Coördinatie is probleem in bijna elk EU-land

De tekortschietende rol van `BZ' in het Europees beleid die PvdA-fractieleider Melkert eergisteren aankaartte, vormt geen nieuw probleem en is ook niet exclusief-Nederlands. Bovendien lost zijn voorstel, een vice-premier voor Europees beleid, weinig op.

Nederland presenteert zich in Brussel op precies dezelfde manier als alle veertien andere lidstaten van de Europese Unie. Dat gebeurt door leden van de regering, door in Brussel gevestigde diplomaten en door ambtenaren van Nederlandse ministeries die vrijwel dagelijks voor besprekingen uit Den Haag naar het hoofdkwartier van de EU reizen.

Volgens hoge EU-diplomaten hebben de meeste landen problemen met de coördinatie van hun Europese beleid. Frankrijk raakt daarin verzeild zodra er sprake is van co-habitation, de samenwerking van een rechtse president met een linkse premier zoals nu het geval is. Veel landen met coalitieregeringen hebben moeite om al hun ministers één lijn te laten trekken. Zo heeft de Belgische premier Guy Verhofstadt, een Vlaamse liberaal, er soms last mee om de Franstalige minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, in toom te houden.

Toen Ad Melkert, de fractieleider van de PvdA in de Tweede Kamer, maandag de Nederlandse coördinatieproblemen op Europees gebied aanroerde, kaartte hij dus zeker geen exclusief-Nederlands probleem aan. Melkert stelde dat het ministerie van Buitenlandse Zaken het EU-beleid onvoldoende coördineert, en dat Nederland ,,beneden zijn niveau acteert en gerepresenteerd wordt.''

Dat is kritiek waardoor niet alleen de minister van Buitenlandse Zaken, Jozias van Aartsen, zich aangesproken kan voelen, maar ook zijn premier Wim Kok. Hij is immers degene die Nederland in de Europese Raad op het hoogste niveau bij zijn collega regeringsleiders vertegenwoordigt. De coördinatie van het Nederlands beleid is dan ook complexer dan Melkert voorstelt.

Minister Jozias van Aartsen is samen met zijn EU-collega's van Buitenlandse Zaken lid van de Algemene Raad. De Nederlandse ministers van vakministeries als Sociale Zaken of Justitie reizen op vaste tijden naar Brussel om in een van de 21 vakraden van de EU met hun Europese collega's te onderhandelen.

Met een permanente vertegenwoordiging (ambassade) valt Nederland ook niet uit de toon. De Nederlandse permanente vertegenwoordiger, BZ-diplomaat Bernard Bot, die Melkert niet in zijn beschouwingen betrok, overlegt regelmatig in Den Haag met premier Kok, minister Van Aartsen en staatssecretaris Dick Benschop (Europese Zaken) over het Europees beleid. De vergadering van de permanente vertegenwoordigers, in Brussels jargon Coreper, speelt een belangrijke rol bij coördinatie van het beleid. Maar volgens een ambassadeur met lange ervaring onderhandelt de helft van zijn collega's meestal zonder instructies uit hun hoofdsteden. Last hebben de ambassadeurs daar niet van. Ze vertellen dikwijls onverbloemd dat ze beter dan hun regeringen begrijpen wat nationaal belang is.

Het probleem van coördinatie van beleid, dat Melkert in Den Haag signaleert, hebben Europese regeringsleiders herhaaldelijk aangekaart door het werk van de ministers van Buitenlandse Zaken in hun Algemene Raad te kritiseren. Stapels rapporten zijn er gemaakt met suggesties om de Algemene Raad beter als coördinator van het beleid te doen functioneren. Ze hebben tot nu toe geen verandering gebracht.

De ministers van Buitenlandse Zaken hebben de laatste jaren binnen de EU invloed verloren ten gunste van de ministers van Financiën. Dat is vooral een gevolg van de Europese Monetaire Unie en de euro. Het heeft geleid tot een voorstel om de coördinerende taak bij de Algemene Raad weg te halen en onder te brengen bij direct onder regeringsleiders ressorterende ministers van Europese Zaken. Die zouden het vereiste gezag tegenover hun collega-ministers hebben om te kunnen coördineren. Zij zouden in staat zijn om bijvoorbeeld collega's van Verkeer en van Milieu te dwingen om elkaar in Brussel niet tegen te werken.

Als volgens Melkerts wens in Nederland de taak van coördinatie van de minister van Buitenlandse Zaken naar een vice-premier wordt overgebracht, verandert er niets aan het Europese probleem. Zolang de Algemene Raad met de ministers van Buitenlandse Zaken officiëel de Europese coördinator is, zou de Nederlandse vice-premier met de ministers van Buitenlandse Zaken van de andere EU-lidstaten moeten samenwerken. Het coördinatie-probleem zou pas opgelost zijn als alle EU-lidstaten vice-premiers aanwezen die gezamenlijk als een nieuwe Brusselse raad de coördinatie ter hand zouden nemen.

De problemen met de Algemene Raad zijn langzaam gegroeid. Oorspronkelijk had de EU alleen de Algemene Raad en geen vakraden. Van die Algemene Raad waren niet alleen ministers van Buitenlandse Zaken lid. Duitsland bijvoorbeeld stuurde tot 1970 altijd de minister van Economische Zaken naar de bijeenkomsten van de Algemene Raad. Pas na het begin van de Europese Politieke Samenwerking in 1969 is het lidmaatschap van de Algemene Raad een zaak geworden van alleen ministers van Buitenlandse Zaken. Sindsdien is enerzijds het aantal terreinen waarmee de EU zich bezighoudt enorm toegenomen en zijn er de raden met vakministers gekomen. Het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid is sinds 1993 een extra reden voor de ministers van Buitenlandse Zaken om zich vooral met hun vakterrein bezig te houden. Tegelijkertijd zijn vanaf 1974 de toppen van de Europese regeringsleiders een steeds belangrijker rol gaan spelen bij de coördinatie van het beleid. Over tal van zaken, van landbouwbegroting tot uitbreiding van de EU, nemen de regeringsleiders besluiten.

De Algemene Raad vergadert maandelijks in Brussel. Ministers van grote landen laten daarbij dikwijls veel werk over aan hun diplomaten. Ze komen alleen voor de lunch en een ontmoeting met de pers naar Brussel. De Nederlandse minister Van Aartsen is meestal minder gehaast. Maar hij valt in Brussel ook op door de mate waarin hij belangrijke Europese kwesties overlaat aan staatssecretaris Benschop. Benschop behoort net als Van Aartsen tot het ministerie van Buitenlandse Zaken. Maar hij is anders dan zijn minister geen VVD'er. Hij is, net als premier Kok, lid van de PvdA. Tussen Kok en Benschop bestaan precies die goede betrekkingen die Melkert verwacht van de relaties tussen de premier en een nieuwe, met Europese Zaken belaste vice-premier.

    • Ben van der Velden