Lager opgeleiden nog steeds ongezond

Laagopgeleide mensen leven in Nederland gemiddeld twaalf jaar korter in goede gezondheid dan mensen met veel opleiding. Dat verschil moet in 2020 negen jaar zijn. Dat lijkt een kleine afname, maar om dat te bereiken is een grote inzet van politiek en overheid nodig.

Dat is de boodschap van de commissie-Albeda in het vanmiddag aan de ministers Borst (Volkgezondheid) en Van Boxtel (Grotestedenbeleid) aangeboden rapport `Sociaal-economische gezondheidsverschillen verkleinen'. De commissie herinnert eraan dat twintig jaar geleden hetzelfde beleidsdoel is geformuleerd. In 2000 moesten de sociaal-economische gezondheidsverschillen met een kwart zijn verminderd. Uiteindelijk bleken de verschillen alleen maar toegenomen.

,,Een begroting leveren we er niet bij, maar het gaat om honderden miljoenen'', zegt de secretaris van de commissie, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg dr. J. Mackenbach, over de voorgestelde maatregelen die in proefprojecten effectief zijn gebleken. Mackenbach: ,,Maar niet alles kost geld. In fabrieken waar de werknemers zijn georganiseerd in zelfsturende teams die verantwoordelijk zijn voor een deelgebied, stijgt de productiviteit en de werknemers zijn er gezonder.''

Veel geld kan ook anders worden besteed. Gezondheidsverschillen tussen mensen met een hoge en een lage sociaal-economische status ontstaan vooral door ander gedrag (roken, inactiviteit, vet eten), in iets mindere mate door materiële omstandigheden (werkomstandigheden, geldgebrek). Voorlichtingscampagnes over stoppen met roken, over meer bewegen en gezonder eten moeten meer worden gericht op doelgroepen die de boodschap nog niet hebben begrepen.

ANALYSE: pagina 3