Vriends apocalyps vol grommen, janken en raspen

De concertinstallaties van Benedict Mason zijn opgebouwd in en rond een specifieke concertzaal en elders niet uitvoerbaar. Voor de spatiële avonturen van Emanuel Nunes geldt echter dat er aanpassingen nodig zijn, als stond één bepaalde ruimte model. Hetzelfde is van toepassing op Jan Vriends In Paradisum, gisteravond gepresenteerd in het kader van de `Proms in Paradiso' en gebaseerd op het architectonische plan van deze kerk. De veelal in het duister gespeelde muziek van Mason is meer een kwestie van geheimzinnig kraken en steunen, soms bevindt zich slechts één musicus in de zaal.

Vriends muziek is anders. Hij pakt je in, zij het weer niet zo fanatiek en dichtgeplamuurd als Nunes. Fragmenten uit het Gregoriaanse In Paradisum uit de requiemmis, in rondtollende bewegingen vanaf de balkons en een dichte ondergangsstemming in vooral de lage instrumenten vanaf het podium, tekenen het muzikaal scenario voor Vriends verbeelding van de ondergang van de wereld. Wie van de titel een paradijselijke muziek verwachtte kwam dus bedrogen uit. Vriend grossiert nu eenmaal in apocalyptische muziek. Hij heeft iets met de ruimte, al sinds Huantan uit 1968 voor orgel en blazers, ruimtelijk opgesteld en opgedragen aan Xenakis, Vriends idool. Ook de lage instrumenten spelen bij hem steeds een belangrijke rol, zoals in een typerend duet voor contrabasfluit en basklarinet of in een compositie voor basklarinet en orkest. Het ruimtelijke effect is vooral weggelegd in een spel dat zich hoog in de kerk afspeelt waar melodische flarden Gregoriaans zich cirkelend bewegen van hoorn over andere instrumenten tot trompet. In de zaal heeft het slagwerk achterin plaatsgenomen met daarvoor links piano, harp, fagot, contrafagot, contrabasklarinet en contrabas en rechts zes strijkers. Ruwweg gesproken: grommen de blazers, janken de strijkers en raspt het slagwerk. Vaak valt het contrast op van puntige figuren en hysterisch stijgende uithalen die verlopen in juist heel langzaam gliserende strijkers. Lamenterend als een zingende zaag klinkt de hoge viool, treffend zijn voorts de `bevroren' passages, expressief een dialoog in kwarttonen. Opmerkelijk zijn de goed gedoseerde korte soli en duetten die de luisteraars de kans geven om even op adem te komen. Want typische Vriend-stukken moet je meermalen beluisteren om alle gelaagdheden te kunnen doorgronden – rusten zijn welkom. In Paradisum heeft een open einde bijna als een vraag. Een vraag die ongetwijfeld bij velen zal zijn opgekomen: waar hebben we eigenlijk de ondergang aan te danken? Vriend: ,,Een samenzwering van de engelen, de hel of andere machten.'' Ik houd het op de engelen die componisten met een teveel aan enrgie zoals Nunes en Vriend een gelegenheid bieden een van hun beste stukken te schrijven. Want dat is dit werk geworden ondanks een teveel aan steeds weer stijgende en dalende gestieken.

Concert: Asko Ensemble o.l.v. Stefan Asbury, werken van Vriend e.a. Gehoord 24/4 Paradiso Amsterdam.

    • Ernst Vermeulen