Britse slachter besmet met MKZ

Een Britse slachter heeft vermoedelijk mond- en klauwzeer opgelopen. Volgens het ministerie van Volksgezondheid vertoont de man klassieke symptomen van de ziekte, zoals blaren aan handen, voeten en in de mond, maar kan de diagnose pas op zijn vroegst morgen worden bevestigd met de uitslag van bloedproeven. In het Verenigd Koninkrijk is één keer eerder mond- en klauwzeer bij een mens vastgesteld: tijdens de laatste grote epidemie in 1967. De ziekte zou relatief onschuldig verlopen en niet overdraagbaar zijn van mens op mens.

De slachter, wiens naam niet bekend is gemaakt, doodde besmette schapen in Cumbria, in het noordwesten van Engeland, waar de epidemie op zijn hevigst is. Zes andere Britten zijn tot nu toe eveneens getest op de ziekte, maar met negatief resultaat. Tot nu toe zijn 1.450 gevallen van mond- en klauwzeer gemeld. Ruim twee miljoen koeien en schapen zijn gedood om de verspreiding in te dammen.

De vermoedelijke besmetting ondermijnt eerdere berichten uit regeringskring dat de epidemie na twee maanden ,,volledig onder controle'' is, en is nieuwe tegenslag voor de toeristensector, die op het platteland tot 80 procent van zijn omzet verliest. Met name Amerikanen en Japanners zouden bang zijn dat de ziekte voor mensen besmettelijk is. De Britse regering was in de Verenigde Staten juist een campagne begonnen om die indruk weg te nemen.

De menselijke besmetting komt bovenop andere schadelijke effecten van de virusziekte voor de mens, zoals het vrijkomen van schadelijke dioxine bij de verbranding van karkassen en het risico van grondwaterbesmetting door gedode dieren die in de wei liggen te rotten of worden begraven. In het gewest Durham moesten dode koeien opnieuw worden opgegraven toen bleek dat ze een drinkwatervoorziening vervuilden.