Alle hoofddoekjes de wereld uit!

Het verbieden van hoofddoekjes zal een niet mis te verstaan teken zijn dat fundamentalisme niet wordt geaccepteerd. Het zal bovendien de moeizame integratie van allochtonen in de Nederlandse samenleving geen kwaad doen, meent F.A. Muller.

Pim van Harten vergelijkt het hoofddoekje met de spijkerbroek en de rode jurk van ons aller Máxima (NRC Handelsblad, 14 april). Het is mij evenwel onbekend dat enigerlei religieuze laat staan terroristische groepering het dragen van de spijkerbroek of een getailleerde rode jurk tot op de knieën dwingend voorschrijft dan wel verbiedt. Het is mij wel bekend dat fundamentalistische moslims en terreurbewegingen zonder uitzondering het dragen van een hoofddoekje dwingend voorschrijven.

Onder het artikel van Van Harten staat dat hij onderzoek heeft gedaan in Beiroet en Teheran. Dit grensoverschrijdende onderzoek heeft hem kennelijk niet afgeholpen van het idee dat Nederland een planetoïde is die eenzaam en alleen door het heelal zwerft, en dus aan voorwerpen en kledingstukken een symbolische waarde kan toekennen die kleine groepjes Nederlanders goeddunkt.

Helaas voor Van Harten maakt Nederland deel uit van de planeet Aarde, waar een heleboel andere landen deel van uitmaken. In delen van deze planeet is het hoofddoekje anno nu uitgegroeid tot de swastika van het islamistisch fundamentalisme, hoezeer we dat ook mogen betreuren. Men kan feiten betreuren en feiten negeren. Maar daar trekken de feiten zich niets van aan. Het zou een affront zijn wanneer een griffier van een Nederlandse rechtbank met een hoofddoekje op verschijnt, evenzeer als met een puntmuts over het hoofd met twee kijkgaten, of met een hakenkruis om.

Van Harten haalt F. Bolkestein instemmend aan met zijn constatering dat het islamitisch fundamentalisme geen wortel lijkt te schieten in de Nederlandse veengrond. Inderdaad, onze democratie kan wel tegen een stootje.

Wanneer ik enkele weken geleden in de krant las dat het Islamitisch Bevrijdingsleger te Rotterdam alle moslims in Nederland oproept vechttechnieken te leren voor de aankomende `jihad', dan barst ik in lachen uit en denk aan jehovagetuigen die weer eens de ondergang van de wereld aankondigen. Fundamentalisme zal een marginaal verschijnsel blijven in Nederland. Maar het lachen vergaat mij terstond wanneer ik mij realiseer dat zulke mensen ook kinderen opvoeden. Ieder kind dat met abjecte denkbeelden wordt vergiftigd, is er één te veel. Het gaat bij een verbod op het dragen van hoofddoekjes in overheidsfuncties niet om de angst voor vermeend oprukkend fundamentalisme, maar om de symbolische betekenis die de wereld aan het hoofddoekje geeft.

Waar het bij een postmoderne progressief als Van Harten om gaat, is naast een afkeer van feiten bovenal een verkeerd begrepen opvatting van verdraagzaamheid. Zoals zoveel postmoderne progressieven verwart Van Harten verdraagzaamheid met een teugelloos laisser faire – een algemeen kenmerk van het redeloze postmoderne denken. Uit deze verwarring vloeit de denkfout voort dat men verdraagzamer is naarmate men meer toestaat.

Vergeet het maar. Waar het bij verdraagzaamheid om gaat is niet `hoeveel' men toestaat, maar `wat' men toestaat. In het opstel `Utopia and Violence' uit 1947 schrijft Karl Popper: ,,Men mag nooit het beginsel van het verdragen van de onverdraagzamen onvoorwaardelijk aanvaarden; aanvaardt men dit toch, dan zal men niet alleen zichzelf vernietigen, maar ook de houding van verdraagzaamheid.''

Mijn verdraagzaamheid geldt een ieder onverkort, behalve degenen die niet even verdraagzaam zijn. Mijn verdraagzaamheid eindigt waar de onverdraagzaamheid van de ander begint. Dit is de enige consistente houding.

Het toelaten van symbolen van onverdraagzaamheid – een ieder die de krant wel eens openslaat kan zelf een waslijst feiten opstellen waaruit dit onloochenbaar blijkt – is te tolereren in de privé-sfeer (een grondrecht). Maar niet in de rechtbank, niet in het openbaar onderwijs en eigenlijk in geen enkele overheidsfunctie. Tevens moeten werkgevers de vrijheid hebben van hun werknemers te eisen zich onder werktijd niet te tooien met opzichtige symbolen van onverdraagzaamheid.

Hetzelfde behoort eigenlijk te gelden voor opzichtige religieuze symbolen: men dient de scheidslijn tussen kerk en staat vlijmscherp te blijven trekken. En nu we het toch over de scheiding tussen kerk en staat hebben, opmerkelijk is dat deze scheiding in het onderwijs nog steeds niet is doorgevoerd. De mythische Schoolstrijd was een overwinning voor de theocraten, omdat immers religieuze indoctrinatie overal in Nederland plaatsgrijpt op kosten van de overheid. Wie een religieuze school wil oprichten, die doet dat maar op eigen kosten. Dus omdat het hoofddoekje, net als de tulband, de Hare-Kirshna-jurk etc. een opdringerig symbool is van een religie, moet iedere overheid die ernst maakt met de scheiding tussen kerk en staat ze verbieden in het onderwijs en in alle overheidsfuncties.

In Frankrijk, waar men zowel de verdraagzaamheid als de scheiding tussen kerk en staat ernstiger neemt dan in Nederland, zijn ostentatieve geloofsuitingen verboden bij de uitoefening van overheidsfuncties. Frankrijk spreekt hier kristalheldere taal. Hoofddoekjes zijn verboden op school. En wat blijkt? Alle moslimmeisjes gaan zonder hoofddoekje naar school. Zo heet wordt de soep gegeten. In dit opzicht is ook Turkije verlichter dan Nederland, waar het dragen van hoofddoekjes verboden is bij de uitoefening van overheidsfuncties.

Wanneer er in de Tweede Kamer nog echte voorstanders van de verdraagzaamheid zitten en tegenstanders van de theocratie, die er bovendien niet voor terugdeinzen hun nek eens uit te steken, dan zal er zo spoedig mogelijk een wet komen die duidelijkheid verschaft. Dan zal er een fraai moment aanbreken waarop de islamitische Nederlanders hun landgenoten en de wijde wereld duidelijk kunnen maken dat het hun ook ernst is met de verdraagzaamheid (want dat gaat in de regel zelden met overtuiging, eerder tegen heug en meug): op de dag dat het wetsvoorstel met overweldigende meerderheid door de Tweede Kamer wordt aanvaard, zullen op het Binnenhof de verdraagzame islamitische Nederlandse vrouwen hun hoofd uitpakken en de vermaledijde hoofddoekjes verbranden. Eindelijk zullen ook zij eens een daad kunnen stellen.

Reken maar dat een dergelijk gebaar luid en duidelijk zal overkomen in de wijde wereld: fundamentalisten, opkrassen! Bovendien zal een dergelijke daad de moeizame integratie vermoedelijk geen kwaad doen.

Alle hoofddoekjes de wereld uit, om te beginnen in Nederland!

F.A. Muller is natuurkundige en filosoof.

    • F.A. Muller