Conflict met Rabat

EEN HEUS DIPLOMATIEK conflict ontrolt zich tussen Marokko en Nederland. Reden is het beleid van de regering in Den Haag om ter plaatse in de kadasters te onderzoeken of Marokkaanse Nederlanders die hier een bijstandsuitkering genieten, in Marokko wellicht over meer vermogen beschikken dan de wettelijk toegestane twintigduizend gulden. De regering in Rabat op haar beurt probeert deze recherche naar mogelijke bijstandsfraude tegen te werken en lijkt daarbij de confrontatie niet te schuwen. Buitenlands onderzoek in Marokkaanse registers acht zij ,,illegaal'', hoewel de kadastrale gegevens ook daar openbaar zijn.

Naar aanleiding van deze schermutselingen heeft staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken een voorgenomen bezoek aan Marokko afgezegd.

Als de regering redelijke aanwijzingen heeft dat met bijstandsuitkeringen wordt gesjoemeld, zijn onderzoek en sancties inderdaad geboden. De vraag of het veel voorkomt of dat het incidenten zijn, is van ondergeschikt belang. In Nederland is iedereen voor de wet immers gelijk. Ook burgers met een tweede vaderland mogen niet anders behandeld worden dan burgers zonder. Uitkeringsfraude is bovendien een serieus delict dat als het voortwoekert het draagvlak onder de sociale zekerheid ondermijnt. Dergelijke fraude moet derhalve worden bestreden. Ook Marokkaanse Nederlanders hebben er belang bij dat het bestaande systeem niet wordt uitgehold.

MAAR IN DE diplomatieke betrekkingen tussen twee sociaal-cultureel zo verschillende staten is één plus één niet altijd automatisch twee. Behoedzaamheid is daarom geboden. De Marokkaanse houding jegens de opsporingsambtenaren uit Nederland getuigt van onvoldoende respect of inzicht in de Nederlandse opvattingen over de hier beleden normen voor sociale uitkeringen.

Ook Nederland heeft echter wel eens een bord voor het hoofd. Dat bleek bijvoorbeeld bij de uitvoering van een bilateraal verdrag over de uitwisseling van gevangenen. Dat verdrag maakte het mogelijk dat Nederlandse gedetineerden in Marokkaanse gevangenissen hun straf hier verder zouden uitzitten. Nederland interpreteerde deze regeling op geheel eigen wijze. Gerepatrieerde gevangenen werden snel op vrije voeten gesteld, omdat de strafmaat voor handel in softdrugs hier nu eenmaal lager is dan in Marokko. Dat nu was voor Rabat aanleiding het verdrag op te schorten.

DE MAROKKAANSE regering toont zich in beide gevallen misschien wat licht geraakt. Maar dat ontslaat de Nederlande regering niet van de taak om daarmee effectief en dus subtiel om te gaan. In het diplomatieke verkeer zijn gelijk hebben en gelijk krijgen vaak verchillende dingen. Door een reeds lang tevoren geplande reis naar Marokko op de valreep af te zeggen, heeft staatssecretaris Verstand een politieke lading gegeven aan wat in wezen een zakelijk probleem is. Dat is onverstandig.