Bank even uit schijnwerpers `diamant-zaak'

De rechtszaak rond het `diamantfiliaal' van ABN Amro gaat deze zomer verder, zo bepaalde de rechtbank gisteren.

De bank kan even ademhalen. Maar als de zaak over enkele maanden wordt voortgezet, zullen de raadslieden er alles aan doen om de bank opnieuw als medeverdachte in de schijnwerpers te zetten.

Opgelucht verliet de delegatie van ABN Amro gistermiddag het paleis van justitie. Na een volle dag van beraad besloot de rechtbank de behandeling van de zaak rond het `diamantfiliaal' van de bank aan de Amsterdamse Sarphatistraat terug te brengen tot de kern: de fraude zelf. Daarmee werd de tactiek van de verdediging – de bank zoveel mogelijk meetrekken in de affaire – ingedamd en enkele (ex-)ABN Amro-toplieden een hernieuwde gang naar de getuigenbank bespaard. Toch lijkt de reputationele schade nog niet voorbij. Over enkele maanden, als de zaak verder gaat, zullen de raadslieden er alles aan doen om de bank opnieuw als medeverdachte in de schijnwerpers te zetten.

Een ABN Amro-woordvoerder benadrukte gisteren dat de bank gedupeerde en geen verdachte is. Maar hoe graag ABN Amro dat ook zou willen, de kwestie is niet los te zien van de bank zelf. Daarbij gaat het om twee gevoelige aspecten: de situatie op de afdeling Diamant Niet-Ingezetenen (DNI) en de procedure toen de zaak eenmaal ontdekt werd. In beide zaken vindt de verdediging voortdurend aanknopingspunten om ABN Amro onder de loep te leggen.

Eén ding is duidelijk: op de afdeling DNI, waar vooral buitenlandse diamantairs honderden anonieme nummerrekeningen aanhielden, is de zaak tussen 1990 en 1997 schreeuwend uit de hand gelopen. Volgens justitie zou een van de verdachten jarenlang gefraudeerd hebben met de nummerrekeningen. Drie collega's zouden medeplichtig zijn. In totaal is er ruim 180 miljoen gulden weggeboekt op rekening van cliënten, vooral van een Libanese familie. Het geld is nog steeds zoek.

Interne rapporten, die onder druk van het justitieel onderzoek zijn vrijgekomen, schetsen een dramatisch beeld van de afdeling DNI. Er was sprake van een slechte controle en administratie, een contante dollarkas, mogelijkheid voor de werknemers om privé te speculeren en meer zaken waarmee een bank zich liever niet afficheert. ABN Amro verzuimde, zo erkende bestuursvoorzitter Groenink donderdag in zijn getuigenverhoor, om tijdig in te grijpen. Toen men dat wèl deed, gebeurde dat, vanuit het perspectief van ABN Amro, op een effectieve manier. Daarbij was er goed overleg met justitie dat de bank maanden de tijd gaf om ,,intern orde op zaken te stellen.'' Dat was nodig, zo legde Groenink uit, om fictieve claims tegen te gaan en om de publiciteit buiten de deur te houden. Concern Veiligheidszaken (CVZ) van ABN Amro reisde de wereld af op zoek naar het geld, ondervroeg werknemers en cliënten. De afdeling DNI werd opgeheven, de verdachten kregen een `zachte' beëindiging van de arbeidsrelatie. Helaas voor de bank ontdekte de pers de fraudezaak, waarna justitie aandrong op aangifte. Dat was volgens Groenink altijd al de bedoeling geweest, maar de raadslieden denken dat de bank de zaak in de doofpot wilde houden en hun cliënten slachtofferden. Zij hebben nog tal van vragen. Waarom bood justitie ABN Amro zoveel ruimte? Had dat iets te maken met de afhandeling van de voorkenniszaak rondom bestuurslid De Bièvre? Waarom gaf de bank niet alle medewerking aan de politie?

De rechtbank bracht de discussie terug tot de vraag of het waar is dat de bank destijds tegen de verdachten zou hebben gezegd dat er geen aangifte zou worden gedaan. De vier zouden op basis daarvan hun medewerking aan het interne onderzoek hebben gegeven. Via een getuigenverhoor met de betrokken CVZ-functionaris hoopt de rechtbank dit helder te krijgen.

Ondertussen is de fraudezaak zelf verre van helder. Het bewijsmateriaal tegen de vier is niet op alle punten overtuigend. Bovendien heeft het er alle schijn van dat justitie in de tenlastelegging enkele verdenkingen bij de verkeerde verdachten heeft voorgelegd. Niet uit te sluiten valt dat de zaak deze zomer met lichte veroordelingen en misschien zelfs enkele vrijspraken eindigt. Dat de waarheid over de fraude nog bekend wordt is onwaarschijnlijk, net als de hoop dat de 180 miljoen boven water komt. Daarnaast blijven er vragen over de rol van justitie en de bank zelf. Zo heeft het er alle schijn van dat de ontknoping van deze grootste bankfraude ooit, wel eens op een anticlimax zou kunnen uitlopen.

    • Joost Oranje