Klabiender'n

,,De kinder'n bint a de hele dag ant klabiender'n en spandiks'n, wie kriegt vast biester weer'', hoorde ik moeder tegen vader zeggen toen deze aan het eind van de dag thuis kwam.

De wilde en luidruchtige spelletjes die we deden waren voor haar een zeker teken dat er zwaar weer op komst was. Klabiender'n en spandiks'n zijn werkwoorden die ik geleerd heb van mijn moeder en van haar moeder. In Vroomshoop heb ik nooit iemand anders deze woorden horen gebruiken. Wie weet zijn ze door mijn grootouders meegenomen uit Drenthe en hebben ze zich in onze familie nog een paar generaties weten te handhaven.

Ook woorden reizen, raken soms geïsoleerd en verkommeren. Onlangs belde ik naar een broer en een zus die in het dorp zijn blijven wonen om te vragen of deze woorden nog gebruikt worden binnen de familie. Ze konden zich de woorden en hun betekenis nog wel herinneren maar gebruikt werden ze niet meer.

Er verandert veel en snel op het gebied van dialect en streektaal. Tijdens de laatste bezoeken aan het vaderland werd ik door sommige neefjes en nichtjes met `U' aangesproken. Ik was stomverbaasd. Net als in het Angelsaksisch bestaat er in het Nedersaksisch, in ieder geval in de variant die bij ons thuis werd gesproken, geen beleefdheidsvorm. Ouders, grootouders, ook de dorpsnotabelen, iedereen werd met `ieje' en `oe', met jij en jou aangesproken.

Aan de ene kant is er de afgelopen decennia sprake van een hernieuwde en toenemende belangstelling voor het streekeigene en voor lokale geschiedenis. Vorige week nog las ik bijvoorbeeld dat er een inventarisatie is gemaakt van de woordenschat van het Limburgs en denk eens aan de populariteit van popgroepen als Normaal of Skik. En in de film `De Poolse Bruid' krijgt Ede Staal alle ruimte om in poëtisch Gronings zijn geboortegrond te bezingen. Aan de andere kant doet zich het verschijnsel voor dat ouders die zelf met dialect zijn grootgebracht en dit onderling ook nog spreken, hun kinderen proberen op te voeden in het Nederlands, wat vaak betekent dat woorden of zinnen vernederlandst worden. `Bruun' wordt bruin, heel goed. Maar `gruun' wordt geen gruin. Het raam `stiet löss' wordt, het raam `staat los' in plaats van open. Van `zijn jas is stuk', wordt gemaakt `hij heeft de jas kapot'. En `de spiekerbokse krang an hem' wordt vertaald in `de spijkerbroek krang aan hebben' in plaats van binnenstebuiten.

Ook op het gebied van voornamen hebben zich aanzienlijke veranderingen voorgedaan. Wie noemt zijn dochter tegenwoordig nog Jennegie, Geertie, Mina of Sientje, of zijn zoon Mans, Dieks, Harm of Gait. Mijn moeder werd vroeger Tinegie van Anne van Geert genoemd maar ook aan de Geerdijk worden tegenwoordig voor de naamgeving vaker de populaire televisieseries geraadpleegd dan de familiearchieven.

Klabiender'n en spandiks'n, prachtige woorden die al bijna zijn verdwenen. Ook andere mooie woorden als klarregie (papieren zakje) en buusse (broekzak) zijn op hun retour. Hopelijk houden ze het nog iets langer vol nu ik ze op papier heb gezet. De streektaal is volop in beweging, maar gelukkig is het nog steeds zo dat als je een Tukker vraagt waarom ze in Twente een vraag altijd met een wedervraag beantwoorden, hij zal zeggen: ,,Doen ze dat dan?''

    • Gerrit Kolthof