Eritrea betreurt vertrek Nederlanders

De Eritrese president Isayas Afewerki heeft vanmorgen zijn spijt uitgesproken over het aanstaande vertrek van de 1.100 Nederlandse UNMEE-militairen uit zijn land. ,,Ik ben daar niet verheugd over'', aldus Afewerki, die in Nederland is voor een kort werkbezoek.

President Afewerki wees er tijdens een persconferentie op dat het geruime tijd zal vergen voor een nieuwe groep VN-militairen zich vertrouwd zal hebben gemaakt met de omstandigheden in het grensgebied tussen Eritrea en Ethiopië.

Op zijn beurt haastte premier Kok zich echter te verklaren dat Nederland vanaf het begin duidelijk heeft gemaakt dat het slechts voor een periode van zes maanden troepen zou kunnen bijdragen aan de VN-vredesoperatie in Eritrea. Die tijd is eind volgende maand verstreken.

Volgens minister van Aartsen (Buitenlandse Zaken) had Afewerki vanmorgen tijdens zijn onderhoud met Kok en hemzelf een langer verblijf van de Nederlandse militairen in de grenszone niet aan de orde gesteld. De president onderstreepte overigens zijn erkentelijkheid voor het werk van de Nederlandse militairen.

Zowel Afewerki als Kok toonde zich optimistisch over het verloop van het vredesproces tussen Eritrea en Ethiopië. Een centrale rol hierin vervult de vorming van een tijdelijke veiligheidszone, waaruit alle Eritrese en Ethiopische militairen moeten zijn teruggetrokken. Als deze zone eenmaal is gevormd en de landmijnen ter plaatse zijn opgeruimd, kunnen naar verwachting ook veel vluchtelingen uit het gebied naar huis terugkeren. Van Aartsen zei dat de tijdelijke veiligheidszone inmiddels vrijwel gereed is.

Als beide landen zich houden aan de afspraken over de tijdelijke veiligheidszone, komt ook de hervatting van de opgeschorte Nederlandse ontwikkelingshulp binnen bereik, zo heeft Nederland eerder toegezegd.