Beter gebruik spoor verhoogt capaciteit met 30 procent

Een beter gebruik van de bestaande sporen kan in twee tot vijf jaar de vervoerscapaciteit per trein in de spitsuren met 30 tot 40 procent vergroten. Ook het goederentransport kan hierdoor met eenzelfde percentage groeien.

Dit blijkt uit de studie `GroeiSporen' van Railforum, een platform van overheid en bedrijfsleven voor het treinverkeer. Aan de studie, die twee jaar heeft geduurd, werkte ook het ministerie van Verkeer en Waterstaat mee. Eerder werd van diverse kanten gemeld dat met eenvoudige aanpassingen een verdubbeling van de capaciteit mogelijk zou zijn. Dat is volgens ir. H. van Gorp van Railforum echter te optimistisch: ,,Willen we de betrouwbaarheid van de dienstregeling zo groot mogelijk houden, dan kunnen we op de drukke uren het aantal reizigers met 300.000 naar 1.3 miljoen laten stijgen.''

In de studie van Railforum zijn twee drukbereden trajecten onderzocht: Den Haag-Rotterdam-Eindhoven en Amsterdam-Eindhoven. Om (veel) meer reizigers in meer treinen te kunnen vervoeren moet een aantal zaken tegelijk worden aangepakt. Het gaat daarbij om het zogenoemde homogeniseren van de dienstregeling, het aanleggen van inhaalsporen, het verplaatsen van enkele seinen waardoor de wachttijden korter worden. Ook moeten enkele stations worden aangepast, bijvoorbeeld door perrons te verlengen.

Homogeniseren van de dienstregeling houdt in dat meer treinen gelijkmatigerover dezelfde sporen gaan rijden. Bovendien kan ervoor worden gekozen een sneltrein iets meer stations te laten aandoen en tegelijk een stoptrein minder vaak te laten stoppen. De intercity-treinen kunnen tussendoor van inhaalsporen gebruik maken. Het aantal treinen in de spitsuren neemt hierdoor toe van 11 naar 16. Wanneer iets vaker vertraging ook aanvaardbaar zou zijn, kunnen er 18 treinen over hetzelfde spoor rijden.

Op het traject Amsterdam-Eindhoven zou volgens de deskundigen op twee plaatsen een passeerspoor (van hooguit twee kilometer) moeten worden aangelegd. Railforum stelt dat de verbetering kan worden doorgevoerd zonder versterking van de bestaande stroomvoorziening.

Invoering van de maatregelen loopt ongeveer parallel met de bestellingen voor nieuw materieel die de NS in de afgelopen tijd heeft gedaan. De kosten van de verbetering bedragen per traject ongeveer 600 tot 750 miljoen gulden.