Korthals wist niet van overleg met K.

Minister Korthals (Justitie) wist niet dat er in 1999 door het openbaar ministerie nog gesproken werd met topcrimineel Mink K. nadat hij de Tweede Kamer had laten weten dat dergelijk overleg was beëindigd. De bewindsman schrijft dit in antwoord op vragen van het Tweede-Kamerlid B. Dittrich (D66).

Vorige week schreef het Amsterdamse hof in een arrest in de zaak Mink K. dat het Amsterdamse OM nog steeds onderhandelde met K. nadat Korthals publiekelijk had laten weten dat dit niet meer het geval was. Volgens Korthals is door ,,verblijf in het buitenland' niet tot officier van justitie Teeven doorgedrongen dat hij niet mocht praten met K.

Volgens het hof kreeg Teeven pas op 15 september 1999 – enkele uren voor de arrestatie van K. – te horen dat hij niet meer mocht onderhandelen. Er stond nog een afspraak voor 26 september gepland. Het hof noemde deze gang van zaken illustratief voor de onzorgvuldige wijze waarop het OM een deal probeerde te sluiten. Mede om die reden bepaalde het hof dat het OM de vervolging moest staken.

De advocaat van Mink K., A. van der Plas, die de onderhandelingen tussen haar cliënt en Teeven bijwoonde en geluidsopnamen van de gesprekken heeft, noemt het schrijven van Korthals ,,aantoonbaar onjuist'. Ze zegt dat ,,justitie leugens op leugens stapelt'. ,,Laat ze nog maar even doorjokken. Onze kans komt nog.'

Dittrich zegt dat het ,,heel cryptische' antwoord van de minister meer vragen oproept dan beantwoordt. ,,Het is heel vreemd dat Teeven niet meteen te horen heeft gekregen dat hij de onderhandelingen met Mink moest stoppen.' D66 beraadt zich nog op de wijze waarop Korthals om nadere uitleg zal worden gevraagd.

In antwoord op de gisteren in deze krant geuite kritiek van strafrechtdeskundigen – dat het gerechtshof door het niet in het openbaar volledig uitspreken van het arrest in de zaak Mink K. de grondwet heeft geschonden – zegt persraadsheer A. van Asperen dat de Hoge Raad maar moet uitmaken of de handelwijze van zijn collega's wettelijk door de beugel kan. Hij noemt de gevolgde procedure wel ,,een unicum, waar door de strafkamer ongetwijfeld langdurig over is nagedacht'.