Berlusconi's hagiografie huis-aan-huis

Met een glamourtijdschrift over zijn leven, dat huis-aan-huis wordt verspreid, tracht Silvio Berlusconi kiezers te trekken. Kosten: 20 tot 40 miljoen gulden.

Ik heb post gekregen van Silvio Berlusconi. Een dikke blauwe envelop, persoonlijk geadresseerd, met daarin een tijdschrift van 130 pagina's waarin het levensverhaal en de heldendaden van de Italiaanse oppositieleider en mediamagnaat breed worden uitgemeten. De begeleidende brief zegt: ,,Wij zijn er zeker van dat u in lezing van deze pagina's de motivatie zult vinden om, samen met ons, bij te dragen aan de opbouw van een beter Land, een vrij Land, welvarend en rechtvaardig''. Was getekend: geachte afgevaardigde Guido Possa, voorzitter van de Forza Italia clubs.

Overal in het land sjouwen postbodes rond met de boodschap van Berlusconi. Het is de bedoeling dat ieder Italiaans gezin dit rijkelijk geïllustreerde blad krijgt. In totaal worden er vijftien tot twintig miljoen van zulke enveloppen verstuurd – de campagnestaf doet moeilijk over de precieze cijfers. Het blijft ook een vraagteken wat dit allemaal kost. Ruwe schattingen over de optelsom van druk- en verzendkosten komen uit op bedragen tussen de veertig en zestig miljoen gulden.

Iedereen kan zo smullen van het geretoucheerde levensverhaal van Silvio Berlusconi, de zoon van een simpele bankfunctionaris die is begonnen als zanger op een cruiseschip en zich ,,geheel op eigen kracht'' heeft opgewerkt tot de rijkste man van Italië. Dit boek in tijdschriftvorm is de nieuwste verkiezingsstunt van Berlusconi. Zijn opiniepeilers hebben uitgerekend dat bij de parlementsverkiezingen op 13 mei misschien wel drie tot vijf procent van de zwevende kiezers zich door deze glamourstory zal laten overhalen.

De titel is: Una storia italiana – een Italiaans verhaal. Met de suggestie dat iedereen succes kan hebben, zijn dromen kan realiseren, als hij maar op Berlusconi stemt. Want daarmee voorkomt de kiezer ,,een verstikkende en onvrije toekomst''.

Possa schrijft dat hij dit allemaal heeft bedacht opdat de Italianen Berlusconi beter leren kennen, niet alleen als politicus, maar ook als mens. Hij is een vroegere klasgenoot van Berlusconi, is nu Kamerlid voor zijn partij Forza Italia en leidt de lokale `clubs' die de partij die eigenlijk geen partij mag heten, overal in het land heeft opgezet.

Het schema van deze biografie is goed doordacht. We zien Berlusconi tussen de krokussen in zijn enorme villa, met zijn kinderen (de vrouw uit zijn eerste huwelijk ontbreekt, want echtscheiding past niet zo goed in het verhaal), met zijn overleden vader en zijn moeder. We ontdekken dat de mediamagnaat in zijn vakantie de grote klassieken van de Westerse filosofie herleest.

En dan komt de essentie: ,,de bouw van een imperium''. Hierbij wordt zorgvuldig de `catechismus' gevolgd die is meegegeven aan alle kandidaten van Forza Italia – mijn apostelen, zo noemt Berlusconi ze graag. Berlusconi heeft uit het niets een revolutionaire woonwijk opgezet. Hij heeft de commerciële tv opgezet, en zo kreeg Italië ,,eindelijk een vrije tv''. Hij heeft een voetbalclub uit de Serie B gekocht, AC Milan, en die naar de wereldtop gebracht. Hij heeft in 1994 uit het niets een politieke `beweging' opgericht die binnen een paar maanden de grootste van het land is geworden. En nu is hij kandidaat, voor ,,een rechtvaardiger, moderner, competitiever Italië''. Zo'n man moet een kans krijgen, is de boodschap.

De centrum-linkse tegenstanders van Berlusconi worstelen met deze nieuwe vorm van propaganda. Megalomanie, roepen sommigen. De krant Il manifesto roept linkse kiezers op het blad terug te sturen ,,met de portokosten voor de afzender''. Commentatoren vragen zich af of ze boos moeten worden of het in de prullenbak moeten gooien. Kandidaten van links roepen verontwaardigd dat Forza Italia alleen al met dit boek de maxima voor campagne-uitgaven overschrijdt. Berlusconi haalt er zijn schouders over op. Veel controle op de uitgaven is er nooit geweest. Hij wil ,,de deur van de hoop open houden''. Mensen laten dromen. En daarvoor is deze hagiografie uitstekend geschikt. Voor wie bereid is te geloven.

    • Marc Leijendekker