De bbp-deflator wordt het helemáál

Een palletje hier, een schroefje daar. Met een beetje vakmanschap zal minister Zalm morgen tijdens het kabinetsberaad over de Voorjaarsnota een flink eind komen met het honoreren van de miljardeneisen van zowel minister Hermans (Onderwijs) als minister Borst (Zorg).

Dat kan door middel van schaven, schuiven of sleutelen aan projecties voor volgend jaar. Een van de meest waardevolle palletjes, want de minst bekende, is de zogenoemde bbp-deflator. Dat is een nogal obscure prijsindex, die wordt gebruikt om van de gemeten nominale groei van de economie een reële, `volume'-groei te maken. Sinds de Zalmnorm in 1994 is ingevoerd mogen de uitgaven van de overheid volgens die norm reëel niet toenemen. Dat betekent dat zij enkel verhoogd worden in gelijke tred met de inflatie. Maar de inflatiemaatstaf die daarvoor wordt gebruikt is niet de `gewone' index voor de gezinsconsumptie, maar de bbp-deflator.

Het gebruik van de deflator is Zalm tot kortgeleden goed uitgekomen. Van 1994 tot begin 2000 was de inflatie gemeten met de bbp-deflator lager dan de `gewone' inflatie. Met als gevolg dat verhoging van de uitgaven van de overheid al die jaren minder dan `reëel' was. Sinds vorig jaar is daar verandering in gekomen. De bbp-deflator stijgt sneller dan de gewone prijsindex, en de uitgaven mochten dus, vergeleken met de `gewone' inflatie, toch reëel omhoog. Ook dit jaar is het verschil flink. Het Centraal Planbureau voorziet een inflatie van 4 procent, maar een stijging van de bbp-deflator met 4,75 procent. Dat betekent dat alle departementen al in 2001 hun uitgaven met 4,75 procent mogen opschroeven. Dat is extra geld: in de miljoenennota 2001 werd gerekend met een stijging van de bbp-deflator – en dus de budgetten – met 3,6 procent.

Voor volgend jaar loopt de stijging van de bbp-deflator volgens het huidige Centraal Economisch Plan, dat aan de begrotingsonderhandelingen ten grondslag ligt, terug naar 2 procent. Maar daar is nog van alles aan te versleutelen. De 2 procent lijkt nu al aan de conservatieve kant. 3 procent zou niet slecht uitkomen. Een dollarkoers die niet, zoals nu, in de projecties daalt, maar gelijk blijft voegt volgens het CPB een vol procentpunt toe aan de stijging van de deflator in 2002. Voilà, dat is al zo'n vier miljard aan extra uitgavenruimte. De contractloonstijging van 2002 staat nu nog ingeboekt voor 3,25 procent. Wordt dat een procent méér, dan stijgt de deflator met 0,4 procentpunt. Enzovoort. Let op dus op de deflator. Die wordt het de komende tijd helemaal.

    • Maarten Schinkel