'Wij vermoordden hen en toen vermoordden zij ons'

Op 24 april herdenken de Armeniërs elk jaar het begin, in 1915, van wat zij de Turkse genocide op hun volk noemen. Turkije heeft er een volstrekt andere visie op.

,,Vergeten, hoe kan ik nou vergeten?'' Hulpeloos kijkt Mehmet Ali voor zich uit. Hij is meer dan honderd jaar oud, zegt zijn familie, en elke dag valt er een nieuw gaatje in zijn geheugen. Maar de slachtpartij in het dorpje Tercan bij Erzurum in Oost-Turkije zal tot zijn laatste adem op zijn netvlies staan gegrift. ,,We houden van jullie'', zeiden de Armeniërs, vertelt Mehmet Ali. ,,Kom maar naar de moskee, zeiden ze tegen ons, dan geven we jullie eten.'' Maar toen iedereen in de moskee zat, ging de benzine eroverheen. ,,Ik kon nog net wegkomen, maar de anderen zijn levend verbrand. Hoe kan ik dat ooit achter mij laten?''

Vergeten – voor veel Turken in Erzurum wordt dat elke dag moeilijker. Ooit hoopten ze dat de wereld ook voor hun verdriet begrip zou nemen. Want in de laatste fase van het Ottomaanse Rijk, toen het Russische leger Erzurum bezette en milities van de christelijke Armeniërs vrij spel hadden, werden ook moslim-Turken het slachtoffer van gruweldaden, zeggen de Turken. Maar de wereld, vindt Erzurum, kiest partij voor de Armeniërs: Frankrijk heeft al een resolutie aangenomen waarin het `vaststelt' dat de `Turken' een genocide begingen en elders staat de kwestie ook weer op de agenda. ,,De Armeniërs zijn goed en wij zijn fout'', zegt een student in Erzurum. ,,Daar komt het op neer.''

Als een land als Frankrijk al hoopte door de resolutie over de Armeense genocide een verzoeningsproces op gang te brengen, dan is dat, zo blijkt in Erzurum, absoluut mislukt. Want de tijd voor de doden om voor altijd in vrede te rusten is nog lang niet gekomen. De slachtpartijen aan het einde van het Ottomaanse Rijk zijn politieker dan ooit. In het museum van Erzurum staat een glazen kast met daarin een schedel van een vrouw die in een massagraf werd gevonden. Bij de schedel ligt een Koran, zodat er geen twijfel over bestaat wie het slachtoffer is, en wie de dader. Zo politiek zijn de slachtpartijen inmiddels dat de Turkse autoriteiten, wanneer ze massagraven openen, die dezelfde dag nog weer sluiten – zo kan niemand hen beschuldigen dat zij 's nachts met bewijsmateriaal van vermeende Armeense gruweldaden knoeien. De Turkse autoriteiten nodigen voor zo'n graafpartij altijd buitenlandse waarnemers uit, maar vaak geeft alleen bondgenoot Azerbajdzjan acte de présence. ,,De Armeense kwestie is in Turkije inmiddels meer politiek beladen dan het Koerdische probleem'', zo zegt een medewerker van de befaamde Bosporus-universiteit in Istanbul. ,,Over de Koerden kan worden gediscussieerd, bij de Armeense kwestie ligt dat veel moeilijker.''

Het was blinde haat die de slachtpartijen in de laatste fase van het Ottomaanse Rijk veroorzaakte, wie ze ook uitvoerden en waar ze ook plaatshadden, en alleen een diep en kritisch zelfonderzoek kan de gepijnigde geesten van het verleden uiteindelijk tot rust brengen. Tragisch genoeg heeft een resolutie als de Franse in Turkije de drang tot zelfreflectie nu juist direct de kop ingedrukt. In het museum van Erzurum hangt naast de kast met de schedel een tekst in het Engels die het hoe en waarom van de slachtpartijen `uitlegt'. De Armeense minderheid ,,buitte de goede bedoelingen en de tolerantie van de Ottomaanse autoriteiten eeuwenlang uit'', zo staat er, en vervolgens profiteerden ze ,,op verraderlijke wijze'' van de zwakte van dat Rijk in zijn nadagen. Slachtoffers van Armeense moordpartijen – ,,van weerloze en onschuldige baby's tot aan ouden van dagen'' – betaalden de tol van deze ondankbaarheid.

De Turken als slachtoffer, het is een favoriet thema van de Turkse geschiedschrijving. Turkse historici staan vaak en graag stil bij de verdiensten van het Ottomaanse Rijk. Het was liberaal en tolerant en behandelde minderheden goed. ,,Het waren gasten, ze mochten hier leven, eten en werken'', zegt Dr. Erol Kürkçüoglu van het onderzoekscentrum in Erzurum dat met financiële steun van de Turkse overheid onderzoek doet naar de laatste fase van het Ottomaanse Rijk. Het einde van dat glorieuze Rijk was niet te wijten aan interne zwakte, maar aan ophitsing van buiten. ,,Rusland wilde de Armeniërs gebruiken om toegang te krijgen tot de Middellandse Zee en Frankrijk en Engeland wilden via hen naar de oliegebieden'', zegt de onderzoeker. Zo bezien is de Franse resolutie over de Armeense kwestie niets anders dan de nieuwste zet in een lang spel om Turkije te destabiliseren. ,,Bemoeide iedereen zich maar niet zo tegen ons aan'', verzucht hij. ,,Dan zou het allemaal stukken beter gaan''

Die slachtofferrol (`Niemand houdt van ons', zeggen ook in Istanbul mensen vaak) maakt dat Turken het eigen feilen zo moeilijk kunnen accepteren. ,,Wij hebben absoluut geen Armeniërs vermoord'', zegt Dr. Kürkçüoglu met nadruk. ,,Ze gingen dood door ziekte.''

In Askale bij Erzurum is Mehmet Ali het daar niet helemaal mee eens. Wegens zijn hoge leeftijd (op zijn identiteitskaart staat als geboortenjaar de Ottomaanse aanduiding 1286, volgens de christelijke jaartelling 1908) is hij behoorlijk doof. In een poging zijn vader te beïnvloeden schreeuwt zijn meer dan 60 jaar oude zoon het officiële Turkse standpunt in zijn vaders oor. Maar die laat zich niet van de wijs brengen. ,,Wij vermoordden hen en toen kwamen ze terug om ons te vermoorden'', zegt hij. Even zwijgt hij. ,,In die tijd ging het zo'', zegt hij dan.