Besluit over wapens voor Taiwan siert Bush

Het laatste dat China en Taiwan nodig hebben is een wapenwedloop. De Europese Unie moet zich bezinnen op een rol om beide nader tot elkaar te brengen, meent Willem van Kemenade.

Het had veel erger gekund: Taiwan krijgt weliswaar een fors arsenaal aan `nieuwe' – deels verouderde – wapens, maar niet het wapensysteem dat een ware Chinese furie ontketend zou hebben. Taiwan veinst teleurstelling. China is openlijk boos maar heimelijk opgelucht. De nachtmerrie van Peking was dat levering van de Arleigh-Burke destroyers met het Aegis-raketverdedigingssysteem nieuwe langdurige structurele samenwerking tussen het Amerikaanse en Taiwanese militaire establishment zou betekenen, in feite herstel van een militaire alliantie tussen de VS en Taiwan. Voor China zou dit een casus belli zijn geweest.

Zelfs de harde rechtse achterban van de Republikeinse partij houdt zich koest. China-bashing was de meest favoriete politieke sport van rechts, religieus Amerika zolang Clinton president was, maar met `hun eigen Bush' is dat veranderd. De campagne van conservatief Amerika om China als het nieuwe `rijk van het kwaad' te brandmerken heeft zijn vuur verloren. De voormalige Sovjet-Unie was kwaadaardig omdat zij wereldwijd bezettings- en proxy-legers had en geen economische partner was. China heeft alleen beperkte historische claims aan zijn eigen periferie en is dankzij twintig jaar economische liberalisering een van de grote handelspartners van de VS geworden. China bedreigt Taiwan alleen voorwaardelijk met militair geweld, namelijk als het onafhankelijkheid zou verklaren. De CIA zegt dat er 300 raketten staan opgesteld in de kustprovincies tegenover Taiwan, maar volgens de Chinezen staan die er niet om Taiwan te verwoesten, maar om de harde kern van de Taiwanese onafhankelijkheidsbeweging af te schrikken.

De relatie tussen China en Taiwan is een spiegelbeeld van de binnenlandse situatie in China: vergaande economische liberalisering versus politieke rigiditeit. Tussen China en Taiwan bestaan grootschalige economische betrekkingen, maar de politieke verhoudingen zitten muurvast. Taiwanese bedrijven hebben 50 miljard dollar in China geïnvesteerd en de jaarlijkse handel is gegroeid van 4.6 miljard in 1991 tot 32.4 miljard dollar in 2000, waarvan 80 procent van Taiwan naar China gaat en slechts 20 procent andersom. Taiwan dankt zijn forse deviezenreserves aan zijn enorme handelsoverschotten met China, en zou twee procent minder economische groei hebben zonder die handel.

Sterker nog, van de 80 miljard dollar die China vorig jaar naar de VS exporteerde, wordt een aanzienlijk deel geproduceerd door Taiwanese firma's in China, die ook het grootste deel van de winst opstrijken. Er bestaat dus een grote economische synergie tussen China èn Taiwan èn Amerika. Dat drie landen die zodanig economisch verstrengeld zijn zulke slechte politieke verhoudingen met een gevaarlijke militaire dimensie hebben, is absurd en een unicum in de wereld.

Het grootste politieke obstakel tussen China en Taiwan is op dit moment Taiwans weigering om het door nagenoeg de hele wereld, inclusief de VS, erkende `één China-principe' te aanvaarden. De vorige president Lee Teng-hui had dit principe van de Kwomintang geërfd, maar wegens zijn campagne voor internationale erkenning van Taiwan verslechterden de betrekkingen gestaag. In 1996 vuurde China ongeladen (!) raketten af rondom Taiwan, niet als serieuze militaire dreiging, maar als intimidatie tegen de onafhankelijkheidsextremisten. In 1999 proclameerde president Lee de `twee staten-theorie' die een epitaaf voor het `één China-principe' was. President Chen heeft zich van de `twee staten-theorie' gedistantieerd, maar weigert om de stap terug naar het `één China-principe' te maken. China heeft een flexibel compromis, `één-China, twee interpretaties' aangeboden, maar ook dat aanvaardt Chen niet. Hij zou wel willen, maar kan niet wegens een andere politieke blunder.

Vorig jaar loste hij een verkiezingsbelofte in, en zette de bouw van een kerncentrale stop. Na een verlammende crisis moest hij onder druk van de oppositie de bouw hervatten, waardoor hij een deel van zijn achterban van zich vervreemdde. Als hij ook nog voor China's druk bezwijkt en alsnog het `één China-principe' aanvaardt, zal hij een ander deel van zijn achterban kwijtraken. Dit is de essentie van de binnenlandse patstelling in Taiwans chaotische democratie, die de directe oorzaak van de impasse met China is. China negeert nu de minderheidspresident Chen, die slechts over 70 van de 220 parlementszetels beschikt, hoopt dat hij in 2004 niet herkozen wordt en cultiveert betrekkingen met de drie oppositiepartijen en het zakenleven. De oppositiepartijen zijn bereid een compromis over het `één China-principe' te aanvaarden, niet als capitulatie, maar om de dialoog over systematische economische coördinatie en integratie te vergemakkelijken.

Een alom gerespecteerde Kwomintang-politicus, ex-premier Vincent Siew, heeft onlangs een denktank, de Cross-Strait Common Market Foundation opgericht, die een gefaseerd integratieproces naar EU-stijl tussen China en Taiwan op gang wil brengen. In zowel China als Taiwan zijn grote politieke en economische veranderingen op komst, en het laatste wat de twee nodig hebben is een wapenwedloop. Het siert president Bush en minister van Defensie Rumsfeld dat zij van hun eerdere voornemen hebben afgezien de Arleigh-Burke-destroyers met het ultra-geavanceerde Aegis-systeem aan Taiwan aan te bieden.

Het zou waanzin zijn als Taiwan nu zo'n systeem van minimaal 4 miljard dollar zou bestellen, terwijl het pas in 2008-2009 leverbaar wordt als er wellicht al een situatie van vreedzame coëxistentie tussen China en Taiwan bestaat. Er bestaat algemeen onbehagen in Oost-Azië over het feit dat de Amerikanen niet vrede en ontspanning bevorderen, maar een simplistische hang naar militaire oplossingen voor complexe politiek-sociaal-culturele problemen hebben. De VS wordt verweten dat ze boven alles hun omstreden militaire aanwezigheid in Japan en Zuid-Korea willen handhaven en een nevelige context scheppen voor het opnieuw vestigen van een openlijke militaire aanwezigheid in Taiwan.

Nu de Europese Unie binnenkort met een bezoek aan Noord-Korea haar eerste politieke initiatief in Oost-Azië neemt om de door Bush bevroren detente tussen de twee Korea's te helpen redden, moet zij zich bezinnen op een eigen niet-militaire rol om China en Taiwan nader tot elkaar te brengen.

Willem van Kemenade is China-deskundige.