Professioneel striptijdschrift

Er wordt door stripmakers en liefhebbers veel gemopperd over de culturele status van hun favoriete medium. In tegenstelling tot bijvoorbeeld film is de strip geen onderwerp van studie op de universiteit, worden jonge kunstenaars op de academie niet gestimuleerd hun ideeën in beeldverhalen te gieten en is de strip nog steeds een ondergeschoven kind in het gros van de media.

De laatste tijd is dat echter aan het veranderen. Zo heeft een aantal striptekenaars met behulp van subsidies ongestoord kunnen werken aan een lang verhaal en probeert men in Haarlem nog steeds een centrum voor het beeldverhaal op te richten.

Jarenlang is er in Nederland met een jaloerse blik naar onze zuiderburen gekeken, omdat daar een aantal voorzieningen wel gerealiseerd is. Zo is er het Belgische centrum voor het beeldverhaal en heeft de Academie St. Lucas in Brussel een aparte opleiding voor striptekenaars. Die studie heeft inmiddels beroemde auteurs opgeleverd, die hun weg hebben gevonden naar het publiek. Omdat dat laatste voor jonge kunstenaars steeds moeilijker wordt, namen een paar docenten van St. Lucas het initiatief tot het tijdschrift Ink. Hiermee proberen zij hun studenten een duwtje in de rug te geven. Het blad verbaasde iedereen door de professionele kwaliteit van zowel de strips, als de vorm waarin die werden gepubliceerd.

In het eerste nummer werd al direct de toon gezet door ontdekkingen als Guido de Vadder, Axel Jacobs en Steven Vandenbroucke, die volwassen verhalen produceerden in een uitgewerkte, persoonlijke stijl. Geen `grote neuzen' of humorstrips, waar tijdschriften met debuterende tekenaars om bekend staan, maar ambitieuze en sfeervolle verhalen. Niet altijd even toegankelijk, maar allemaal even origineel. Die hoge kwaliteit hebben de makers ook in nummer 2 en 3 weten vast te houden. Een aantal namen is gebleven, maar inmiddels zijn er een paar aan toegevoegd. Bram Devens en Oliviers Schrauwen maken maximaal gebruik van de mogelijkheid in kleur te publiceren. Devens doet dit in een verhaal over een kunstenaar die uit angst voor kleur naar de Noordpool is geëmigreerd. De bezoeker met de gele parka wordt ontvangen met `Ga weg, gele duivel. Je verstoort het wit!'

Ink bestaat niet alleen uit serieuze beeldverhalen, maar biedt ook bescheiden ruimte aan humoristische cartoons en tekstbijdragen. Die laatste categorie is het minst geslaagd, want de interviews die de academie-studenten met hun helden voeren zijn oninteressant en de theoretische overpeinzingen van docent Pascal Lefèvre detoneren met de rest van het tijdschrift. De bijdragen van de tekenaars stralen echter een onweerstaanbaar enthousiasme uit en zijn stuk voor stuk veelbelovend.

Ink, nr. 3. Uitgeverij Oogachtend, Leuven. 80 blz. Prijs ƒ14,-. Verkrijgbaar bij stripspeciaalzaken, of te bestellen via www.ink.be