Fluitend op de trekker

In de samenloop van treurige omstandigheden die `de voedselcrisis' heet, hoor je nog wel eens beweren dat de Nederlander weer dichter bij de oorsprong van zijn voeding zou moeten staan. Het is zaak de band van de consument met de voedselproductie te herstellen. Dat betekent vriend worden met de visboer, de herkomst van het kippenboutje op het internet kunnen traceren en vooral de kleine lettertjes op de verpakkingen kritisch lezen. In die gedachte past de enorme populariteit van het onlangs geopende Amsterdamse restaurant `De Kas'. De groenten gaan rechtstreeks van de plant de pan in. Die kant moeten we op, zeggen vele voedselhervormers. Al heb ik het vermoeden dat restaurant `Het Abattoir', opgezet volgens hetzelfde principe, een minder eclatant succes zou zijn.

De massaliteit waarmee de Nederlanders nu schande spreken over de praktijk van de voedselproductie en ideeën aandragen ter verbetering van de situatie is groter dan de consumptie van verantwoord geproduceerde voeding doet vermoeden. Niemand kan toch volhouden het niet te hebben geweten van de legbatterijen, de kistkalveren, het landbouwgif en de andere uitwassen van de bioindustrie? En is het niet naïef te veronderstellen dat de wetten van de markteconomie niet zouden gelden voor de voedselindustrie?

Veel suggesties voor de oplossing van de crisis kenmerken zich door een romantische inslag. Het denken wordt beheerst door een aantal veronderstellingen. Natuurlijk is beter dan kunstmatig, kleinschalig is beter dan grootschalig, vroeger is beter dan nu en biologisch is beter dan niet-biologisch. Op elke stelling is wat af te dingen, maar het beeld is duidelijk. We moeten terug naar de ouderwetse, kleinschalige, natuurlijke en biologische boerderij.

De gemiddelde pleitbezorger blijkt een tamelijk idyllisch beeld te hebben van de verantwoorde voedselproductie. Kleine boerderijtjes verscholen in het groen. De boer fluitend op de trekker, uitgezwaaid door de boerin met wapperende rokken op het erf, omringd door scharrelende kippen en kraakhelder wasgoed drogend in de lentezon. En daarna de hele dag aan het melken, kazen en onkruid wieden tussen de bonenstaken. Kortom, het zorgenloze leven op het boerenland van de plaatjes op de eierendozen en de melkpakken.

De idealen van de kleinschalige productie en distributie grijpen terug op een vooroorlogse situatie. Niet alleen zijn er nu twee keer zo veel Nederlanders te voeden, de bevoorrading door het jaar heen, de kwaliteit en zelfs de veiligheid stonden op een niveau dat we nu niet meer zouden accepteren.

Toen ik zo'n veertig jaar geleden als jongetje regelmatig met de dierenarts uit de buurt mee mocht `naar de boeren', viel me al op dat als het ging om huishoudelijke apparatuur de boerenfamilies ver vooruit waren op ons stadse mensen. Rationaliteit en doelmatigheid zijn normale voorwaarden voor de productie in de landbouw en de veeteelt. Daar is niets romantisch aan. Nu ik voor artikelen regelmatig een verantwoord producerende boer of tuinbouwer bezoek, blijkt dat ook in de biologische sector te gelden. Ook daar worden komkommers, paddestoelen, geiten, kippen en eieren bedrijfsmatig geproduceerd. In tegenstelling tot de Nederlandse Spoorwegen vormt een boerderij gewoon een bedrijf.

Als een ecologisch en economisch verantwoorde voedselproductie niet meer mogelijk is in Nederland, zo valt hier en daar te lezen, dan is er voor de boeren een zinvolle, andere taak gelegd. Zij kunnen zich wijden aan het behoud van het typische Hollandse landschap. Dat lijkt me een merkwaardige opvatting. Het cultuurlandschap is de fysieke neerslag van de behoefte aan voedsel en de organisatie van de voedselproductie en kan toch nauwelijks een doel op zichzelf zijn. Waarom zou een landschap dat in het tweede millennium een paar eeuwen als resultante van een utilitaire voedselproductie heeft bestaan, tot in de lengte der jaren behouden moeten blijven? Dan is teruggeven aan het water een betere oplossing.

Dichtbij de oorsprong van ons voedsel is een mooi beginsel, maar voor een oplossing van de voedselcrisis zou wat dichterbij de economie ook helpen.

    • Joep Habets