Akkoord over openbaarheid binnen EU

Lidstaten van de Europese Unie kunnen zelf beslissen over openbaarmaking van stukken. Voorwaarde is dat zij tevoren het land of de instantie consulteren waarvan een document afkomstig is.

Dit is de strekking van het akkoord dat vanmorgen binnen de Europese Unie is bereikt over een Europese wet openbaarheid van bestuur (WOB). Hierdoor vervalt het beroep dat Nederland vorig jaar bij het Europese Hof van Justitie aanhangig maakte tegen een Europese regeling voor geheimhouding van militaire documenten.

Het akkoord is bereikt na moeizame onderhandelingen tussen de EU-lidstaten, het Europees Parlement en de Europese Commissie. CDA-Europarlementariër Hanja Maij-Weggen, rapporteur over de Europese WOB voor de parlementaire commissie voor rechten van de burgers, sprak vanmorgen over ,,het beste resultaat dat haalbaar is''. Staatssecretaris Dick Benschop (Europese Zaken) noemde het akkoord ,,een aanvaardbaar compromis''.

Slechts vier van de vijftien EU-lidstaten hebben een nationale WOB die de toegang van burgers tot documenten regelt. Deze landen (Nederland, Finland, Zweden en Denemarken) wilden hun WOB ook toepassen op documenten van de EU. Op nationaal niveau zou besloten moeten worden welke documenten burgers om veiligheidsredenen niet kunnen inzien. Dit stuitte echter op bezwaren van de NAVO en van Frankrijk, Spanje en Portugal.

Volgens de overeenstemming die de permanente vertegenwoordigers (ambassadeurs) van de EU-lidstaten vanmorgen bereikten kunnen lidstaten zelf een besluit nemen over openbaarmaking van stukken, maar moet tevoren het land of de instantie worden geconsulteerd waarvan een document afkomstig is. Eenstemmig besloten de EU-lidstaten dat dit voldoende garantie is om te voorkomen dat een land documenten openbaar maakt die door de opsteller (bijvoorbeeld de NAVO) als geheim worden beschouwd. Volgens de regeling kan een burger bij de rechter in beroep gaan als hem inzage van een document is geweigerd.

Het akkoord moet formeel nog worden bekrachtigd door de EU-ministers van Algemene Zaken en door het Europees Parlement. Volgens Maij-Weggen staat vast dat het parlement de regeling zal goedkeuren. Zodra deze procedure is afgehandeld vervalt volgens een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag de grond voor het beroep dat Nederland vorig jaar instelde bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg.

Het Nederlandse beroep richtte zich tegen de voorlopige regeling over geheimhouding van militaire documenten die een meerderheid van de EU-lidstaten vorig jaar augustus aanvaardde op voorstel van Javier Solana, de hoge functionaris voor het buitenlands beleid van de EU. Toen Nederland dat beroep instelde, waren de onderhandelingen over een Europese WOB al begonnen. Volgens het Verdrag van Amsterdam moest hierover voor mei van dit jaar overeenstemming worden bereikt.

    • Ben van der Velden