Shell loopt vast in Australië

Lobbyisten uit de aanhang van Australië's liberale regeringscoalitie en uit het bedrijfsleven zijn erin geslaagd een regeringsveto uit te lokken over het plan van Shell om het energiebedrijf Woodside over te nemen. Maar verder zijn er slechts verliezers.

De Australische dollar daalde een cent in waarde en de aandelen van Woodside, het energiebedrijf waarop de Koninklijke Shell zijn zinnen had gezet, daalden 1,70 dollar, ofwel 14 procent, tot 12,30 Australische dollar. Vijf maanden geleden was de koers nog tot 15 dollar geklommen, juist door de belangstelling van Shell, dat 14,80 dollar per aandeel had geboden.

Geschokt hebben de financiële markten gisteren gereageerd op het veto van de minister van Financiën, Peter Costello, tegen Shells plannen om Woodside over te nemen. Costello besloot tot het verbod omdat de overname door het Nederlands-Britse energiebedrijf ,,strijdig'' zou zijn met ,,de nationale belangen van Australië''. Tweemaal eerder had de directie van Woodside het bod van Shell afgewezen, maar voordat deze keer de aandeelhouders er aan te pas zouden komen, greep de Australische regering in.

Minister Costello had geworsteld met de beslissing. Want aan de ene kant wilde hij het economisch hervormingsprogramma van de liberale regering – gericht op stimulering van de concurrentie en het aantrekken van buitenlandse investeringen – niet te grabbel gooien.

Tegelijkertijd was er grote druk vanuit het Australische bedrijfsleven en de agrarische sector om de grootste producent van olie en aardgas in het land niet af te staan aan een buitenlands concern, dat wellicht minder geneigd zou zijn de economische belangen van Australië en zijn werknemers te beschermen.

Die lobby drong ook door tot minister-president John Howard. Volgens het Franse persbureau AFP kreeg Howard verscheidene leden van zijn eigen Nationale Partij op bezoek die sterk gekant zijn tegen verkoop van Woodside aan Shell. Vorig jaar verloor de regeringscoalitie bij verkiezingen in enkele deelstaten. Met parlementsverkiezingen in 2002 voor de boeg zitten de Australische regeringspartijen niet te wachten op een verdere verdunning van hun aanhang.

Een rapport van de Foreign Investment Review Board (FIRB) onderstreepte de belangen die Woodside vertegenwoordigt als het gaat om de nationale energievoorziening en de export, maar ook de noodzaak van investeringen in die sector. De FIRB trok echter geen conclusie ten aanzien van Shells ambities en juist dat manco greep minister Costello aan om de overname als strijdig met de nationale belangen te bestempelen.

Het Nederlands-Britse concern beoogde eigenlijk niet meer dan verhoging van zijn belang in Woodside (nu bijna 35 procent) tot 64 procent. Maar dat zou betekenen dat Shell de baas kan spelen bij de exploitatie van grote gasvelden in de North West Shelf en een project voor de export van vloeibaar gas (LNG).

Het verwijt van de tegenstanders is dat Shell mogelijk niet het onderste uit de kan zou halen voor de Australische export, omdat het bedrijf grote LNG-projecten heeft in Maleisië, Brunei, Oman en Rusland. Shell Australië heeft zich fel verzet tegen die redenering en elke verwijzing naar manipulatie van de gasmarkt verworpen.

Shell beraadt zich over zijn positie. De regering is volgens minister Costello bereid een nieuw bod te overwegen als dat meer recht zou doen aan de waarde van Woodside. Woodside zelf denkt dat er eerder een beter bod zou kunnen komen van zijn partnerbedrijven BHP en Santos.

Maar analist Russell Langush van CIBC World Markets zegt in het dagblad The West Australian van gisteren: ,,Ik denk niet dat dit politieke veto goed is voor de koers van het aandeel Woodside. En ze kunnen wel praten over de belangstelling van BHP en Santos, maar Shell zal, met eenderde van de aandelen in handen, dicteren wat er gebeurt''.

Behalve de politieke lobbyisten zijn er tot nu toe slechts verliezers in dit spel: Shell, de belegger, de Australische munt en mogelijk ook Woodside zelf.

    • Theo Westerwoudt