Euthanasie 2

Is er een zekere verharding van de sociale verhoudingen gaande, een vermindering van de compassie en consideratie met mensen die ondraaglijk lijden? De column van Margo Trappenburg geeft aanleiding tot die gedachte. Zonder enig inhoudelijk argument stelt ze dat de dokter mensen die niet ziek zijn (maar toch ondraaglijk lijden) niet mag helpen. Dat lijden hoort niet thuis bij de medische professie, zo luidt de redenering, dus mag de dokter er niet over oordelen en hij mag al helemaal niet daadwerkelijk op een dergelijke hulpvraag ingaan. Op grond van hun memorie van antwoord aan de Eerste Kamer meent Trappenburg dat ook de bewindslieden Borst en Korthals vinden dat ,,dergelijke vormen van medische hulp bij zelfdoding niet langer toelaatbaar zullen zijn''.

Aan de vraag waar mensen met een dergelijk lijden dan wel hulp kunnen vragen, wordt voorbijgegaan. Zou Trappenburg denken aan een commissie van psychosociaal deskundigen voor mensen met ondraaglijk psychosociaal leed? Ik denk het niet.

En mij lijkt het ook niks, want krijgt een dergelijke commissie dan ook een sleutel van de medicijnkast om daar de middelen voor een zachte dood uit te betrekken?

Of stelt ze zich voor dat zo'n commisie van deskundigen in overleg treedt met een arts om van deze de middelen te betrekken – géén medische verantwoordelijkheid, wél afroepbare medische dienstbaarheid?

Of dat een arts speciaal wegens de sleutel tot de middelen zitting heeft in zo'n commissie?

Maar hoe het ook zij, het achterwege blijven van de vraag hoe mensen die ondraaglijk psychosociaal lijden dan wél aan hulp zouden kunnen komen, komt erop neer dat aan die mensen wordt voorbijgegaan, dat ze zichzelf maar moeten zien te helpen: touw, kogel, of trein.