Verdachte in Dover-zaak: `Alles is gelogen'

Hoofdverdachte Gürsel Ö houdt glashard vol niets te weten van mensensmokkel, maar andere verdachten vertellen een ander verhaal.

Hij draagt een trendy grijs kostuum en een nonchalant shirtje. Gürsel Ö., de Hollandse hoofdverdachte in de Dover-zaak en mega-entrepreneur in mensensmokkel, komt de rechtbank slepend binnenlopen. Om de twee passen maakt hij een hupje, alsof zijn bovenbenen elkaar dwarszitten. Op de eerste zittingsdag, vorige week, heeft hij alleen belangstelling voor de publieke tribune, maar nu richt hij de blik op de rechter. Het duurt even, de microfoon staat niet aan, maar dan spreekt de hoofdverdachte (37). Een bruine stem. Hij weet niets van mensensmokkel, zegt hij. Hij heeft nooit te maken gehad met dat transport waarbij vorig jaar 58 illegalen overleden, zegt hij. Hij hield zich geen half jaar schuil uit angst voor een berechting in de Dover-zaak, zegt hij. ,,Ik heb zélf gezorgd voor mijn aanhouding.'' En terwijl de tolk zijn werk doet, praat hij door. ,,Ik zweer het u!''

Toch wordt op de tweede zittingsdag duidelijk dat het openbaar ministerie een sterke zaak tegen de verdachte smokkelleider heeft. Behandeld worden twee transporten die voorafgingen aan de dodenrit van chauffeur Perry W. vorig jaar. Perry heeft er in Groot-Brittannië 14 jaar voor gekregen. Zijn collega en boezemvriend, Lammert N., heeft over de eerdere ritten bij de politie bekennende verklaringen afgelegd, en deze herhaalt hij voor de rechtbank. Lammert is niet thuis in de deftige taal van zo'n zitting. Zijn gedrongen lichaam maakt zich klein. Via Perry is hij najaar 1999 op het idee gebracht zijn schulden in te lossen door te gaan smokkelen. Zijn eerste rit rijdt hij in december dat jaar. Zoals Perry hem heeft voorgelicht, belt hij met Gürsels secondant Haci (`Martin') D., op diens verzoek stuurt hij zijn DAF Super Space Cab naar Hazeldonk. Gürsel geeft hem onder een kopje koffie instructies, twintig Chinezen worden achter diepvriespizza's verstopt, en voorbij Dover wacht een witte Mercedes die de uitgeladen mensen meeneemt. Min 18 graden was het in de koelcontainer. ,,Daar waren ze op gekleed'', zegt Lammert.

April 2000 heeft hij nog eens zo'n ritje gereden. Gürsel heeft hem erover gebeld, zegt hij. De advocaat van Gürsel Ö , Doedens' kantoorgenoot A. Bijl, vraagt of hij dat ,,zeker'' weet. ,,Ja, meneer. Ik weet zeker dat het Ö was, want hij sprak heel slecht Hollands.'' Het weer in april is slecht, waardoor de overtocht te lang duurt. De vijftig Chinezen in zijn container krijgen ademnood, Lammert bevrijdt ze op de ferry. Op verzoek van zijn advocaat C. Starmans legt hij de rechtbank uit waarom hij reed. De vergunning van zijn bedrijf was enkele dagen eerder ingetrokken, hij vraagt vergeefs een uitkering aan. ,,Toen heb ik maar gereden.''

In de voorbereidingen op de fatale rit in juni spelen zijn ervaringen in april een belangrijke rol, vertelt Lammert. De chauffeur helpt mee bij de organisatie, maar hij kan niet rijden. Hij mag na de mislukte rit in april Engeland niet meer in. ,,Ik heb steeds gezegd, zorg voor voldoende zuurstof'', vertelt Lammert. ,,We hebben het er met zijn allen over gehad. Het luik moest groot genoeg zijn, want ik zei: anders loopt het af als in april.'' Zo schetst Lammert N. het verhaal dat officier van justitie J.Klunder nodig heeft om doodslag te bewijzen tegen in ieder geval de hoofdverdachten. In zijn redenering is de rit van april maatgevend voor het risico dat in juni is genomen: door zestig man in een container te verstoppen wisten de organisatoren dat er een grote kans op de verstikkingsdood was.

Vanmorgen brengt medeverdachte Osman O. Gürsel verder in de problemen. Osman heeft bij de politie verklaard dat Ö. eerder minstens 22 andere transporten heeft georganiseerd. Drie dagen voor het fatale weekeinde is hij door Gürsel benaderd om een bus te huren. In dat weekeinde komt hij in de loods voor kleine hulp. Van Gürsel krijgt hij opdracht naar de Rotterdamse Dahliastraat te rijden om een groep Chinezen naar de loods te brengen. Hij ziet ook Gürsel en Perry in de weer met het luik. ,,Gürsel gaf aanwijzingen.'' Later stelt Osman vast dat een gat in het luik is geboord. ,,Om de mensen meer adem te geven.''

Osman is een springerig ventje dat niet bang is raadslieden te corrigeren. Hij is door Chinezen opgewacht, toen hij die zondag de Dahliastraat inreed. Hij is ,,wel verbaasd dat deze mensen niet zijn gearresteerd''.

Als advocaat Boone hem vraagt hoe dat kan, zegt hij: ,,Ja, hoor eens, ik doe hier het onderzoek niet.'' Ook heeft hij Gürsel tot enkele weken voor het transport in cafés gezien met een Chinese vrouw, Lee Ah K. Zij is in 1999 berecht voor vrijwel identieke mensensmokkel naar Dover. De vrouw is geen verdachte in de Dover-zaak. Gürsel zegt evenwel dat hij ,,nooit'' met Chinezen is omgegaan. ,,Nee, nee.'' Ook verder deugt er niks van Osmans verhaal. ,,Alles is gelogen.''

    • Tom-Jan Meeus