Brussel wil Montenegro en Servië bij elkaar houden

De Europese Unie wil dat Montenegro met Servië onderhandelt over een nieuwe positie binnen de Joegoslavische Federatie. De EU is tegen een eenzijdige verklaring van onafhankelijkheid door Montenegro.

Dat staat in een verklaring van het Zweedse voorzitterschap van de EU naar aanleiding van de Montenegrijnse verkiezingen van afgelopen zondag. Daarbij behaalden de voorstanders van onafhankelijkheid onder aanvoering van president Milo Djukanovic een overwinning die onverwacht klein uitviel. Volgens de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken, Anna Lindh, moet Djukanovic zijn plan voor een referendum over onafhankelijkheid laten varen. Daarmee zou hij er blijk van geven zich verantwoordelijk te voelen voor de stabiliteit in de regio.

Javier Solana, de hoge functionaris voor het buitenland beleid van de EU, zei gisteren dat de hoge opkomt bij de verkiezingen in Montenegro een teken van politieke rijpheid is. Volgens EU-diplomaten was het de eerste keer dat op de Balkan de voorstanders van onafhankelijkheid geen grote overwinning behalen. Lindh en medewerkers van Solana zijn vandaag naar Montenegro om de situatie na de verkiezingen te bespreken.

De EU zegt nadrukkelijk politieke, economische en financiële steun aan Montenegro te willen voortzetten als het overleg met Belgrado succesvol is. Volgens de woordvoerder van Eurocommissaris Chris Patten (Extern Beleid) dreigt de EU niet met het verminderen van hulp als Montenegro onafhankelijk wil worden. Hij zei gisteren echter dat het moeilijk voorstelbaar is dat een onafhankelijk Montenegro meer hulp zal krijgen dan nu het geval is. De EU probeert in de hele Balkan om door middel van hulpverlening de landen nauwer aan zich te binden en de stabiliteit te bevorderen.

De EU geeft Montenegro sinds 1999 jaarlijks voor ongeveer 30 miljoen euro hulp. Daarnaast schonk de EU begin van dit jaar 20 miljoen euro extra. De EU-gelden zijn bestemd voor humanitaire hulp, wederopbouw, voedselveiligheid, media, sociale voorzieningen en economische hervormingen. Daarnaast ontving Montenegro vorig jaar van afzonderlijke EU-lidstaten 4,5 miljoen steun; zij verstrekten bovendien 45 miljoen euro in de vorm van garanties. Het bruto binnenlands product van Montenegro is 500 miljoen euro. In 1998 daalde het bbp met 3,8 procent, in 1999 met 13,3 procent. Vorig jaar was er een lichte groei.

Het beleid van de EU is erop gericht om nieuwe discussies over grenzen op de Balkan te voorkomen. Om die reden pendelen de laatste tijd zowel Solana als Eurocommissaris Patten van Brussel naar Macedonië, waar ze hopen op politieke hervormingen die een einde maken aan ontevredenheid van de Albanese minderheid. De EU wil ook voorkomen dat door een eenzijdige verklaring van onafhankelijkheid door Montenegro de positie van de in oktober gekozen Joegoslavische president Vojislav Koštunica wordt ondermijnd.