Bloedeloze Portugese operetterevolutie

Op de dag af zevenentwintig jaar geleden maakte een bloedeloze staatsgreep van jonge officieren binnen één etmaal een einde aan de sinds 1926 in Portugal regerende rechtse dictatuur. Het was een romantische, tot de verbeelding sprekende coup, die liefkozend `de Anjerrevolutie' werd gedoopt, omdat de bevolking bloemen in de geweren van de bevrijders stak. Eigenlijk was de ruim twee jaar daarna voortdurende politieke verwarring in Lissabon, toen heel links Europa er met vakantie naar toeging, veel paradoxaler en spannender, maar dat is niet het onderwerp van Capitães de Abril. Deze Portugees-Frans-Spaans-Italiaanse coproductie vertelt – opmerkelijk voor een eerste speelfilm – het verhaal van die ene roemruchte dag.

Debuterend regisseuse Maria de Medeiros (1966), die we vooral kennen als actrice, bij voorbeeld in Pulp Fiction, slaat een uitzonderlijk naïeve toon aan. Enerzijds past die lievige didactiek wonderwel bij de feiten. Slecht voorbereide kapiteins, die van de koloniale oorlogen in Afrika afwillen, rukken na het uitzenden van een verboden verzetslied als teken met hun troepen op uit de kazernes naar het stadscentrum, bezetten een radiostudio, en ondervinden tot hun eigen verbazing nauwelijks tegenstand. De Medeiros ontroert in de bijna als tableaux vivants gefilmde massascènes, en ook al zie je de clou van verre aankomen wanneer ze een bloemenstalletje in beeld neemt, toch schiet je een brok in de keel bij het aanreiken van de eerste anjer. Anderzijds zijn de door de intrige heengevlochten persoonlijke verhaaltjes knullig geschreven en wordt er overwegend houterig, zonder overtuigingskracht geacteerd, ook door de regisseuse zelf in een overbodige hoofdrol als kapiteinsvrouw. Bovendien zijn de dialogen slecht Nederlands ondertiteld. Wie de naam van de opstandige Movimento das Forças Armadas bij herhaling niet vertaalt met Beweging van de Strijdkrachten, maar als `de gewapende strijders' wendt de betekenis van de geweldloze omwenteling honderdtachtig graden, vermoedelijk uit onwetendheid.

Capitães de Abril is een ontwapenend onhandige, schematische en apolitieke film over onder meer de erotische uitstraling van `goede' militairen en de ongeschiktheid van Portugezen voor revolutie. Een echte wanklank in verhouding tot wat volgt is de proloog in zwart-wit, met gruwelijke documentaire beelden van Afrikaanse slachtoffers. Een musicalouverture zou wellicht adequater zijn geweest, als opmaat van De Medeiros' bevrijdingsoperette.

Capitães de Abril. Regie: Maria de Medeiros. Met: Silvio Accorsi, Maria de Medeiros, Frédéric Pierrot, Joaquim de Almeida, Fele Martinez, Luis Miguel Cintra, Canto e Castro, Ruy de Carvalho. In: Rialto, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis, Den Haag; Lux, Nijmegen; `t Hoogt, Utrecht.

    • Hans Beerekamp