Bush toont zich voorzichtig flink jegens China

De Amerikaanse president Bush moest een politieke middenweg kiezen bij de wapenverkoop aan Taiwan: tussen oorlogszucht enerzijds en slapte jegens Peking anderzijds.

De eerste tekst die het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden vanmiddag op de agenda plaatste na twee weken vakantie ging over Taiwans toelating tot de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Een maand geleden een saai debatje, nu een kans voor opgewonden Congresleden stoom af te blazen jegens China.

Met de 24 bemanningsleden van het gestrande spionagevliegtuig veilig terug in de Verenigde Staten, zullen sommige Congresleden die zich hebben moeten inhouden zolang de diplomatie dat vergde, hun echte gevoelens jegens Peking waarschijnlijk niet voor zich houden. Het blokkeren van Pekings toelating tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) of Pekings claim op de Olympische Spelen van 2008 behoren tot de meest vergaande sancties, zeker zolang het inmiddels grondig leeggesnuffelde vliegtuig nog steeds niet is vrijgegeven.

Een beetje stampij op Capitol Hill zou president Bush niet slecht uitkomen. Het stelt hem in de gelegenheid tegenover de ongetwijfeld boze Chinezen te demonstreren dat hij zich als staatsman niet laat leiden door rancune of de opwinding van de dag. Hij is wettelijk gehouden Taiwan in staat te stellen zichzelf te verdedigen. Tegen Peking, dat nu eenmaal Taiwans aanspraak op onafhankelijkheid niet erkent.

De gisteravond in grote trekken bekendgemaakte beslissing geeft Taiwan meer dan waar de Taiwan-Chinezen op hadden kunnen hopen vóór Peking en Washington in een bijna-crisis van formaat terechtkwamen. Washington heeft `very sorry' gezegd, maar aanvaardt geen enkele schuld. Zelfs zonder licht element van straf, is het grotere dan gebruikelijke pakket voor Taiwan in de Amerikaanse context te verdedigen met een verwijzing naar China's net weer gebleken agressiviteit.

China's ambassadeur in Washington waarschuwde gisteren vóór het bekend worden van het Taiwan-pakket in een lunchtoespraak dat de ,,Amerikaans-Chinese betrekkingen op een kruispunt staan''. Volgens hem zouden voortgaande leveranties van geavanceerde wapens ,,China's nationale veiligheid en soevereiniteit bedreigen, en de afscheidingsbeweging op dat eiland versterken''.

Het is zeker dat de president binnen de Verenigde Staten ook kritiek zal krijgen. Haviken én de defensie-industrie zullen teleurgesteld zijn dat hij Taiwan niet de 70 Apache helikopters heeft gegund waar om was gevraagd, noch de gevraagde tanks. Washington wil Taiwan ook niet de nieuwste versie van de Patriot-raketten leveren. Vier jagers-met-Aegis hadden een order van 4 miljard dollar betekend. Die aldus uitgeruste torpedobootjagers kunnen aanvallen van honderd vliegtuigen en raketten tegelijkertijd afslaan.

De president kon gisteren al rekenen op aanzienlijke complimenten van de conservatieve senator Jesse Helms, voorzitter van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Hij sprak van ,,het meest serieuze defensiepakket sinds negen jaar''. Republikeinen hebben eerder bittere kritiek gehad op de toegeeflijkheid van president Clinton aan Peking.

De opgave waar Bush en zijn adviseurs voor stonden was een tussenweg vinden tussen oorlogszucht enerzijds en slapte jegens Peking anderzijds. Als Bush Taiwan te veel zou tegemoetkomen, dan was het vragen om meer confrontaties met een China dat dan weer zijn gezicht had verloren. Bush moest tegelijkertijd nogal flink ten gunste van Taiwan uit de bus komen, anders zou hij worden achtervolgd door vermoedens dat hij die 24 spionagevliegers had losgekregen met een geheim akkoord met Peking, dat onder meer bestond uit weinig wapens voor Taiwan.

De beslissing om Taiwan onderzeeërs te bezorgen werd door het Witte Huis gisteren verdedigd met een verwijzing naar de aanschaf door China van zestig Russische onderzeeërs. In dat licht zijn maximaal twaalf Taiwanese onderzeeërs als defensief te bestempelen, zeker als ze worden uitgerust met defensieve wapensystemen.

De regering-Bush hoopt een bewandelbare middenweg te hebben gevonden. Men kan zich vasthouden aan een binnenlandse verplichting Taiwan aan middelen noodzakelijk voor zelfverdediging te helpen op grond van de Taiwan Relations Act uit 1979, het jaar waarin de Verenigde Staten hun betrekkingen met communistisch China normaliseerden. Zonder overigens de handelsrelaties met China nu op lange termijn in gevaar te brengen. Een veel groter deel van het Amerikaanse bedrijfsleven is daarin geïnteresseerd. En Taiwan uiteindelijk ook, want dat ziet zichzelf in het WTO-kader niet worden toegelaten zonder dat Peking-China ook binnen is.

En die Olympische Spelen? Wisselgeld. Het zijn maar Spelen, die commercieel en politiek overigens wel interessante hefbomen bieden. Daarom zijn Bush cum suis er niet op uit Peking verder te straffen. Maar naarmate het EP3-vliegtuig langer gegijzeld wordt, kan de sfeer in het Congres doorslaan naar meer dan stampij. Als de 24 gijzelaars vandaag nog op Hainan vastzaten, dan was een beslissing ten gunste van de Aegis-systemen nu al denkbaar geweest.