Nederland moet zelf visserij aanpakken

Een nationale visserij is gemakkelijker anders in te richten dan alle Europese visserijen samen. Dat roept om een Nederlands initiatief waar Europa van kan profiteren, meent Gert van Santen.

Het public-relations-theater dat de bestuurders van de vissers belangenorganisaties en hun leden onlangs hebben geënsceneerd, deed in meer dan een opzicht Herman Heyermans alle eer aan. Het volkstoneel was een regelrechte mediahit, vooral toen het culmineerde in de spectaculaire afsluiting van de belangrijkste Nederlandse havens.

Er waren vileine schurken (de bureaucraten in Brussel en Den Haag), een dramatische hoofdpersoon die het noodlot niet kon keren (de staatssecretaris van Visserij), bijrollen van biologen en economen die de waarde van specifieke Brusselse maatregelen in twijfel trokken, en natuurlijk de arme vissers die het financiële hoofd niet langer boven water kunnen houden. De vis wordt nog steeds duur betaald.

Het zwart-witplaatje dat werd gepresenteerd is een karikatuur. De Nederlandse visserij heeft over de afgelopen drie decennia honderden miljoenen guldens aan subsidie en belastingvoordelen ontvangen uit Brussel en Den Haag. Met die genereuze financiële hulp werd de Nederlandse vloot de modernste en meest efficiënte van Europa. Erg armlastig zijn de meeste vissers ook niet. De Nederlandse visserij heeft vele jaren, tot en met 1999, met aanzienlijke winsten gewerkt. Na IJsland heeft de Nederland waarschijnlijk de meeste visserijmiljonairs. De Nederlandse (kotter)visserij kan wel tegen een stootje; Nederland domineert de handel in platvis en verdient behoorlijk aan de snelstijgende visprijzen. De problemen in de Europese vleessector en stagnerende vangsten zijn daar niet vreemd aan.

Het beeld van een onmachtige Brusselse politiek die alleen verantwoordelijk is voor de scherpe afname van visbestanden is evenmin juist. De meest recente regelgeving uit Brussel vloeit voort uit een reeks van politieke compromissen, waarin de rol van de kleinere landen soms beperkt was. De wetenschappelijke kritiek op die compromissen is terecht, maar gaat voorbij aan het politieke karakter van het beslissingsproces.

Om over de distributie van de politieke pijn van het inkrimpen van de vloten beter tot een consensus te komen, werd in Brussel over alle Europese visserijen onderhandeld, wat de besluitvorming compliceerde en kostbare tijd vergde. De minimale aanpassing van de verschillende Europese vloten in het verleden was te beperkt en te laat om de belangrijkste visbestanden weer op een optimaal niveau te brengen.

Men kan daarom ook vraagtekens zetten achter nationale onderhandelingsstrategieën van de Europese landen die het maximale kortetermijnresultaat voor de lokale achterban zochten in een situatie waarin een langetermijnvisie essentieel was: herstel van de visbestanden en fundamentele herstructurering van de sector.

Het politieke karakter van de herstructurering van de sector vraagt om nieuwe benaderingen. IJsland en Nieuw Zeeland hebben hun visserijsector effectief geherstructureerd en hun visbestanden opgebouwd na een overbevissingscrisis.

Die ervaring suggereert dat individuele visserijen makkelijker te reguleren zijn dan het complex van alle nationale en internationale visserijen bij elkaar. Klein en nationaal beginnen werkt beter, sneller en efficiënter, en met die ervaring kan men de rest – visserijen waarin meer landen participeren – aanpassen. Hoewel de visserijsector steeds meer een Europese aangelegenheid is geworden, lijkt het veel effectiever om de herstructurering van individuele visserijen eerst op nationaal niveau te plannen, zonodig in samenwerking met andere landen, en dan het resultaat in Brussel te bespreken.

Herstructureren is meer dan het inkrimpen en het stilleggen van de vloot – die in Nederland waarschijnlijk beperkt zouden blijven. Ook de structuur en de financiering van de instanties die zich met de visserij in Nederland en in Europa bezighouden zouden aan bod moeten komen. De selectie van de meest wenselijke visserijtechnologie, de structuur en financiering van visserijonderzoek en vangstcontrole en de verdeelsleutels voor toekomstige vangsten zijn terreinen waar verbeteringen van bestaande regelingen noodzakelijk zijn.

Een deel van de herstructureringskosten kunnen effectief verhaald worden op de vissers, die het recht behouden om ook in de toekomst op de veel rijkere visbestanden te vissen. Moderne financieringsproducten maken het mogelijk om pasklare financieringsplannen te ontwikkelen voor alle aspecten van de herstructurering.

De Europese Commissie beraadt zich op een nieuwe visserijpolitiek. Nederland kan daarin, zoals voor kort, een traditionele rol spelen als een kleinere lidstaat. Er is een alternatief; Nederland kan Europa ook laten zien hoe je de visserij – eerst op kleinere schaal, later in breder verband – effectief kan herstructureren, gebruikmakende van de internationale ervaring die nu beschikbaar is; de structuur van de Nederlandse visserij maakt haar bij uitstek geschikt voor zo'n benadering.

Mocht de effectiviteit van de Europese visserijpolitiek niet snel verbeteren, dan heeft Nederland met zijn moderne visserijsector meer te verliezen dan andere landen. Het zou de staatssecretaris en de bestuurders van de Nederlandse belangenorganisaties sieren als zij de mogelijkheden van een alternatieve benadering om de Nederlandse en Europese visserij te herstructureren zouden onderzoeken. Men moet een spiering uitgooien om een kabeljauw te vangen.

Ir. G. van Santen is voormalig visserijspecialist van de Wereldbank.

    • Gert van Santen