Turki en Hind doen wat ze willen

Op de bovenste vijf verdiepingen van het Semiramis vijfsterrenhotel in Kairo, ver verheven boven het volk dat leeft van een dollar per dag, woont de Saoedische prins Turki bin Abdel Aziz met zijn vrouw Hind en een schare lijfwachten en bedienden. Prins Turki is schatrijk en houdt een aantal cruciale investeringsprojecten in Egypte in de lucht, zijn vrouw is de zus van de Saoedische koning Fahd. Samen doen ze waar ze zin in hebben, en dat strookt maar zelden met de Egyptische wet. ,,Een staat in een staat'', zo omschrijven de kritische Egyptische media wat zich daar afspeelt, en gelijk hebben ze.

Anderhalf jaar geleden probeerde een aantal bedienden met aan elkaar geknoopte lakens van de bovenste verdieping naar beneden te klimmen. Een van hen viel en brak zijn nek. Later verklaarde hij dat hij wilde ontsnappen aan het terreurbewind van prins Turki, waar salarissen niet of veel te laat werden uitbetaald en een algemeen uitgaansverbod gold. Wie klaagde werd in elkaar geslagen door een van de reusachtige lijfwachten die wèl goed verdienen.

De onthullingen leidden destijds tot veel commotie maar bleven zonder gevolgen voor het paar. Sterker nog, prins Turki kocht in een paar oppositiekranten de middenpagina's op, en liet daarin zijn personeel verklaren ,,nergens zo gelukkig te zijn geweest als onder prins Turki''. Een bediende voegde daaraan toe: ,,Ik zou zelfs gratis voor prins Turki werken.''

Nu, anderhalf jaar later, lijken Turki en Hind opnieuw de dans te ontspringen. Begin februari werd prinses Hind veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf met dwangarbeid wegens het niet betalen van een juweliersrekening van een miljoen dollar. Iedereen weet waar prinses Hind sindsdien is, namelijk bovenin het Semiramis, maar niemand heeft haar gearresteerd. Volgens het ministerie van Justitie komt dat omdat Hind nog in beroep kan, maar overtuigend klinkt dat argument niet. Een beroepsprocedure in Egypte moet binnen tien dagen na de veroordeling worden aangespannen.

In het Egyptische parlement zijn nu vragen gesteld over deze ,,nalatigheid in de toepassing van de wet''. Saoediërs en andere Golf-Arabieren zijn toch al mateloos impopulair omdat de Egyptenaren hun olierijkdom onverdiend vinden, hun strenge interpretatie van de islam achterlijk en hun gedrag arrogant en hypocriet. Van hun kant klagen veel Golf-Arabieren over de neiging onder Egyptenaren hen een poot uit te draaien. Op het vliegveld in Kairo is het vaste prik; Saoediërs worden uit de rij gehaald en net zolang lastig gevallen tot ze afstand doen van een handvol oliedollars. Het lijkt erop alsof prins Turki nu hetzelfde heeft gedaan.