Nederland moet VS helpen in drugsoorlog

Nederland moet meehelpen de geldstromen naar de subversieve bewegingen in Colombia af te snijden. Dat kan door samen met de Verenigde Staten tegen drugstransporten op te treden, vindt Sjef van Hoof.

De Verenigde Staten willen met Nederland een verdrag sluiten over het gebruik van vliegbases op Aruba en Curaçao. Het Amerikaanse leger kan die bases dan gebruiken voor verkenningsvluchten om drugstransporten in het Caraïbisch gebied te onderscheppen.

Binnenkort vergadert de Tweede Kamer over de ondertekening van dit zogenoemde FOL-verdrag (Forward Operating Locations). Tegenstanders van het FOL-verdrag vinden dat ondertekening leidt tot ongewenste betrokkenheid bij een Amerikaanse war on drugs en de Colombiaanse burgeroorlog.

De VS beogen met de FOL-operaties het `plan-Colombia' uit te voeren. Dit plan moet de productie en handel in drugs in en vanuit Colombia terugdringen. De Colombiaanse regering heeft een beroep gedaan op de internationale gemeenschap om het 7,5 miljard dollar kostende plan mee te financieren. Onder meer de VS, Japan, Noorwegen en Spanje hebben een bijdrage toegezegd. Volgens minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken kan Nederland het plan niet steunen omdat het maatschappelijke middenveld in Colombia niet bij de ontwikkeling betrokken is geweest.

De tragiek van de Colombiaanse situatie is dat het drugsgerelateerde geweld het maatschappelijke middenveld bijna weggevaagd heeft. Colombia is een bipolaire samenleving geworden. De stedelijke bevolking probeert in veilige enclaves aan te haken bij het neoliberale economische wereldsysteem. De verarmde en geterroriseerde plattelandsbevolking moet in `onveilige' gebieden de gewelddadige strijd ondergaan die in naam van Marx, God en Vaderland wordt uitgevochten door paramilitairen, het leger en guerrillabewegingen.

Ten onrechte wordt die strijd vaak betiteld als een `ingewikkelde burgeroorlog'. De Colombiaanse president Pastrana zei onlangs dat het een belediging was voor het Colombiaanse volk om over een burgeroorlog te spreken, gezien de vredeswens van de Colombiaanse bevolking en de marginale steun (nog geen vier procent van de Colombianen) voor de guerrillagroeperingen AUC, ELN, FARC-EP, ERP. Wat ruim vijftig jaar geleden begon als een strijd voor een rechtvaardiger samenleving wordt nu misbruikt als dekmantel voor het nastreven van platvloers economisch gewin. De opstandelingen zetten het land letterlijk en figuurlijk in het donker met systematische aanslagen op de energie-infrastructuur, moordpartijen, ontvoeringen en mensonterende concentratiekampen in een zone die hun ooit voor vredesbesprekingen is toegewezen.

Een tragische ontwikkeling voor de Colombiaanse samenleving is dat de bestrijding en neergang van de traditionele cocaïnekartels vergezeld ging van de versterking en opkomst van de subversieve bewegingen. Met inkomsten uit de drugshandel konden de paramilitairen en guerrillastrijders investeren in militaire en territoriale machtsposities. Inmiddels staan grote delen van het Colombiaanse grondgebied en naar schatting meer dan de helft van het cocaïneareaal (ruim 120.000 hectare) onder hun controle.

De sociale en economische kosten van het door drugsbelangen aangewakkerde geweld in Colombia zijn hoog. De Colombiaanse econoom Rubio becijferde ze onlangs op zes procent van het BNP. De Wereldbank omschreef het Colombiaanse vluchtelingenprobleem als ,,de grootste hedendaagse tragedie op het westelijk halfrond''. Armen vluchten naar de steden, hoger opgeleiden naar het buitenland.

De inkomsten van de internationale drugshandel komen vooral op het noordelijk halfrond terecht. Volgens de Verenigde Naties bedraagt de jaaromzet van de mondiale drugshandel inmiddels 400 miljard dollar per jaar. Meer dan tachtig procent van dit bedrag blijft circuleren in criminele circuits op het noordelijk halfrond (ter vergelijking: de Colombiaanse economie zou jaarlijks 2,2 miljard dollar aan inkomsten genereren vanuit de drugshandel). De internationale drugshandel is bij uitstek een mondiaal fenomeen: Colombiaanse chemici produceren met Duitse chemicaliën en Peruaanse cocabladeren een product dat door Mexicaanse kartels in de Verenigde Staten wordt verkocht.

Ook ingezetenen van het Koninkrijk der Nederlanden laten zich niet onbetuigd. IRT-infiltrant Kris J. kon 15.000 kilo cocaïne importeren met een straatwaarde van 1,5 miljard gulden. De Arubaanse sigarettentyconen Harms en Mansur waren betrokken bij grootscheepse sigarettensmokkel naar Colombia. Volgens de Colombiaanse krant El Espectador is de sigarettensmokkel vanuit Aruba en Panama een van de voornaamste witwasmethodes van de drugscriminelen. Tussen 1991 en 1995 hadden de Arubaanse sigarettenexporten een waarde van maar liefst vijftien procent van het BNP van het eiland. Blijkbaar zijn het niet alleen Amerikaanse generaals die de gunstige geopolitieke ligging van de Antillen willen gebruiken en is de leus Nederland distributieland hier ook van toepassing.

Terecht kijkt de internationale gemeenschap kritisch naar de eerbiediging van de mensenrechten en de milieueffecten van het plan-Colombia. Maar het plan is meer dan een Amerikaanse war on drugs: het voorziet ook in investeringen in de productiestructuur op het platteland, onderwijs en gezondheidszorg, infrastructuur en een beter justitieel apparaat. Het zou struisvogelpolitiek zijn het FOL-verdrag niet te ondertekenen, het daarbij te laten en zo te denken de Colombiaanse bevolking een dienst te bewijzen.

Nederland moet door een goede justitiële controle de geldstromen van de partijen in het gewapende conflict in Colombia afsnijden. Als de Nederlandse justitie dat zelf niet kan, is ondertekening van het FOL-verdrag een alternatief. Aan de andere kant moet de Nederlandse regering er samen met de internationale gemeenschap op toezien dat de humanitaire kant van het plan-Colombia van de grond komt. Op 30 april vergadert de Europese Unie over Europese ondersteuning aan het plan-Colombia. Een gepaste Nederlandse inbreng tijdens die vergadering is belangrijk voor Colombia en niet in de laatste plaats voor Nederland zelf.

Sjef van Hoof is verbonden aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hij woonde het afgelopen jaar in Colombia.