Het avontuurlijke leven van een warrige surrealist

In een klein, donker kamertje van het Centraal Museum is een eerbetoon ingericht aan de verbreider van het surrealisme in Nederland: Willem Wagenaar (1907-1999). Wagenaar was zelf kunstenaar, maar drukte zijn stempel op met name het Utrechtse kunstcircuit als boek- en kunstverkoper of docent en organisator van tentoonstellingen. Voor al die activiteiten riep hij eerst zelf een instituut in het leven: koud van de Groningse kunstacademie stichtte hij in 1928 boek- en kunsthandel Nord, drie jaar later opende hij de expositieruimte de Kunstzaal, en in 1934 werd hij oprichter van de U.V.A., de Utrechtse Vrije Academie voor Beeldende Kunsten. Commerciële successen werden zijn initiatieven zelden, maar het is de vraag of hem dat iets kon schelen.

De opzet van de tentoonstelling is speels en origineel: je loopt als bezoeker langs acht open koffers met foto's, briefjes en andere documenten, en sprokkelt zo informatie over Wagenaars avontuurlijke leven bij elkaar. Terwijl hij kunstenaars als Moesman, Willem van Leusden en Louis Wijmans inspireerde om als surrealistisch kunstenaars aan de slag te gaan, was de stroming voor Wagenaar zelf meer een `levenshouding'. Van Magritte en Breton leerde hij dat `alle dingen dubbel waren', dat het leven een onoverzichtelijke en onbeheersbare chaos was en dat je daar gerust naar mocht handelen. Met aardse tuttigheden als administreren of opruimen hield Wagenaar zich dus niet bezig. In 1953 was zijn woning aan de Nieuwe Keizersgracht zo dichtgeslibd met boeken en vuil, dat Wagenaar in een brief van het `Algemeen Administatiekantoor' gesommeerd werd om onmiddellijk zijn woning op te ruimen en deze voortaan `zoals de wet voorschrijft, als een goed huisvader' te bewonen, anders dreigden er geldboetes.

Er hangen ook schilderijen, tekeningen en gouaches van Wagenaar, maar door de aarzelende stijl en de ondermaatse belichting komen die er wat bekaaid af. Het Droompaardje (1931) is een lief, in stipjes olieverf op glas geschilderd tafereeltje in een asymmetrische lijst; De vergeefsche poging(1933) verbeeldt een donkere, vervallen kamer met open ramen en deuren, waarachter een mannetje op een fel verlichte vlakte een vlieger probeert op te laten. Het ontbrak Wagenaar aan de discipline, of misschien was hij `te zelfcritisch' zoals een anonieme criticus over hem schreef, om als kunstenaar een duidelijke signatuur te ontwikkelen. Zijn kunst lijkt meer een middel om alle passies die hij najoeg en de visuele indrukken die hij onderging mee te verwerken. Wagenaar was een veelvraat, die zich kortstondig op bijvoorbeeld prehistorische rotstekeningen, dromen, mythen, freudiaanse theorieën en neo-barok stortte, en ook nog veel heeft gereisd. Later in zijn leven leverde deze grenzeloze nieuwsgierigheid alleen nog maar wetenschappelijke artikelen op.

Midden in het vertrek in het Centraal Museum bungelt aan een touwtje het hoogtepunt van de tentoonstelling: de catalogus, een prachtig geïllustreerd boekje van nog geen 18 centimeter hoog. De tekst is van Dick Adelaar, die van Wagenaars weduwe inzage kreeg in het persoonlijk archief van de schilder. Helaas rijgt Adelaar zijn bevindingen op een nogal taaie, aarzelende manier aaneen. Hij wil het bestaande beeld over Wagenaar corrigeren, maar dat beeld levert hij er niet bij; een op zichzelf staande, nieuwe tekst over de schilder is dit dus nog niet. De sappige citaten van tijdgenoten die worden opgevoerd maken wel weer veel goed. Wagenaar komt eruit naar voren als een levendige, prettig gestoorde man, die zich met grote porties ongehoorzaamheid en veel, in zwaar Gronings accent gekraakte grappen door het leven sloeg.

Tentoonstelling: Het surrealistisch universum van Willem Wagenaar. T/m 5/8 in: Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, Utrecht. Inl. (030) 2362362. Open di-zo 11-17 u. Catalogus ƒ29,50.

    • Sandra Heerma van Voss