `niet echt verheffend'. Ephimenco spreekt zelfs van een jaarlijkse `vuilnisstortplaats'.

In Ephimenco's ogen is Koninginnedag zo langzamerhand zelfs een `geperverteerde' dag geworden. Niet alleen stuit het inferieure niveau van de marktwaar hem tegen de borst, ook de bezetenheid waarmee iedereen koste wat kost die dag te gelde wil maken, vindt hij dit feest onwaardig. ,,Het is het feest van het consumentisme geworden'', meent hij. Dat het verlangen om iets te verkopen diep gaat, maakte hij van zeer nabij mee. ,,Ik heb geprobeerd mijn kinderen tegen te houden op Koninginnedag dingen te verkopen, maar ze vinden het prachtig.''

Heeft hij zich bij de Nederlandse koopmansgeest van zijn kinderen neergelegd, de in zijn optiek `ongelooflijke goorheid' van onze landgenoten die die dag aan het licht treedt, verbijstert hem. Eind van de ochtend loopt men al enkeldiep door de kapotgetrapte plastic bekertjes. Een teken, volgens hem, dat er `geen maat meer is in Nederland'. ,,Alles wordt in dit land snel omgegooid. Toen ik hier voor het eerst kwam, kreeg je een bekeuring wanneer je kauwgom op de grond spuugde. Nu zie je automobilisten bij het stoplicht hun asbak op straat legen of plastic bakjes van McDonald's uit het raam gooien.'' Nee, voor hem is de charme van het monarchistische feest alleen nog in kleine plaatsen en dorpjes te vinden.

Groot-Brittannië kent wel het koningsfeest van de `Jubilee', maar dan zijn er alleen straatfeesten. Marc Fuller, begonnen als correspondent voor Britse bladen en nu werkzaam bij het Financieele Dagblad, is het volledig oneens met Ephimenco. Hij vindt het juist een van de betere evenementen in Nederland en hij heeft al zo'n vijftien keer Koninginnedag meegemaakt. Toch bespeurt ook hij een betreurenswaardige vercommercialisering van de vrijmarkt.

Fuller: ,,Zo'n vijf à zes jaar geleden zag je de eerste ijzerhandelaren op straat die daar stonden met een kraam met schroeven en hamers in de aanbieding.'' Maar ondanks die vercommercialisering kan hij nog steeds genieten van de kleurrijke drukte. ,,Vooral de avond tevoren is het heerlijk om door de stad te fietsen. Er hangt dan al een lekker sfeertje. Het is de spanning van `morgen gaat het gebeuren'.''

Koninginnedag is ook een dag die Nederland in zijn ogen nodig heeft. ,,Ze willen wel een party, maar eigenlijk kunnen ze het niet. De Nederlander is niet uitbundig. Maar wanneer ze een beetje dronken zijn, zijn ze ietsje opener,ietsje losser en dat geeft een leuk gevoel in zo'n calvinistische stad.'' Als het aan hem lag, kreeg Nederland nóg een dag `om uit z'n dak te gaan'. Maar ook Fuller stoort zich aan de puinhoop in de stad en vooral aan het gegeven dat de troep dagenlang blijft liggen. ,,Amsterdam kan niet snel opruimen'', is zijn stellige overtuiging.

De combinatie feest en handel wordt door buitenlanders als uniek voor Nederland gezien. Koninginnedag is een dag waarop ouders en masse hun kinderen laten oefenen in handeldrijven, aldus Fuller. Hij vindt dat Nederlandse kinderen ,,goed kunnen verkopen''. ,,Op een kwartje wordt nog afgedongen.'' Hij memoreert het nog altijd onder buitenlanders levende beeld van de Nederlander die tien kilometer loopt om tien cent te sparen op een pakje boter: ,,Die zuinigheid is er.''

Fuller denkt overigens dat het goed zou zijn voor de monarchie wanneer Máxima naar Amsterdam kwam. ,,Ze kan op veel steun rekenen onder het Nederlandse volk.'' Voor een kus van de Argentijnse schone zou het hele land wel naar de hoofdstad willen gaan.

In Duitsland is geen Koninginnedag en Weidemann is daar niet rouwig om. Hij zegt: ,,Ik ben blij dat de laatste Duitse koning in Doorn ligt.''